Kwaliteitsverbetering verpleeghuiszorg

Medewerkers Zorgbalans krijgen in één oogopslag een beeld van de bewoner

Wie bij Zorgbalans werkt en contact heeft met een bewoner, kijkt altijd eerst even naar wat op dat moment voor die bewoner belangrijk is. Hierdoor voelen bewoners zich gekend. Slimme software zorgt ervoor dat de informatie altijd up to date is.

Het is nu vijf jaar geleden dat de man van Hanny Visser in een van de huizen van Zorgbalans ging wonen. ‘De ontvangst vond ik heel bijzonder’, vertelt ze. Twee medewerkers stonden klaar om hem te ontvangen en vooraf hadden we al gesprekken plaatsgevonden ter voorbereiding op de opname. We hadden aangeraden gekregen persoonlijke spullen mee te nemen, de tv van onze zoon bijvoorbeeld waar mijn man altijd zo gek op was. Toen hij die zag staan in zijn kamer, zei hij: ‘Gaan jullie maar naar huis, ik ga tv kijken’. Dat was fantastisch. Nu, vijf jaar later, zie ik als ik hier kom – ook als lid van de cliëntenraad en de menucommissie – hoe Zorgbalans zijn best doet om de achtergrond van de bewoners in kaart te brengen: “Wat deed u vroeger?”, “Wat waren uw hobby’s?”. Dat komt nu veel uitgebreider aan bod dan toen. Er is meer contact, daar maken de medewerkers tijd voor. Ze zijn liefdevol naar de bewoners.’ Een bewoner uit Huis ter Hagen erkent dit. ‘De correctheid en de aandacht vielen me direct op toen ik hier kwam wonen’, zegt ze. ‘Dat is nu ik hier bijna een jaar woon nog steeds zo en dat geldt voor iedereen die hier werkt.’

Het begint met een gesprek

Die aandacht voor de bewoners heeft Zorgbalans gefaciliteerd door “In één oogopslag”, een A4 waarop alle op dat moment relevante informatie over een bewoner te vinden is. De medewerker kan dus bij het op bezoek gaan bij een bewoner daadwerkelijk in één oogopslag zien wat voor die bewoner op dat moment belangrijk is. Achter dit beknopte document schuilt een aanpak die veel verder reikt en waarin het softwarepakket Curaweb van Unit4 een belangrijke rol speelt. Beleidsadviseur Annelies Kamerling legt uit:

‘Bij iedereen die bij ons komt wonen, beginnen we met een gesprek, waarin vragen aan bod komen als: “Wat vindt u belangrijk in het leven?”, “Hoe wilt u worden aangesproken?” en “Hoe wilt u het hebben?’.
Doel van dit gesprek is de persoonlijke karakteristieken van de bewoner in kaart te brengen. Het gaat erom een beeld te krijgen van wat iemand karakteriseert. Het is dit gesprek dat via een gespreksformulier leidt tot de A4 “In één oogopslag”. Daarnaast ontstaat uit het gespreksformulier het zorgplan, dat bedoeld is voor de professionals en dat ook in hun taal is geschreven. Dit zorgplan geeft de grote lijnen weer: waarom heeft de bewoner hulp nodig en van wie, en wat kan de bewoner zelf. Hierin vindt de professional bijvoorbeeld terug of een bewoner hulp nodig heeft bij het aankleden. Zo ja van wie dan en wat daarbij belangrijk is voor die bewoner. Die informatie uit het gespreksformulier wordt vertaald naar het uitvoeringsplan voor de werkelijke uitvoering.’

