Westerkim: de huiselijkheid is voelbaar

“Zuurkool met worst hebben we straks, en warme pap na.” Rond de tafel bij de receptie van De Westerkim in Hoogeveen zitten zes, zeven bewoners gezellig bij elkaar. Ongedwongen bespreken ze alledaagse zaken. Er is een mevrouw die veel herhaalt, ook een meneer die juist opvalt door zijn scherpzinnigheid. Maar de onderlinge band springt het meest in het oog. De grapjes verraden dat men elkaar duidelijk langer dan vandaag kent. En beter. Het is alsof deze ouderen hier niet toevallig samen wonen, maar meer gemeen hebben. Alsof die gezelligheid een gezamenlijk doel is.

Verderop in het gebouw zitten dertien personen om tafel. Het zijn mensen die vanuit allerlei verantwoordelijkheden betrokken zijn bij het project ‘Welkom Thuis Huis’. Zo zijn er teamleiders, verzorgenden, OR-leden en cliëntenraadsleden aanwezig. Ook de assistent-arts ouderengeneeskunde praat mee en de bestuurder. Samen heeft men het afgelopen anderhalf jaar een omslag op gang gebracht richting een huis waar bewoners zich zo goed mogelijk thuis voelen. Een huis waar inrichting, werkprocessen, bejegening etcetera steeds meer gericht zijn op het thuisgevoel dat cliënten ervaren. Vanuit Waardigheid & trots is de thema-coördinator aanwezig. Zijn begeleidende rol eindigt vandaag, maar dat wil niet zeggen dat het project stopt. Projectleider Karola Bleijie benadrukt dat het bij een organisatie-ontwikkeling zoals hier op de Westerkim juist van belang is om niet te werken met een strakke einddatum. Die les geeft ze andere organisaties duidelijk mee: “Zet geen strakke einddatum op dit soort veranderingen. Deze processen vragen een lange adem – trek er structureel tijd en geld voor uit.”

Iedereen betrekken

De Westerkim is een kleinschalige, christelijke zorgorganisatie met één intramurale locatie. Vroeger waren zorgen en wonen gescheiden processen met daarvoor verschillend personeel. Sinds ‘Welkom Thuis Huis’ heeft elke afdeling zijn eigen huiskamer en zorgt een integraal team voor de eigen bewoners. ‘Samen doen’ is hierbij het motto. Het beeld van een liefdevol gezin is het ideaal dat men voor ogen heeft. Deze kleinschalige setting lijkt bovendien beter geschikt om passende zorg te bieden in een tijd dat ook deze organisatie zich ontwikkelt van een verzorgings- naar een verpleeghuis. Bewoners zo veel mogelijk zichzelf laten zijn, ze hun leven zoveel mogelijk te laten voortzetten en hen daarbij zo goed mogelijk ondersteunen – aan deze doelstelling wil men blijvend werken. Binnen en buiten het project.

Toen het project van start ging, koos men er bewust voor om iedereen erbij te betrekken. Medewerkers, cliënten, naasten, vrijwilligers… iedereen gaf zijn visie. “Alleen dan is het een breed gedragen project en voelt iedereen zich er daadwerkelijk bij betrokken”, stelt Bleijie. Een collega beaamt dit: “Neem nou die uniforms. De meningen liepen uiteen: past dat eigenlijk wel bij een huiselijke organisatie als de onze? Maar toen hebben we een enquête uitgezet en is er een oplossing uitgekomen: de medewerkers krijgen nu een leuk jasje. Zo betrek je iedereen erbij en voelt iedereen zich gehoord.”

Aansluiten op bewoner

Scholing is een belangrijk onderdeel van het project. Iedereen binnen De Westerkim heeft de e-learning ‘U woont nu Hier’ van Gerke de Boer gevolgd, ook de receptioniste en de bestuurder. Deze methode gaat in op de moderne manier van werken binnen verpleeghuizen: kleinschalig wonen, belevingsgerichte zorg en zorgleefplan. Karola Bleijie vindt dat er nog veel te leren valt binnen de dementiezorg, bijvoorbeeld waar het gaat om de oorzaken van onbegrepen gedrag. Een teamleider legt juist de nadruk op wat al in gang is gezet: “We hebben nu de aandachtsvelders, we zijn bezig met het aanstellen van een kwaliteitsmedewerker en welzijnscoaches. Ook een zinvolle daginvulling geven we meer aandacht. We zijn druk aan het professionaliseren en opleiden.” Bleijie stelt dat ook het Kwaliteitskader praktische handvatten biedt voor deze verdere ontwikkeling.

Verzorgende Diny Drost vindt dat medewerkers bij de Westerkim veel kans krijgen om zich te ontwikkelen: “Zo heb ik me meteen aangemeld voor de cursus Gespecialiseerd Verzorgende Psychogeriatrie. Daar heb ik veel van geleerd. Vroeger werkten we met een kaartje dat we afwerkten: om zeven uur los je die en die af, dan ga je een bepaalde bewoner wekken. Nu kijk ik eerst heel zachtjes om de hoek of meneer nog slaapt. Als dat zo is, kom ik later terug. Ik probeer aan te sluiten op het leefritme van onze bewoners.”
Een lid van de Cliëntenraad ziet deze ontwikkeling ook: “De rollen zijn nu omgedraaid: de medewerkers zijn meer en meer ‘te gast’ bij de bewoners. Bewoners wonen niet zozeer binnen de instelling, de medewerkers werken bij hén.”

Zelf dweilen
Diny Drost vertelt over het effect van het kleinschalig wonen op haar werk: “We doen het nu meer samen. We staan open voor wat bewoners nodig hebben, bijvoorbeeld vanuit hun geloof. Als je dat zelf niet kunt bieden, zoek je een collega op die even inspringt. We vullen elkaar goed aan, iedereen is wel ergens goed in.” Ze noemt ook een voorbeeld dat er op de vloer geknoeid was en dat een nieuwe collega aanvankelijk een medewerker van de huishoudelijke hulp erbij wilde halen, met een dweil. “Toen heb ik gezegd dat we dat hier zo niet meer doen, dat we zoiets zelf even opruimen. De collega van de huishoudelijke dienst was bezig met de lunch, die ga je niet zomaar storen. De saamhorigheid is echt toegenomen sinds we als team verantwoordelijk zijn voor onze huiskamer.”

Gerke de Boer, de man achter de e-learning, vindt dit een mooi voorbeeld van hoe de zorg in de toekomst moet gaan werken. “Samen oplossingen zoeken, daar gaat het om. Dat is de gedachte achter het Kwaliteitskader, daar gaat de Inspectie ook op toetsen.”

Regionale kruisbestuiving

Bestuurder Febo Emmelkamp merkt nog op: “We waren heel blij met de projectbegeleiding vanuit Waardigheid & Trots. Maar de kruisbestuiving, het uitwisselen van kennis tussen de diverse deelnemende organisaties, is naar mijn gevoel niet helemaal uit de verf gekomen. Ik denk dat daar nog kansen liggen voor de toekomst.”

Artikel door Linda van Ingen

Meer weten

Geplaatst op: 17 november 2017
Laatst gewijzigd op: 7 augustus 2019