Cultuurspecifieke zorg bij Raffy: de geuren en kleuren van vroeger

Woonzorgcentrum Raffy in Breda biedt cultuurspecifieke zorg aan Indische en Molukse ouderen. Van aromatherapie tot tropische planten: alles ademt de sfeer van Nederlands-Indië. Ook dankzij de geduldige medewerkers die hun eigen taal spreken, voelen de bewoners zich hier helemaal thuis.

Het is nog lang geen etenstijd, toch ruikt het in de centrale hal naar kruiden en specerijen. Het is ook wat de familie van bewoonster mevrouw Maas-Bronckers meteen opviel, toen zij haar voor het eerst kwamen bezoeken in woonzorgcentrum Raffy. ‘Het ruikt hier Indisch, zeiden ze direct’, vertelt ze. Mevrouw Maas-Bronckers is geboren in Nederlands-Indië, en woont sinds 1950 in Nederland. Nu is ze 93 jaar, en in Raffy blijft ze tot aan haar dood, zegt ze opgewekt. ‘Wij Indischen zitten nou eenmaal het liefste bij elkaar.’

Ook in de inrichting ziet Raffy er anders uit dan een regulier woonzorgcentrum. Warme aardkleuren, tropische planten, een papegaai in een kooi. En overal schilderijen, beelden en andere versieringen uit Nederlands-Indië. Een groot deel van de medewerkers heeft zelf ook een Indische, Molukse of Indonesische achtergrond. Erg prettig, vindt mevrouw Maas. ‘De Nederlandse verzorgers zijn ook uitstekend hoor’, haast ze zich te zeggen. ‘Maar het is fijn om Maleis te kunnen spreken. En ze zijn allemaal zo vriendelijk en geduldig.’

Winkel in Raffy

Menselijke zorg

Dat herkent Dorien van Hal. Zij werkt sinds drie jaar bij Raffy als gespecialiseerd verzorgende psychogeriatrie (GVP). ‘Hier is de zorg nog menselijk’, vindt ze. ‘Dat zit hem in een respectvolle houding naar elkaar. Iedereen laat elkaar in zijn of haar waarde en benadert elkaar vriendelijk. Het gaat ook allemaal wat meer op het gemak, we nemen meer tijd voor de bewoners.’

Dat valt vooral de medewerkers op die hiervoor in de reguliere zorg hebben gewerkt, merkt Gert van der Pluijm, al twintig jaar directeur bij Raffy. ‘Onze Indonesische medewerkers zouden het liefst nog veel meer tijd aan de bewoners willen besteden.’ Zij hebben totale aandacht voor iedere bewoner in zich, vertelt hij. ‘Een Indonesische medewerker is nooit bezig met de persoon waar hij hierna naartoe gaat. De bewoners merken dat. Zij voelen zich gezien en geliefd.’ Het is maar een van de vele cultuurverschillen die Raffy onderscheidt van reguliere woonzorgcentra. ‘Het meest wezenlijke is dat we mensen ontmoeten in het leven dat ze altijd geleefd hebben’, vertelt Van Der Pluijm. ‘Het Indische en Molukse zit in de genen van onze organisatie. Mensen met dementie voelen zich hier thuis, ze herkennen de kleuren en geuren van vroeger.’

Candra Sumarta werkt als eerst verantwoordelijk verzorgende (EVV) bij Raffy. Hij kwam een paar jaar geleden zelf vanuit Indonesië naar Nederland. Hij koos heel bewust voor Raffy. ‘Ik werk hier met veel plezier, omdat de bewoners mij aan mijn eigen opa en oma doen denken. Door de taal kunnen we goed contact met elkaar maken.’ Dat komt nog wel eens van pas, ziet Dorien van Hal, als een bewoner onrustig of angstig is. ‘Ik roep dan vaak even iemand erbij die de taal spreekt.’ Ook kennis van de Indische geschiedenis is belangrijk, omdat er trauma’s en vervelende herinneringen naar boven kunnen komen. Hier krijgen alle nieuwe medewerkers een training over.

Yudi en Dorien met bewoonster

Meer druppeltjes dan medicijnen

Raffy biedt de bewoners ook complementaire zorg aan, zoals handmassage en aromatherapie. ‘Dat werkt goed als mensen pijn hebben of onrustig zijn. Vroeger zouden we dit al snel medisch behandelen, nu worden hier meer aromatische druppeltjes verspreid dan pillen geslikt’, lacht Gert van der Pluijm. Dit is overigens een groot verschil met hun Turkse vestiging Lâle, die verderop in een ander gebouw zit. ‘Daar ligt het medicijngebruik veel hoger, en zie je veel meer doktoren in witte jassen rondlopen’, vertelt Van Der Pluijm. ‘Een Turks of een Indisch-Moluks woonzorgcentrum is een totaal andere tak van sport. Dat komt omdat we niet aan cultuursensitieve zorg doen, maar aan cultuurspecifieke. Dat is heel wat anders. Cultuursensitieve zorg houdt alleen rékening met culturele aspecten, maar wij bieden de hele culturele ervaring.’