Rol voor alle medewerkers

Deze aanpak betekent dat Zorgbalans afscheid heeft genomen van de vier domeinen-aanpak van ActiZ. ‘Hierin stond de medische diagnostiek voorop’, terwijl het er ons primair gaat dat de medewerkers aansluiten op wat voor de bewoner (of revalidant) belangrijk is in het leven’, zegt Kamerling. En dit betekent dat alle medewerkers van Zorgbalans hierin een rol hebben, vult fysiotherapeut geriatrische revalidatie en voorzitter van de werkgroep voor het nieuwe zorgplan Joyce Möllmann aan. ‘Dit geldt voor alle medewerkers, van niveau twee tot aan de arts’, zegt ze. Ze verduidelijkt:

‘Het uitvoeringsplan is een heel dynamisch document, het moet voortdurend ververst worden. Wie een bewoner bezoekt, heeft dus een tablet of een computer on wheels bij zich om samen met de cliënt af te stemmen over wat op dat moment belangrijk is.
Dus de fysiotherapeut bespreekt met de bewoner waarom hij komt en welk behandeldoel hij heeft en noteert dit in het uitvoeringsplan. De medewerker die voor eten en drinken komt, noteert wat op dat gebied belangrijk is. Ook de eventuele rol van de mantelzorger voor de bewoner komt hierbij aan bod. Iedere professional kan in het uitvoeringsplan inzoomen op de informatie die hij op dat moment nodig heeft in zijn werk, zonder alle andere informatie in beeld te krijgen die hij op dat moment niet nodig heeft. Maar door het op te slaan in het uitvoeringsplan wordt die informatie wel opgenomen in het elektronisch cliëntendossier en is hij dus voor iedereen beschikbaar.’

Het gegeven dat de invulling van het uitvoeringsplan in aanwezigheid van de bewoner gebeurt met een tablet of een computer on wheels, betekent dat er een continu “Klopt het?”-element in zit, stelt Mollmann. ‘Bovendien betekent het dat geen sprake is van administratie achteraf, als je de helft van de met de bewoner gemaakte afspraken alweer vergeten bent’, zegt ze.

Invoering de tijd geven

De gekozen aanpak was voor veel medewerkers wel wennen, zegt Kamerling. ‘Het betekent dat je mensen op een ander niveau op hun verantwoordelijkheid aanspreekt’, zegt ze. ‘Daarom hebben we ook coaches aangesteld om medewerkers erin te begeleiden, enerzijds in hoe je het gesprek met de bewoner voert en anderzijds om met de computer of tablet om te gaan. Natuurlijk zie je her en der nog steeds papieren lijstjes en overdrachtsmappen liggen, en daarom blijven die coaches voorlopig nog op alle locaties actief. Uiteindelijk willen we natuurlijk af van alle papieren dossiers, maar we willen wel rekening houden met het feit dat iedere locatie zijn eigenheid heeft. We wilden de nieuwe aanpak dus niet uitrollen, iedere locatie moet de tijd krijgen om het te omarmen. En iedere locatie moet ook de ruimte krijgen om het op zijn eigen manier in te vullen. Op de ene locatie zie je een losse laptop in de woonkamer staan, op de andere zie je een computer on wheels of zie je iedereen met tablets lopen.’

Bewoners voelen zich gekend

Uit de reacties van bewoners blijkt dat zij zich gekend voelen, stelt Kamerling. Ze zegt: ‘Het zorgplan waarmee we eerst werkten, was een verzameling van problemen, doelen en acties. Nu gaat niemand in de kamer van een bewoner naar binnen zonder eerst “in één oogopslag” te hebben gelezen. Ook merken ze dat ze het niet meer hoeven te geloven als een medewerker zegt “Ik geef het door”. Ze zien ter plekke dat het in het uitvoeringsplan wordt opgenomen. En ze merken dat de verslaglegging minder tijd kost en dat er dus meer tijd voor bijvoorbeeld een praatje of een wandeling.’

Voor 2017 wordt op dit moment het plan opgetuigd om de nieuwe aanpak te borgen en te zorgen dat die voor iedereen eigen wordt. Ook worden plannen ontwikkeld om te zorgen dat de bewoner en diens familie zelf bij de beschreven informatie kunnen.

Interview door Frank van Wijck

Meer weten


Geplaatst op: 6 februari 2017
Laatst gewijzigd op: 9 maart 2017