Kwaliteitsverbetering verpleeghuiszorg

Bij Inovum staat de persoonlijke geschiedenis van de bewoner in het zorgplan

In plaats van het tamelijk medisch georiënteerde zorgplan te blijven gebruiken, wilde Inovum komen tot een levend document dat de medewerkers echt helpt om de bewoner en diens persoonlijke geschiedenis te leren kennen. Zo kwam het dossier “Wie ben ik?” tot stand. Inbedding in het elektronisch cliëntendossier is de volgende stap.

Zorgplan? Dat woord zegt een bewoner of familielid niet veel, stelt beleidsadviseur José van de Wijgert. ‘Het is echt een term uit de medische wereld. In de verpleegkunde heeft jarenlang het medisch model voorop gestaan, maar voor ons staan wonen en welzijn nu voorop.’ Dit verklaart in een notendop waarom Inovum vorig jaar besloot dat de manier waarop de organisatie omging met het zorgplan en het elektronisch cliëntendossier (ECD) niet meer aansloot op de visie van de organisatie. ‘Het zorgplan was opgezet volgens de vier domeinen van ActiZ’, vertelt Van de Wijgert. ‘Op zich wel logisch, maar het was het net niet. Het was niet altijd goed bruikbaar om het gesprek met de cliënt of diens familie te voeren. Het nodigde bijvoorbeeld uit om het over participatie te hebben, maar zo’n term zegt veel mensen niets.’ EVV’er Tonnie Steenmeijer erkent de beperking van het zorgplan. ‘Het was niet echt praktisch’, zegt ze. ‘Het bracht je vaak aan het twijfelen: moet iets nou onder welbevinden worden geplaatst of elders.’

José van de Wijgert – Beleidsadviseur Inovum
“Zorgplan? Dat woord zegt een bewoner of familielid niet veel. Het is echt een term uit de medische wereld.”

Mark van Doorn, wiens moeder sinds twee jaar op een locatie van Inovum woont, werd op het moment van haar verhuizing met dit zorgplan geconfronteerd. ‘Toen mijn moeder hier kwam wonen, hebben we een uitgebreid gesprek gehad met de contactverzorgende, en een deel van de tijd was ook een arts aanwezig’, vertelt hij. ‘Ze stelden heel veel vragen en hoewel daar ook persoonlijke dingen over mijn moeder bij zaten, lag de nadruk toch heel erg op het medische.’

De bewoner leren kennen

Van dat traditionele zorgplan wilde Inovum dus af, want het wilde dat de medewerkers de cliënt en diens achtergrond echt kennen en diens woon- en welzijnswensen centraal stellen. Maar wat ervoor in de plaats kwam, moest wel op het ECD kunnen blijven aansluiten. ‘Dat was juist wel erg vanuit de cliëntgedachte opgezet’, zegt Van de Wijgert. ‘Daarom gingen we op zoek naar iets dat daar goed op zou aansluiten. Een hulpmiddel om het goede gesprek te voeren, een praatpapier als leidraad meer dan een formulier dat je echt van A tot Z moet volgen. Een levend document dat als onderdeel van het ECD een vaste plek in de zorg krijgt, een onderdeel van de zorgcyclus dat ook wordt gebruikt in het multidisciplinair overleg.’

Inovum begon bij nul, door zorgmedewerkers, behandelaren, bewoners en familieleden te interviewen. ‘De kernvraag was wat zichtbaar moest worden over een bewoner’, zegt Van de Wijgert. Het leidde tot een vragenlijst waarin niet langer de zorgtaal, maar het wonen en welzijn centraal stonden in begrijpelijke taal voor iedereen. ‘In de vier domeinen van ActiZ werd veel gemist’, vertelt Steenmeijer. ‘Over iemands levensbeschouwing bijvoorbeeld, iemands levensgeschiedenis, wat iemand wel of niet lekker vindt of per se wel of niet wil doen, op basis waarvan iemand zich thuis en veilig voelt, wat iemand belangrijk vindt op het gebied van privacy.’ Ook werd een fotoboek toegevoegd. ‘Opgezet zoals de familie het zelf wil’, zegt Van de Wijgert, ‘bedoeld om het gesprek compleet te maken.’

Meerwaarde nieuw zorgplan snel duidelijk

Steenmeijer stelt dat de vragen in het nieuwe document, dat de naam “Wie ben ik?” meekreeg, voor haar echt een verandering betekenden. ‘Het zijn allemaal vragen die in de opleiding niet werden gesteld’, zegt ze. ‘Maar ik zag in de eerste gesprekken, tijdens de pilot die we met het nieuwe formulier deden, al snel de meerwaarde ervan. Als je doorvraagt, komen vanzelf de verhalen naar boven die wij kunnen gebruiken in ons werk. Dat iemand een nachtbraker is bijvoorbeeld. Of dat iemand een trauma heeft meegemaakt dat bepaald gedrag verklaart. Daar kun je dan op inspelen.’

