Zorggroep Meander: “Samen Thuis” als basis voor strategische opleiding

Beslissen dat je woon/zorgcentrum het “thuis” van de bewoners en familie moet zijn, vraagt om gerichte scholing van medewerkers. Zorggroep Meander zet hier zorgvuldig op in.

Samen Thuis

Zorgroep Meander is een organisatie die heel goed nadenkt over hoe ze dingen verwoordt. Zo spreekt ze niet van verpleeghuis maar van woon/zorgcentrum, om te benadrukken dat leven en wonen van de cliënten – samen met familie en andere naasten – centraal staan. En zo heeft het voor het plan dat het in het kader van Waardigheid en trots ontwikkelde gekozen voor de naam Samen Thuis, omdat dit in twee woorden laat zien waar het om gaat: het huis is van de bewoners en de medewerkers zijn bij hen te gast om voor hen te werken en hen te begeleiden. In een eerder interview werd uitgelegd wat Samen Thuis betekent. De kern is dat bewoners ervaren dat ze er wonen en dat familie en andere bezoekers het gevoel hebben dat ze thuiskomen in plaats van op bezoek zijn in een zorginstelling.

Strategisch opleidingsplan

Dit stelt eisen aan de medewerkers op het gebied van familieparticipatie en hiervoor heeft Zorggroep Meander een strategisch opleidingsplan opgezet. De kern hiervan is dat medewerkers niet alleen goed opgeleid zijn, maar dat zij ook gaandeweg hun loopbaan over voldoende middelen beschikken om zich te blijven ontwikkelen. Niet alleen voor vergroting van hun kennis over ziektebeelden, maar juist ook om hun kennis en vaardigheden te vergroten voor een betere communicatie met bewoners en familie, de eigen regie van de cliënt en familie te versterken en ruimte te creëren voor (team)reflectie en coaching op de werkplek.

Formele scholing is hiervan een onderdeel. Toen de eerstverantwoordelijke zorgkundigen bijvoorbeeld aangaven aanvullende kennis nodig te hebben om het verdiepingsgesprek aan te gaan, is dat in de begroting meegenomen. En voor de cultuurverandering investeert Meander in docenten die medewerkers in trainingen laten ervaren wat het betekent als er geen regime van zorg meer is maar het dagelijks leven voorop staat. Met inhoudelijke participatie van de cliëntenraad is scholing ontwikkeld op het gebied van familieparticipatie.

Verder is, om de visie kracht bij te zetten, een filmpje gemaakt over leefplezier. Er is een toolkit ontwikkeld met instrumenten die medewerkers kunnen helpen om hieraan invulling te geven, zoals de Groninger Welbevinden Indicator (een hulpmiddel op basis waarvan medewerkers het gesprek met een cliënt kunnen aangaan over alle facetten van het leven) en een Ecogram (om in kaart te brengen welke personen belangrijk zijn in iemands leven).

Ontwikkelteams

Met de ontwikkeling van de teams voor de kleinschalige woonvormen is twee jaar geleden gestart. Anja van der Meulen, wijkmanager: ‘We hebben hierbij de hulp ingeroepen van deskundigen van de Espria Academie, om interviews te doen om te bepalen waar ieder team staat. Per woon/zorgcentrum is een ontwikkelteam opgezet met koplopers vanuit alle professionele achtergronden. Op basis van vier thema’s – welbevinden, participatie, veilig en vrij en eten en drinken – hebben zij nagedacht over het leven in zo’n woon/zorgcentrum.’

Marja Huizing, activiteitenbegeleider en vrijwilligerscoördinator, vertelt: ‘Op het punt van eten en drinken is in onze locatie een diëtiste betrokken geweest om te laten zien hoe je voor mensen met slikproblemen ook gemalen voedsel aantrekkelijk kunt maken. Het hele team heeft geproefd, zo creëer je bewustwording. En nu is er een jaarlijkse prijsvraag samen met de familie voor het beste recept.’

