‘Bewoners fixeren met een Zweedse band, dat is echt helemaal niet nodig’

Elke dag worden er nog bewoners van psychogeriatrische verpleeghuizen gefixeerd met een Zweedse band. “Het is niet gezegd dat die allemaal lang worden gefixeerd. Het kan ook om een kwartiertje gaan. Maar bewoners fixeren met een Zweedse band, dat is echt helemaal niet nodig”, zegt Math Gulpers.

Hij is directeur van verpleeghuis Lückerheide in Kerkrade (MeanderGroep). Dit verpleeghuis telt 240 bewoners, verspreid over verschillende woongroepen. Zo zijn er vijf kleinschalige woongroepen voor mensen met dementie, een aparte woongroep voor jong dementerenden en een afdeling voor mensen met Korsakov. Tot slot wonen hier mensen afkomstig uit de psychiatrie. In de Lückerheide is de onrustband volledig uitgebannen, evenals in de andere verpleeghuizen van de MeanderGroep. Math Gulpers heeft zich daar jarenlang voor ingespannen: samen met de Universiteit Maastricht ontwikkelde hij de Exbelt-methode waar hij in 2013 op promoveerde. Exbelt staat bij Vilans geregistreerd als effectieve interventie ‘Stoppen met het gebruik van bandenfixatie in psychogeriatrische verpleeghuizen’.

“We waren gefixeerd op fixeren”

Math Gulpers werkte zelf ooit als leerling-verpleegkundige in de zorg toen de Zweedse band nog volop gebruikt werd. “Dan reed ik na de avonddienst op mijn brommer naar huis en dacht ik: heb ik de banden wel goed afgesloten en dat bedhek goed omhoog gedaan? Dan ging ik toch maar even terug om te controleren of alles goed was. We waren gefixeerd op fixeren”, blikt hij terug. Ine Smeets, stafverpleegkundige van de Lückerheide, knikt. Zij werkte jarenlang als verpleegkundige niveau 4 in de zorg, onder andere op de geriatrische afdeling van een ziekenhuis. “Zweedse banden en bedhekken waren heel gewoon. Ik herinner mij nog goed een man die zich altijd hevig verzette. Hij krabde mijn armen open. Dat was heel heftig.” Toen ze vervolgens in de Lückerheide aan de slag ging, werden bewoners hier nog regelmatig gefixeerd. “Daar waren we ook voor opgeleid. We dachten dat het veilige zorg was. Waren bang dat bewoners zouden vallen en iets zouden breken. In die tijd hoefde je voor fixatie ook nog geen toestemming te vragen aan de arts”, vertelt Ine Smeets.

Math Gulpers en Ine Smeets van MeanderGroep Zuid-Limburg

“Eerste interventies leverden niets op”

Inmiddels zijn Math Gulpers en Ine Smeets grote tegenstanders van fixatie. Het is niet nodig en doet de bewoners ook helemaal geen goed. Want als zij zich niet vrij kunnen bewegen, worden ze doorgaans onrustig. Hun eetlust neemt af en constant gefixeerd liggen of zitten, tast hun spiermassa aan. En dat vergroot juist de kans op een breuk bij een valpartij. De MeanderGroep heeft de Zweedse band daarom verboden, evenals plankstoelen, verpleegdekens en spanlakens. In een uiterst geval wordt in piekuren wel eens een (rol)stoel met tafelblad toegestaan. En ’s nachts, bij iemand die erg vaak opstaat en valt, wordt wel eens een tentbed ingezet: een bed met een rechthoekige ‘tent’ waar je niet uit kunt stappen. Zo kan iemand tot rust komen en kan het dag-nacht-ritme herstellen waardoor het valgevaar afneemt.

De Innovatiekring Dementie (IDé) heeft de MeanderGroep het waarborgzegel Fixatievrije Zorginstelling 3 sterren toegekend. Dit betekent onder andere dat de organisatie vrijheid beperkende middelen heeft teruggedrongen, een terughoudend medicatiebeleid hanteert en bewoners stimuleert om te bewegen.

De MeanderGroep werkt al jaren samen met de Universiteit Maastricht om de zorg voor ouderen te verbeteren. Zo was Jan Hamers, hoogleraar ouderenzorg, vanaf het begin vertegenwoordigd in de werkgroep Zorgonderzoek van de organisatie. En dus betrokken bij het ontwikkelen van interventies gericht op het terugdringen van vrijheid beperkende maatregelen. “De eerste interventies leverden niets op, heel frustrerend. Toen heb ik besloten om er op de moeilijkste afdeling beleid van te maken. Gewoon, door die band helemaal te verbieden”, zegt Math Gulpers.