- Tonnie Steenmeijer - EVV'er Inovum
click to tweet Als je doorvraagt, komen vanzelf de #verhalen naar boven die wij kunnen gebruiken bij @inovum #zorgplan

Van Doorn erkent de meerwaarde hiervan ook. ‘Ik werd al in een vroeg stadium betrokken bij de ontwikkeling van de nieuwe vragenlijst’., zegt hij, ‘en ik vond het fantastisch dat Inovum dit wilde doen. We gaan een enorme vergrijzing krijgen, dus als dan iets wordt ontwikkeld dat de wensen van de bewoners centraal stelt is dat heel mooi. Het zit in kleine dingen als “Wanneer wilt u uit bed?”. Het maakt het menselijk. Je bent niet meer bewoner 36 maar een individu met eigen wensen. Nu moet ik wel zeggen dat de verzorgenden binnen Inovum heel goed en betrokken zijn, maar ik denk toch dat ze mijn moeder op sommige punten beter hebben leren kennen. En de nieuwe aanpak is vooral heel waardevol voor stagiaires en invalhulpen. Ik heb ook als verbetervoorstel geopperd om juist voor hen de belangrijkste persoonsinformatie op één A4 samen te vatten. Als ze die kennen, hoeven ze een bewoner niet uit zijn vaste ritme te halen.’

Veel huiselijker

Een familiebijeenkomst, waarin de doelstellingen van “Wie ben ik?” werden besproken, liet zien dat Inovum op de goede weg was. ‘We merken dit ook aan de reacties van de medewerkers’, zegt Van de Wijgert. ‘Ze geven aan dat ze nu echt de ruimte nemen en krijgen om de bewoner te leren kennen. Ze gaan ervoor zitten om het over alle aspecten van iemands leven te hebben. “Nooit geweten dat mevrouw uit een gezin van veertien kinderen kwam, nu kan ik dingen beter plaatsen”, hoor je dan bijvoorbeeld. Eén familielid stuurde zelfs een bos bloemen als dank voor het gesprek.’

Tonnie Steenmeijer – EVV’er Inovum
“We kwamen tot de conclusie dat niet de bewoners gehospitaliseerd waren, maar wij zelf.”

Voor de teams was de nieuwe aanpak snel eigen, stelt Steenmeijer. ‘Al vanaf het moment dat we met woongroepen gingen werken, waren we ontevreden over hoe we zorg gaven’, vertelt ze. ‘We kwamen tot de conclusie dat niet de bewoners gehospitaliseerd waren maar wij zelf. We zetten onszelf onder druk – en daarmee ook de bewoners – door alles te willen doen op de vaste manier die we gewend waren. Als je flexibele zorg gaat geven, uitgaand van wat de bewoners prettig vinden, kunnen zij veel relaxter aan hun dag beginnen. En deze aanpak sloot daar perfect bij aan. Ik werk nog net zo hard hoor, maar wel veel meer ontspannen. Het is huiselijker. De vrouw die van pizza houdt krijgt er gewoon regelmatig een. De man die graag een wijntje drinkt voor het slapen gaan, die krijgt dat ook. En de zoon die wil mee-eten is welkom.’

Familie meer betrekken

Dit laatste sluit goed aan bij een van de doelen die Inovum had met de nieuwe aanpak, namelijk de familie meer betrekken bij het dagelijks leven in het huis. Van de Wijgert: ‘De familie wist vaak niet hoe ze in kon spelen op onze behoefte aan participatie en de teams wisten niet hoe ze het onderwerp aan de orde moesten stellen. Zo ontstond een patstelling. Nu is die participatie gewoon een onderdeel van het proces geworden. De familie voelt zich deelgenoot, dat was bij het oude zorgplan zeker niet zo.’ Het document “wie ben ik’ wordt ook in eerste instantie door de familie en bewoner ingevuld.

José van de Wijgert – Beleidsadviseur Inovum
“De vrouw die van pizza houdt krijgt er gewoon regelmatig een. De man die graag een wijntje drinkt voor het slapen gaan, die krijgt dat ook. En de zoon die wil mee-eten is welkom.”

Van Doorn merkt ook dat de nieuwe aanpak zijn moeder ten goede komt. ‘Mijn moeder hecht aan routine’, vertelt hij. ‘Ze wordt erg chagrijnig als bij het naar bed gaan niet haar vaste gewoonten worden gevolgd. Maar vakantiekrachten of invalhulpen kennen die vaste gewoonten niet. Het is dus waardevol dat die beschreven staan. En een verzorgende, die inmiddels medisch verzorgende is geworden en dus op meer woonkamers werkt, speelt er ook op in. Als ze ziet dat op mijn moeders huiskamer invalskrachten werken, dan maakt ze als het mogelijk is tijd vrij om haar naar bed te brengen. Sinds ze haar gewoonten kent, weet ze hoe belangrijk dit is voor mijn moeder.’

Nu verder bouwen

De pilot is nu afgerond en Inovum is met ECD-leverancier Nedap in gesprek over de inbouw van “Wie ben ik?” in het ECD. ‘Bij dit overleg zijn meer verpleeghuizen betrokken, want Nedap merkt dat de vraag heel erg leeft’, zegt Van de Wijgert. ‘voor het moment is de opzet vertaald in een vragenlijst waarin afgezien van het fotoboek al alle elementen aan bod komen. We hebben twintig familieleden deze vragenlijst laten invullen en zelf de gegevens ingevoerd in het ECD. Dan kun je bij het verhaal van de bewoner meteen de zorgvragen toevoegen. Zo bouwen we stapsgewijs verder. Op termijn hopen wij dat de familie via het familieportaal rechtstreeks het ‘Wie ben ik’ verhaal in kan vullen en kan lezen en dus met een gerust hart op afstand kan zijn.’

Interview door Frank van Wijck

Meer weten


Geplaatst op: 20 februari 2017
Laatst gewijzigd op: 9 maart 2017