Kwaliteitsverbetering verpleeghuiszorg

Bewegen en beleven bij Zorggroep Oosterlengte

De nieuwbouwlocatie Old Wolde van Zorggroep Oosterlengte in Winschoten biedt met zijn ruime opzet een ideaal uitgangspunt om invulling te geven aan het thema “bewegen en beleven”. Alle medewerkers worden nu geschoold op het thema bewegingsgerichte zorg.

Soms moeten dingen gewoon zo zijn. Meindert Bolt begon zijn carrière als arts-cardiologie UMCG, maar stond op een gegeven moment op een kruispunt. Zijn aandacht verschoof gaandeweg van strikt alleen het hart naar de revalidatie in bredere zin en in dat proces kreeg hij steeds meer oog voor het belang van de bejegening van de patiënt en voor diens omgeving. Hij wilde ook weten wat die bejegening en die omgeving doen voor mensen met dementie, en besloot specialist ouderengeneeskunde te worden. En nu is hij in die functie werkzaam bij Zorggroep Oosterlengte en is hij sinds kort directeur behandelzaken binnen de Oosterlengte. ‘Een dokter in de directie van een verpleeghuis’, zegt hij, ‘dat geeft wel aan hoezeer de opvattingen over deze zorg aan het veranderen zijn. Geholpen door het Kwaliteitskader verpleeghuiszorg hoor, dat heeft echt wat in beweging gebracht.’

Alle ruimte

Het eerste wat opvalt als je binnenloopt bij de nieuwe locatie van Oosterlengte aan de Blijhamsterweg in Winschoten, is de ruimte die de brede gangen bieden en het overzicht dat die ruime opzet over een grote lengte biedt. ‘De oude situatie heb ik ook nog meegemaakt hoor’, zegt Bolt, ‘vier mensen op één kamer. Toen deze nieuwbouw in 2013 werd gestart, was de eerste reactie van veel mensen: wat is dit groot. En zo is het idee ontstaan voor wat we de Stadswandeling zijn gaan noemen. De gedachte was: misschien is dit huis wel een stad in de stad. Waarom zouden we die ruimte niet benutten? Die is een prachtige kapstok om de binnenwereld naar buiten te brengen en de buitenwereld naar binnen te halen. In plaats van mensen vrijheidsbeperkende maatregelen op te leggen, kunnen we hen voorzien van een chip in hun kleding waardoor de deur naar de binnentuin open gaat als ze daar langs lopen. Dan prikkel je mensen om die binnentuin te bezoeken in plaats van door te lopen naar de deur die de afdeling afsluit: “niet beperken maar verleiden tot”.

Maar we kunnen bijvoorbeeld ook mensen naar binnen halen om lezingen te geven over de historie van Winschoten die herkenbaar is voor de bewoners. Over de molens die zo kenmerkend zijn geweest voor deze omgeving bijvoorbeeld, de lokale industrie hier maar ook over de periode toen hier in Winschoten veel Joden woonden en de graanrepubliek die hier bestond. Laat mensen maar vertellen, en laat ze maar rondlopen door het gebouw om er een stadswandeling van te maken.’

Het gebouw is niet zo ontworpen, vult Sonja de Vries – fysiotherapeut en procesversneller GRZ en projectleider Waardigheid en trots voor bewegingsgerichte zorg en de Stadswandeling – aan. ‘Maar we hebben wel wat cosmetische ingrepen verricht om aan dat stad in de stad uitgangspunt invulling te geven. We doen ook dingen die je niet echt verwacht in een verpleeghuis. Een roofvogelshow bijvoorbeeld. Als je er de ruimte voor hebt, kan het. En de bewoners vinden het prachtig. Er valt wat de beleven, en dat is wel een van de bedoelingen van het project bewegen en beleven dat we in her kader van het programma Waardigheid en trots zijn gestart.’

Bewegingsgerichte zorg

Roofvogels naar binnen halen zorgt zeker voor een belevenis. En de manier waarop het gebouw is opgezet nodigt mensen ook uit om te bewegen. De Vries: ‘Revalidatie is een van de aspecten van de zorg die wij bieden, dus het is logisch dat we sterk op bewegen gericht zijn. We bieden hiervoor alles wat je normaal in een revalidatiecentrum mag verwachten, maar we bouwen ook extra’s in. In de vloer staat bijvoorbeeld gemarkeerd wat de loopafstand is van de kamers van de revalidanten naar de eetruimte. Veertig meter vanaf de meest ver weg gelegen kamer. Misschien redt iemand in het begin tien meter. De uitdaging is dan natuurlijk er twintig van te maken. Een ander voorbeeld zijn de zebrapaden met werkende verkeerslichten die we nu in onze grote ontmoetingsruimte de Oranjerie gaan aanbrengen. Mensen die revalideren moeten weer leren zelf de straat over te steken en daarbij kan de fysiotherapeut ze helpen. Maar ze moeten dit ook nog eens doen binnen de tijd dat het stoplicht op groen staat, en daarvoor biedt zo’n tikkend verkeerslicht in een veilige omgeving precies de goede uitdaging.’

Breken met bestaande denkpatronen en werkwijzen noemt De Vries dit. Een ander voorbeeld is, bij een rolstoelafhankelijk iemand die van zijn eigen kamer naar de ruimte voor de dagbesteding wil, die persoon niet per se de hele weg in de rolstoel laten zitten. Ze zegt: ‘Als je weet dat die persoon in staat is tien meter lopend af te leggen, zet die rolstoel dan tien meter verderop.’