Hoog laag bed bij MeanderGroep

“Van twaalf naar nul banden”

Dit verbod vormt nu een belangrijk onderdeel van de Exbelt-methode, evenals de intensieve scholing van de zorgverleners. Verder zijn alternatieve middelen vereist, zoals hoog-laagbedden en infrarood alarmsystemen. Ook is het consulteren van gespecialiseerde verpleegkundigen of managers belangrijk. Op het eerste oog een overzichtelijk lijstje, maar Math Gulpers en Ine Smeets weten dat het volledig uitbannen van de Zweedse band niet eenvoudig is. “Destijds gingen we in één maand van twaalf naar nul Zweedse banden op die moeilijke afdeling. Twee maanden later werd er toch weer iemand met een band gefixeerd. De familie kon er niet aan wennen. Dat was ook wel begrijpelijk. Eerst vertel je jarenlang dat je iemand moet fixeren en dan zeg je plotseling: we doen het niet meer.” Het was een belangrijke les, zegt Math Gulpers. “Je moet het beleid goed communiceren en beseffen dat het voor medewerkers en familie lastig is om die knop om te zetten. Wat als er iemand in mijn avonddienst valt, zegt een medewerkster dan. Ja, de kans dat iemand valt, blijft bestaan. Daar moet je eerlijk over zijn, ook tegen de familie. Al is het wel goed om te beseffen dat het risico op vallen dus niet toeneemt als we mensen niet meer fixeren. Dat toont onderzoek duidelijk aan.”

Kast met knuffels bij MeanderGroep Luckerheide

“Goede communicatie is heel belangrijk”

Ine Smeets specialiseerde zich de afgelopen jaren in het terugdringen van vrijheid beperkende middelen en heeft inmiddels tal van collega’s geschoold. Ook vertegenwoordigt ze de MeanderGroep in de Academische Werkplaats Ouderenzorg, waarin de Universiteit Maastricht samenwerkt met de verpleeghuizen in Zuid-Limburg. De afgelopen jaren trok ze regelmatig het land in om organisaties te adviseren over fixatievrije zorg. “Een goede communicatie met de familie is heel belangrijk. Je moet het beleid goed uitleggen. Zelf kijken we nu ook heel anders naar bewoners. We proberen risicogedrag op te lossen met bijvoorbeeld fysiotherapie of ergotherapie. En alle maatregelen die we treffen, evalueren we met de arts.”

Zelf herinnert Ine Smeets zich nog goed hoe het verbieden van de Zweedse band op die moeilijke afdeling destijds weerstand opriep. “Sommige medewerkers zeiden: niet in mijn avonddienst. Als ik daar nu met die medewerkers op terugkijk, zeggen ze allemaal: we maakten ons toen zoveel zorgen en dat was helemaal niet nodig. Het denken in het fixeren van bewoners met banden is hier helemaal verdwenen.”

Math Gulpers gaat tijdens het congres van Kwaliteit en veiligheid In Zorg (KIZ) op 5 november in op de Exbelt-methode als effectieve interventie.

“Ik vond het verschrikkelijk als ze gefixeerd werd”

De ouders van Yvonne Hamers wonen nog thuis, met hulp van de thuiszorg. Die helpt haar dementerende moeder (90) met wassen, aankleden en de medicatie. “De afgelopen jaren is mijn moeder verschillende keren opgenomen in het ziekenhuis na ernstige valpartijen. Ze is regelmatig gefixeerd. Met bedhekken en soms ook met banden. Of in een stoel met tafelblad. Ik vond het verschrikkelijk”, vertelt haar dochter.

Portret van Yvonne Hamers van MeanderGroep

Moeder valt regelmatig, vaak met ernstige gevolgen. Ze brak haar heup aan beide zijden en bij de meest recente val ontstond een scheur in haar bekken. “Ze lag toen bijna zes weken in het ziekenhuis, te wachten op een opname in de Lückerheide. Ik had daar goede verhalen over gehoord. Ik wilde niet meer dat ze werd verwezen naar de revalidatiekliniek waar ze eerder lag. Ik vond de zorg daar niet goed.”

Haar moeder weegt weinig, is heel beweeglijk en werd de afgelopen jaren bij opnames regelmatig gefixeerd. “Dan probeerde ze over die bedhekken heen te klimmen en viel ze weer. Of ze kreeg blauwe plekken van het trekken aan die banden. De laatste keer in het ziekenhuis zat ze vast in een rolstoel met tafelblad. Ze werd er heel onrustig van, boos. Begreep het ook niet.” Dat had ook grote impact op haar dochter. “Ik werd er heel verdrietig van, depressief”, vertelt Yvonne Hamers. Wel is ze positief over het tentbed waar haar moeder tijdens de laatste ziekenhuisopname in lag. “Ik was bang dat ze weer zou vallen, net als mijn vader. Ik had er zelf om gevraagd. Ik zei tegen mijn moeder: mam, je gaat kamperen. Het is net een tent. Je kunt ook door het gaas kijken. Ze vond het prettig, ze kon zich vrij bewegen. Ik denk dat ze zich geborgen voelde.”

In de Lückerheide bleek het tentbed niet nodig, moeder kreeg een laag bed.

“Daar kun je eigenlijk niet echt uit vallen. Wat ik ook heel fijn vond, is dat er een camera was. Ze werd ook niet in een stoel vastgezet, mocht hier gewoon lopen. Dat vond ze fijn, ze werd rustiger. Ik moest er zelf wel even aan wennen. Was toch bang voor een valpartij, maar al snel liet ik haar met een gerust hart achter. Ik wist: het is geregeld, geweldig. Ze heeft hier vier weken gerevalideerd. Nu is ze weer thuis, in haar huis met grote tuin. Met de vrijheid die ze gewend is.”

Interview door Karin Burhenne

Meer weten

Geplaatst op: 4 augustus 2016
Laatst gewijzigd op: 15 maart 2019