Dus komt er een dominee om een kamer te reinigen met gezegend water als er iemand is overleden. En kunnen de bewoners iedere dag kiezen tussen Indisch of Nederlands eten. Zijn er regelmatig muzikale optredens, waarbij ook wordt gedanst. Is er buiten een kas om orchideeën in te kweken. Vindt er jaarlijks een grote Pasar – markt – plaats, waar honderden mensen uit de buurt op afkomen. En zijn twee groepen bewoners vorig jaar op vakantie geweest naar Bali.

Mevrouw Maas

Mevrouw Maas-Bronckers

Landelijke training

Deze cultuurspecifieke aanpak sluit goed aan bij persoonsgerichte zorg, vertelt beleidsmedewerker  Cantal van Vliet. ‘De oprechte aandacht die wij bewoners geven is een hele mooie basis daarvoor. Als we medewerkers vragen wat ze over de bewoners weten, merk je dat ze meteen enthousiast worden. Want daar doen ze het voor.’ En dat levert mooie dingen op, ziet Van Vliet. ‘Zo hebben ze een bewoonster die vroeger lerares was, gevraagd of ze de medewerkers Maleise woordjes wil leren. Daarmee geef je iemand de kans om zich nuttig te voelen en mens te zijn.’

Dat hun aanpak Indische en Molukse ouderen aanspreekt, blijkt wel uit de lange wachtlijst met potentiële bewoners. Raffy en de andere Indische huizen kunnen door hun capaciteit en ligging nooit alle Indische Nederlanders de juiste zorg bieden. Daarom heeft Raffy samen met de Landelijke Stuurgroep Molukse Ouderen en stichting Pelita een landelijke training voor reguliere verpleeghuizen ontwikkeld. Onder de naam Djalan Pienter (De slimme weg) bieden zij scholing en advies over de Indische en Molukse cultuur, achtergrond en geschiedenis.

Ondertussen is het nu wel bijna tijd voor de lunch, en druppelt de grote ontmoetingsruimte langzaam maar zeker vol mensen. Mevrouw Maas-Bronckers kiest meestal voor het Indische menu. ‘Thuis at ik bijna altijd Hollands hoor. Die Indische keuken is zoveel werk. Maar nu kan ik er lekker van genieten.’

Spekkoek en kroepoek bij raffy

Scan Kwaliteitskader Verpleeghuiszorg

Om de kwaliteit van hun eigen zorg te vergelijken met andere verpleeghuizen meldde Raffy zich aan voor het programma Waardigheid en trots op locatie. ‘Uit de scan bleek dat we alle risicovolle processen heel goed in beeld hebben’, vertelt Van Der Pluijm. ‘Mogelijkheden tot verbetering liggen bij ons vooral in de twee laatste fasen van de kwaliteitscyclus: de evaluatie en de borging. En dat klopt, dat herkennen we. We hebben een hekel aan papierwerk en zijn gauw geneigd nieuwe ideeën ten uitvoer te brengen, zonder eerst terug te kijken op hoe vorige ideeën hebben uitgepakt.’

Om dit te verbeteren heeft Raffy een lichte vorm van ondersteuning bij Waardigheid en trots op locatie aangevraagd. ‘We hopen dat dit toegezegd wordt. En dan beginnen we eerst klein, op de afdelingen zelf.’

Video: Raffy over deelname aan Waardigheid en trots op locatie

Congres Thuis in het Verpleeghuis

Ook mee doen aan Waardigheid en trots op locatie?

Voldoet uw locatie aan  het Kwaliteitskader verpleeghuiszorg? Tijdens het congres Thuis in het Verpleeghuis kan je meer leren over het ondersteuningsprogramma Waardigheid en trots op locatie en het kwaliteitskader. Kom naar de volgende sessies:


Kom ook naar het kennisfestival

Raffy staat op het kennisfestival van het congres! Meer weten over cultuurspecifieke en persoonsgerichte zorg? Kom kijken hoe Woonzorgcentrum Raffy dit sinds de jaren ’50 aanpakt voor de Indische en Molukse ouderen en sinds 2009 voor de Turkse ouderen op haar locatie Lâle.

Kom en laat je inspireren op maandag 1 juli 2019 in de RAI te Amsterdam.

Door: Rinske Bijl

Meer weten:


Geplaatst op: 13 mei 2019
Laatst gewijzigd op: 21 augustus 2019