Boarnsterhim State: Sociale quarantaine en heel veel bloemen

In de serie ‘Verpleeghuiszorg in tijden van het coronavirus’ vragen we aan drie zorgorganisaties hoe het gaat en wat zij doen om de kwaliteit van zorg te behouden. In het tweede deel: Boarnsterhim State in het Friese dorpje Aldeboarn. Zorgsecretaresse Aleida Nijholt vertelt over de gevolgen van het coronavirus in hun locatie.

Boarnsterhim State is een klein verpleeg- en verzorgingshuis met 15 appartementen. Het huis maakt deel uit van Valus Zorggroep die verspreid over Nederland vijf locaties heeft.

Lees hier het eerste deel van ‘Verpleeghuiszorg in tijden van het coronavirus’:

Hoe is het in midden-Friesland met het virus?

‘Het virus komt steeds dichterbij. In Akrum, 5 kilometer hier vandaan, is het al gesignaleerd. Maar de situatie hier in Friesland is niet te vergelijken met die van Noord-Brabant.’

Wat nemen jullie voor maatregelen om het virus buiten de deur te houden?

‘We volgen de maatregelen van het RIVM. Sterker nog, we kwamen eerder dan de RIVM-adviezen al in actie. De bezoekersstop hadden we een dag voor het landelijke verbod ingesteld. We zijn daar heel strikt in. Verder wassen we onze handen vaker en overal in huis staan desinfectiepompjes, ook bij de entree. Drie keer in de week desinfecteren we alle tastplekken in het hele gebouw. Twee tot drie keer in de week hebben we met ons coronateam een conference-call met de andere coronamedewerkers van onze organisatie.’

Ook minder voor de hand liggende maatregelen?

‘We hebben voor collega’s en hun gezinnen sociale quarantaine ingesteld. Dat wil zeggen dat je niet naar verjaardagen gaat en bijvoorbeeld niet naar de nagelstyliste. Maar ook is het niet de bedoeling dat je als werknemer van Boarnsterhim State naar andere werkadressen toegaat. Medewerkers kunnen vanwege het virus ook tijdelijk intern wonen. Dat maakt het risico van besmetting buiten de deur nog kleiner. Collega’s kunnen dan in een van onze zorghotelkamers verblijven en draaien dan vijf diensten achter elkaar. Een paar collega’s doen dat al zo. We hebben gelukkig nog geen zieke medewerkers. Daarnaast werken we met twee stagiaires. Die blijven vooralsnog gewoon aan het werk. Vrijwilligers hebben we wel naar huis gestuurd.’

Klinkt solide. Maar toch, jullie zijn een klein team. Elke uitvaller tikt zwaar aan.

‘Daar hebben we ook aan gedacht. Ons hoofdkantoor staat in Naarden. Die collega’s werken nu vanuit huis. De afspraak is dat zij in onze tehuizen bijspringen zodra dat nodig is. Geen zorgtaken, maar huishoudelijke taken en de begeleiding van onze bewoners.’

Hoe ervaren bewoners de situatie?

‘Er is geen paniek en er wordt niet geklaagd. Wel merken we dat het ze bezighoudt. We proberen er het beste van te maken. We koken nog elke dag met verse spullen voor de warme maaltijd tussen de middag.

Er is bezigheidstherapie en we doen veel dingen samen. Wel komen de kapster, de pedicure meer en de fysiotherapeut niet meer langs. Voor de familie hebben we een besloten Facebook-pagina. Daar zetten we foto’s en filmpjes op. En we hebben apparatuur neergezet zoals de eerste contactpersonen videogesprekken met hun naasten kunnen voeren.’

Wat vinden de mantelzorgers en de mensen in het dorp ervan?

Mantelzorgers begrijpen dat we nu even streng moeten zijn. Mensen uit het dorp reageren hartverwarmend. We krijgen bossen bloemen met kaartjes waarop staat ‘Wij denken aan jullie’ en ‘Jullie doen goed werk’. O ja, we kregen ook nog vier dozen mondkapjes uit het dorp. Van een bedrijf dat ze nu even niet nodig had. Heel bijzonder dat meedenken. Ik denk dat meespeelt dat we hier op het platteland zitten waar de verbondenheid groter is dan in de stad. Het is een gekke tijd, maar we merken dat misschien juist daardoor de band tussen de medewerkers nog sterker wordt. We weten dat we er samen voor staan.’

Door: Rob van Es

Meer weten


Geplaatst op: 30 maart 2020
Laatst gewijzigd op: 31 maart 2020