Huizing benadrukt hoe belangrijk die bewustwording is: ‘De visie van Samen Thuis is tegengesteld aan de taakgerichtheid waarmee medewerkers zijn opgeleid en vaak al jaren vertrouwd zijn. Het kost moeite om dat los te laten.’ Die visie, die door het Waardigheid en trots traject een extra impuls kreeg voor iedereen in de organisatie, heeft Meander overigens al ruim 6 jaar geleden ontwikkeld. ‘Dit hing samen met de bouwactiviteiten waarin we naar kleinschalige woonvormen zijn gegaan’, vertelt Van der Meulen. ‘De kleinschaligheid bood een nieuwe context en schiep de ruimte om invulling te geven aan de gedachte: wat is er mooier dan ouderen leefplezier te bezorgen, samen met hun familie en andere naasten?’

Lineke Lourens, leidinggevende PG, vult aan: ‘Daarom zijn we ook begonnen met zelf koken, net als thuis. Maar ook dit is cultuurverandering en daarin moet je investeren. Dat gaat niet van bovenaf, maar op basis van gesprekken binnen het team: wat betekent het om als team te werken voor de mensen in een huis? De vraag wat het leefplezier van een individuele cliënt is, is ook onderdeel van het multidisciplinair overleg.’ Maar, vult Van der Meulen aan, het is wel zaak dat de leidinggevenden de visie uitdragen en via koplopers onder de medewerkers voor verbinding zorgen. ‘Continu op de zeepkist staan’, zegt ze. ‘De leidinggevenden moeten de visie ook omarmen. Natuurlijk betekent dit dat net als medewerkers ook enkele leidinggevenden zijn weggegaan, omdat ze beseften dat ze niet meer op hun eigen talenten zaten te werken.’

Onderdeel van de samenleving

De kern, zegt Lourens, is dat de medewerkers beseffen dat opname van een cliënt niet betekent dat achter hem de deuren gesloten worden, maar dat er het besef is dat zij ook dan een onderdeel blijven van de samenleving. ‘Dus: kijken welke activiteiten iemand tot die tijd nog deed’, zegt ze. ‘De biljartclub bijvoorbeeld, kerkbezoek.’ Huizing vult aan dat de locatie waar zij werkt om die reden een seizoenplaats op een nabijgelegen camping heeft. ‘In het weekend komt daar vaak de familie langs’, zegt ze. ‘En andere campingbezoekers zien dat onze cliënten nog gewoon bij de samenleving horen.’

Om goed in te spelen op het leven dat een cliënt gewend was te leiden, gaat de komende periode een wijkverpleegkundige al op gesprek bij mensen die op de wachtlijst staan voor opname. ‘Tegen de tijd dat zo iemand een plek bij ons kan krijgen gaat ook de eerstverantwoordelijke zorgkundige op bezoek’, zegt Van der Meulen, om de thuissituatie in ogenschouw te nemen.’

Gildeleren

Recent zijn de bewoners met een lichamelijke aandoening, die wonen in het woon/zorgcentrum, bevraagd over wat zij ervan merken dat wordt gewerkt op basis van het uitgangspunt leefplezier. ‘Daar kwam uit dat het niet om heel grote dingen gaat, maar vooral om aandacht, even gezien worden’, zegt Lourens. Wat hierbij helpt, is dat Zorggroep Meander gebruikmaakt van Gildeleren: Verzorgenden niveau 2 en 3 van de ROC’s in de regio lopen als gehele klas, samen met de docenten,  stage om het werken in de praktijk te ervaren. De school is in de huizen gehaald, praktijk en theorie zijn direct aan elkaar verbonden.‘Bij ons worden ze vooral ingezet op het thema leefplezier’, zegt Huizing. ‘We hebben per bewoner leefplezierkaarten op basis waarvan een leerling de hele dag aandacht geeft aan een cliënt.’ Lourens vult aan: ‘Ze zitten boven formatie dus je hebt gewoon meer handen in huis. Je kunt dus extra dingen doen voor de cliënten. Net als onze vrijwilligers weten ze hierdoor soms al meer over wat onze cliënten leefplezier geeft dan onze medewerkers. Zo kunnen alle partijen elkaar versterken.’

Artikel door Frank van Wijck

Meer weten

Geplaatst op: 28 september 2016
Laatst gewijzigd op: 28 oktober 2016