Obesicare in zorgexpertisehuis Liduina van Zorggroep Elde

Het aantal mensen met overgewicht groeit. Dat vraagt op meer plekken in de zorg om aanpassing. Zorggroep Elde biedt in zorgexpertisehuis Liduina ‘Obesicare’; de zorg voor bewoners met obesitas in een verpleeghuis. In Liduina heeft 20% van de bewoners obesitas, dat wil zeggen een BMI van boven de 30. 4% heeft morbide obesitas (BMI >40). Jef Mol, directeur Zorg, Wonen en Behandeling bij Zorggroep Elde vertelt aan Mark van Driest, Inkoper Langdurige Zorg bij Zorgkantoren Coöperatie VGZ hoe zijn organisatie specifieke expertise voor deze groep mensen heeft opgebouwd, en hoe bijvoorbeeld materiaal en mankracht gefinancierd worden.

Geen hulpmiddelen, geen technieken

Mol: “In 2013 werd een mevrouw door zes brandweermannen uit haar huis gehaald en naar ons gebracht. Ze kwam op een somatisch crisisbed terecht, maar dat kon haar gewicht niet aan. De tilliften voldeden niet. Medewerkers hadden geen technieken om er op een goede manier mee om te gaan. We zochten tips en tricks, maar ontdekten dat er weinig expertise is op dit vlak. Leveranciers van hulpmiddelen in Nederland konden ons niet verder helpen.”

“In Amerika is al meer ervaring met obese mensen. Daar zijn we uiteindelijk goed geadviseerd en geholpen. We hebben het snel en praktisch opgepakt. Daardoor zijn er heel veel handigheidjes ontdekt. Je moet wel goed naar medewerkers luisteren. Ga maar eens werken met iemand van 260 kilo. Als je dan geen goede hulpmiddelen hebt, zakt de motivatie snel weg. Als een medewerker zegt dat iets nodig is, faciliteren we dat. Dat kweekt goodwill. Medewerkers zijn zich echt wel bewust van het zinnig en zuinig inzetten van extra middelen. We hebben onder meer speciale tilbanden, bijvoorbeeld om een been van 80 kilo op te tillen en de onderkant te kunnen wassen. Zo kan een medewerker het toch in z’n eentje doen. Soms ontkom je er niet aan om zorg met z’n tweeën te doen, maar dat is altijd een bewuste keuze. Het geeft meer rust in een verzorgingssituatie als er één medewerker is. Voor de bewoner is dat fijner.”

Kennis vastleggen

Mol: “Wij zijn gewoon begonnen omdat we een cliënt hadden. Pas in tweede instantie realiseerden we ons welk trend erachter zit. Toen hebben we werkgroepen geformeerd. Zo ontstond een club mensen die hun schouders eronder zetten, een specialist ouderengeneeskunde, een ergotherapeut met veel passie, een stafverpleegkundige.”

“We hebben nu de ervaring met een aantal patiënten. Om maar wat te noemen: als iemand intramusculaire medicatie nodig heeft, een injectie in een spier, bereik je die spier niet zomaar bij iemand met obesitas. Reanimeren is moeilijker bij iemand met obesitas. Zo hebben we allerlei kennis opgedaan over de zorg voor deze doelgroep. Zoveel mogelijk van die kennis hebben we geprobeerd vast te leggen. Ook zijn we de zorg gaan uitwerken, vanuit behandelperspectief (de artsen, de fysiotherapeuten, de psycholoog, de diëtist) en voor de medewerkers die de dagelijkse zorg leveren. Onze medewerkers zijn erop getraind door een vaste samenwerkingspartner voor scholing.”

“Kennis en expertise opbouwen en delen, dat zie ik ook echt als onze opdracht. De aanvragen komen nu los. Ik denk dat we dit jaar al negen werkbezoeken hebben gegeven.
Aan professionals uit het hele land hebben we een soort workshop gegeven. En wij worden uitgedaagd door kritische vragen van de bezoekers. Daar leren wij ook weer van.”

Bron: Dit artikel is overgenomen van metzorgonline.nl, het digitale magazine over langdurige zorg van Zorgkantoren Coöperatie VGZ.

Meer weten


Geplaatst op: 10 januari 2017
Laatst gewijzigd op: 11 januari 2017