Scholing

Dit vereist wel dat iedereen om die persoon heen – de medewerkers, de familieleden, de vrijwilligers – moet weten dat het beleid van de organisatie erop gericht is mensen aan te zetten tot beweging. ‘Het doel is dat iedereen rondom de cliënt eind 2017 weet wat bewegingsgerichte zorg is’, zegt De Vries. ‘Best een uitdaging met 550 cliënten, want krijg al die mensen maar eens bij elkaar. We zijn op één afdeling begonnen met een nulmeting voor waar we staan in bewegingsgerichte zorg. De vaste medewerkers daar boden inderdaad bewegingsgerichte activiteiten aan, maar door de druk van de dag zakte de aandacht hiervoor toch weer snel weg. Dan zie je dat een verzorgende toch maar weer even iemand wast die dat best zelf kan, omdat het dan sneller gaat. Je ontneemt dan zo iemand de ruimte om iets zelf te doen, terwijl die er juist trots op is dat te kunnen. Daarom zijn we scholing gaan bieden aan de teams en de familieleden. Daarbij hebben we hen ook laten voelen wat het betekent als alles je wordt afgepakt. Koffie voor ze neer zetten, ook als ze liever thee wilden. Suiker en melk erin en roeren. Meelopen als iemand naar het toilet moest. Ze begonnen ons echt vervelend te vinden. De cliëntenraadsleden keken ons bijna weg toen we voor hen hetzelfde deden.’

Besef kweken

Bolt: ‘De aandacht voor de scholing die we vervolgens zijn gaan bieden werd zó groot dat we dit hier in huis op een gegeven moment niet meer aan konden. Schouwburg De Klinker bood aan ons te helpen, maar een schouwburg biedt weer geen faciliteiten om in parallelsessies te werken. De mbo-campus verderop in de straat gelukkig wel. Met die scholing kweken we bij de teams het besef dat je een dag anders kunt invullen voor een cliënt als je beweging en beleving als uitgangspunt neemt. Maar we leggen ook uit wat het betekent als je een heup breekt, of wat het met je doet als je door dementie langzaam de grip op het leven verliest. Die scholing bieden we aan medewerkers in alle disciplines, ook de mensen van de technische dienst en de vrijwilligers. Het is belangrijk dat al onze medewerkers beseffen wat het betekent om oud en hulpbehoevend te zijn, dat maakt hun werk ook interessanter. En het is belangrijk om dat besef te laten doordringen, want daarmee creëer je weer nieuwe aanwas. Die is ook nodig want na onze generatie moet er weer een volgende komen.’

De stap om deze scholing uit te breiden naar een groter publiek is een logische, stelt Bolt. ‘Iedereen krijgt in zijn omgeving een keer te maken met een kwetsbare naaste’, zegt hij. ‘En dan is het belangrijk te weten dat bewegingsgerichte aandacht voor die persoon beter is dan direct alles uit handen nemen. Het is dus belangrijk dat de familie dezelfde visie heeft op de zorg als de mensen die hier werken.’

Meindert Bolt: ‘Iedereen krijgt in zijn omgeving een keer te maken met een kwetsbare naaste’, zegt hij. ‘En dan is het belangrijk te weten dat bewegingsgerichte aandacht voor die persoon beter is dan direct alles uit handen nemen. Het is dus belangrijk dat de familie dezelfde visie heeft op de zorg als de mensen die hier werken.’

Zeven bouwstenen

De Vries verwijst naar een film die Oosterlengte heeft laten maken om uit te leggen wat bewegingsgerichte zorg inhoudt en hoe de zeven bouwstenen hiervoor van de Inspectie voor de Gezondheidszorg uit 2014 hierin als praktische leidraad hebben gediend. ‘De aandacht voor het onderwerp begint al bij de intake’, zegt ze. ‘we vragen daarbij ook uit wat iemands beweegverleden is en waar iemands interesse ligt in het uitlokken tot beweging. Op alle afdelingen zijn ook fysiotherapeuten benoemd als aandachtsvelders bewegingsgerichte zorg. Van de manier waarop we het gebouw gebruiken om bewegingsgerichte zorg te stimuleren heb ik al een aantal voorbeelden gegeven. Een voorbeeld dat ik hier nog aan kan toevoegen is de trimbaan op de revalidatieafdeling om mensen op basis van een trainingsschema te stimuleren om naast de al aangeboden therapie ook zelf activiteiten te ontplooien. En zo is er nog veel meer. Op de somatische afdeling vier dagen per week een beweeguur bijvoorbeeld. Een buffet voor het ontbijt in plaats van het ontbijt voor iemand op tafel zetten.’

Nu heeft Oosterlengte in Winschoten natuurlijk wel een gebouw tot zijn beschikking dat alle ruimte biedt voor bewegingsgerichte activiteiten. Zo’n gebouw hebben niet alle aanbieders. ‘Die ruimte hebben wij zelf ook niet op al onze locaties’, zegt De Vries. ‘Dan moet je creatief zijn. Op een andere locatie hebben we bijvoorbeeld wel een gang waarin voorzien is in een railing. Die kun je ook gebruiken voor beweegdoeleinden. De ruimte die we hier in Winschoten hebben is een enorme plus, maar er zijn altijd wel mogelijkheden. Soms moet je ook zoeken naar alternatieven dus.’

Interview door Frank van Wijck

Meer weten


Geplaatst op: 12 oktober 2017
Laatst gewijzigd op: 12 oktober 2017