Wetsvoorstel Zorg en dwang: ‘Nee, tenzij’

Het wetsvoorstel Zorg en dwang is gericht op mensen met dementie en mensen met verstandelijke beperkingen. ‘Nee, tenzij’ is het uitgangspunt: zorgverleners mogen dus in principe geen vrijheidsbeperking of onvrijwillige zorg toepassen.

Onvrijwillige zorg allerlaatste optie

Het wetsvoorstel Zorg en Dwang gaat uit van een getrapt zorgmodel waarbij onvrijwillige zorg de allerlaatste optie is. Het voorstel introduceert een stappenplan dat gericht is op het voorkomen van dwang. Zorgverleners moeten dit stappenplan doorlopen zodra er geen overeenstemming is met een cliënt over vrijwillige zorg. Ze zullen altijd voldoende deskundigheid moeten inschakelen om te kijken hoe ze de zorg vrijwillig kunnen houden. Uitgangspunt is en blijft namelijk dat de cliënt zijn eigen beslissingen neemt, tenzij zorgvuldig beoordeeld is dat hij/zij wilsonbekwaam ter zake is. Ook bij een wettelijke vertegenwoordiging blijft de wens van de cliënt het uitgangspunt.

Bewegingsvrijheid

Beperkingen van de bewegingsvrijheid zijn volgens de nieuwe wet zo ingrijpend, dat ze onder dwang vallen. En dus moeten zorgverleners altijd het stappenplan doorlopen om een oplossing te vinden waarmee de cliënt zich vrij kan blijven bewegen. Oók als de cliënt en/of de vertegenwoordiger zelf geen bezwaar heeft tegen maatregelen als fixatie of bepaalde medicatie. De wet waarborgt zo dat zorgverleners altijd blijven proberen om de situatie van de cliënt te verbeteren.

Voortgang

Het wetsvoorstel zorg en dwang ligt ter goedkeuring bij de Eerste Kamer en wordt in samenhang met het wetsvoorstel verplichte GGZ behandeld. Het is niet bekend wanneer deze wetten in werking zullen treden.

Meer weten

Geplaatst op: 26 februari 2016
Laatst gewijzigd op: 6 maart 2020