Huilen van blijdschap om je eigen beweegprestaties

Het is belangrijk om ouderen te helpen hun vitaliteit zoveel mogelijk intact te houden door te bewegen. Verpleeghuis Oudshoorn heeft hiervoor een beweegbeleid, waarin de beweegagogen een belangrijke rol spelen. ‘Het is mooi om te zien hoe een bewoner geëmotioneerd raakt van zijn eigen prestaties.’

De medewerkers leveren zorg, de vrijwilligers bieden ondersteuning en de fysiotherapeuten zijn er voor de bewoners als die klachten aan het bewegingsapparaat hebben. Maar wie zorgt ervoor dat de bewoners bewegen om zoveel mogelijk fit te blijven? Bij Verpleeghuis Oudshoorn, onderdeel van Alrijne, zijn dit de drie bewegingsagogen. ‘We hebben hiervoor een beweegbeleid geschreven. Hierin hebben we heel duidelijk de taken van de verschillende partijen beschreven en het bewegen van  onze bewoners gewaarborgd’, zegt Azmi Alubeid, een van de beweegagogen. ‘Daarom vallen we ook niet onder de behandelaars, maar onder het welzijnsteam. Dit garandeert dat we in ons werk het welzijn van de bewoner centraal kunnen stellen.’ Oudshoorn geeft hiermee concreet invulling aan het onderwerp beweging in het verpleeghuis binnen het Kwaliteitskader verpleeghuiszorg.

Bewegen bij Alrijne

Vitaliteit behouden

De drie beweegagogen van Oudshoorn hebben een duidelijk doel: de maximale benutting van de bewegingsmogelijkheid die een bewoner heeft. ‘Het gaat om doelstellingsgericht bewegen om spierkracht en uithoudingsvermogen op peil te houden’, zegt Alubeid. ‘Onze bewoners zijn mensen met dementie, dus verbetering van de conditie is slechts in een beperkt aantal gevallen mogelijk. Maar dit betekent zeker niet dat je niets kunt doen voor deze mensen. Vitaliteit behouden is het uitgangspunt. Door ze te laten bewegen, dragen we ertoe bij dat ze optimaal van hun leven kunnen blijven genieten.’

De praktische invulling hiervan sluit volledig aan op wat de bewoner kan en wil. Alubeid: ‘De een is al actief en weet precies wat hij wil, de ander is introvert of sociaal geïsoleerd en moet dus echt worden meegenomen in het proces. Het begint ermee dat mensen er vooral plezier aan beleven. Het valt me altijd op hoe vaak het lukt om met respect en de juiste bejegening mensen mee te krijgen naar de beweegruimte. De speciale rollator die we hiervoor met vrolijke kleuren hebben opgetuigd als sportrollator, helpt hier vaak bij.

Toch was het in het begin wel lastig natuurlijk. Je moet aanvoelen hoe je mensen met dementie moet benaderen, je moet een band opbouwen. Soms ga je eerst gewoon bij iemand zitten voor een gesprekje. En dan zeg je na verloop van tijd: “Zullen we even de gang op lopen?”. Je moet het juiste woord vinden, het woord dat de bewoner accepteert. Voor de een is dat “therapie”, terwijl de ander dat juist niet wil horen en liever “bewegen” gebruikt. Natuurlijk handelen we hierbij met wederzijds respect. Als iemand echt niet wil, moeten we dat accepteren. Maar het is dan wel altijd de beslissing van het hele team én de bewoner en diens familie, want niet bewegen betekent spierafbraak en afhankelijkheid. Bij deze mensen probeer je de momenten te benutten waarop ze wel ontvankelijk zijn.’

Azmi Alubeid van Alrijne

Functioneel gericht bewegen

Bewegen hoort gewoon bij het patroon van de dag, stelt Alubeid. Hij legt uit: ‘We sporen mensen aan om zoveel mogelijk zelfstandig te doen: brood smeren, kleding aantrekken, scheren, helpen met tafel dekken. Functioneel gericht bewegen dus. Als het ontbijt achter de rug is en wij in beeld komen, kunnen we de ene bewoner meenemen naar de beweegruimte, maar treffen we de andere nog in bed aan. Kan of wil iemand daar niet uitkomen, dan kunnen we ontspannings- of sportmassage bieden. Aanraking is immers ook belangrijk. We proberen alle bewoners twee keer per week in een groep te hebben en eens per week individueel te zien. De groepen zijn zo ingedeeld dat er mensen met dezelfde beperking inzitten. Dit betekent dat we de beweegactiviteiten hier zo goed mogelijk op kunnen aanpassen. Met iemand die niet naar de Beweegactiviteit wil, proberen we wat anders. Even over de gangen lopen bijvoorbeeld, of met de duofiets naar buiten. We zitten niet zo gauw zonder opties; als beweegagogen zijn we er immers op getraind om ons voortdurend aan de situatie aan te passen. We gebruiken zelfs virtual reality-brillen. Hiermee kan iemand een spel spelen waarin hij bijvoorbeeld op een object moet schieten of met een zwaard ballonnen moet stukslaan. Bewegen is dus echt veel meer dan alleen sporten.’

Emotionele momenten

Vrijwilligers vervullen voor de beweegagogen in Oudshoorn een belangrijke functie. ‘We trainen hen om bijvoorbeeld de duofiets te gebruiken, of de rolstoelfiets’, zegt Alubeid. ‘Ook familieleden proberen we te betrekken. Je ziet vaak dat kinderen niet meer weten wat ze moeten doen als een gesprek met hun vader of moeder door de dementie niet meer lukt. Samen bewegen is dan een mooie manier om toch contact te behouden. Je ziet ook hoeveel het doet met bewoners. Aanvankelijk dacht ik zelf: waarom moet je die oude mensen lastig vallen. In mijn cultuur – ik kom uit Palestina – is het gebruik hen juist met rust te laten, omdat ze hun hele leven al hebben gewerkt. Maar nu merk ik dat ze helemaal niet willen stilzitten. Soms leidt het bewegen juist tot emotionele momenten. Laatst begon een man te huilen van blijdschap om zijn prestaties. Ook daarvoor moet ruimte bestaan. En zoiets raakt mij ook. Je bouwt echt een vriendschappelijke betrokkenheid op met iemand die je al langere tijd helpt.’

Alles is bewegen

Inmiddels begint het ook buiten Oudshoorn aardig op te vallen wat de drie beweegagogen daar doen. ‘Dat heeft onder andere te maken met de Facebook pagina Alles is leven, die we hebben aangemaakt’, zegt hij. ‘De filmpjes die we daarop tonen hebben blijkbaar collega’s aan het denken gezet. Ze leiden vanzelf tot de vraag ons verhaal te delen. Dat doen we graag op de congressen waarvoor we worden uitgenodigd.’

Interview door Frank van Wijck

Meer weten

Geplaatst op: 30 januari 2018
Laatst gewijzigd op: 13 november 2019