Marieke Braks (VGZ): ‘Het gaat erom dat de cliënt het gevoel heeft dat hij er toe doet’

‘De vraag van de cliënt is het uitgangpunt in de langdurige zorg, het systeem is volgend, stelt Marieke Braks, directeur langdurige zorg bij Coöperatie VGZ. Ze ziet dat dit ook steeds nadrukkelijker het uitgangspunt is voor de verpleeghuizen.

‘Wij zijn blij met het Kwaliteitskader verpleeghuiszorg, want dit biedt een goed kader om in gesprek te gaan’, zegt Braks. ‘Maar ik wil hier wel aan toevoegen dat wij het luisteren naar wat de cliënt wil ook al voor de komst van het kwaliteitskader heel belangrijk vonden. Dit doen we onder andere in de spiegelgesprekken met cliënten en dialooggesprekken met aanbieders waarbij leemtes in ons aanbod en de echte behoeftes duidelijk worden. Wat we daaruit ophalen, vormt de basis voor onze inkoop en is gerelateerd aan ons uitgangspunt van zinnige zorg. Hierbij gaat het om verbetering langs drie assen: de kwaliteit voor de cliënt, de aanbieder als ambassadeur en de betaalbaarheid van de zorg. Bij de inkoop biedt het kwaliteitskader een goede aanvulling, omdat het zorgaanbieders stimuleert tot verdere kwaliteitsverbetering. Daarnaast geeft het en een gemeenschappelijke taal. Onze inkoopgesprekken worden verder ondersteund door dit kwaliteitskader.’

De dialoog

Het kwaliteitskader vraagt verpleeghuizen om kwaliteitsverslagen en kwaliteitsplannen te overleggen. De zorgkantoren hebben afgesproken deze in Zorgverzekeraars Nederland-verband te analyseren. ‘Die kwaliteitsplannen en -verslagen zullen de handvatten worden voor het voeren van de inkoopgesprekken’, zegt Braks. ‘Ik zou echter niet willen stellen dat wij als zorgkantoren die gesprekken gaan “sturen” op basis van die verbeterplannen, want dat klinkt veel te directief. Het gaat juist om de dialoog, het tweerichtingsverkeer, en wij hebben vertrouwen in de aanbieders dat zij die ontwikkeling ook kunnen maken en dat we samen het goede gesprek daarover voeren.’

De vraag van de individuele cliënt is heel nadrukkelijk voorop komen te staan stelt Braks. ‘Dat is de sfeer die je echt overal proeft’, zegt ze. ‘Dit zien we in de hele langdurige zorg gebeuren trouwens, niet alleen in de verpleeghuizen. Ik zie geen grote obstakels meer voor de verpleeghuizen die niet overwonnen kunnen worden, zolang we de cliënt als uitgangspunt nemen en daarna pas de invulling van het systeem. Natuurlijk moeten daarin nog wel stappen worden gezet. Hoe mooi zou het bijvoorbeeld zijn als we nog beter kunnen ondersteunen in mantelzorg en daarop kunnen investeren waardoor de cliënt langer binnen zijn eigen gewenste context kan blijven.  Over mooie klantverbeteringen gaan wij graag in gesprek. Niet alleen met onze aanbieders, maar ook met de  Nederlandse Zorgautoriteit als dit nodig is om binnen de bestaande regels en/of experimenten dingen tóch mogelijk te maken. Maar dat zijn zaken die we aan de achterkant regelen, we moeten eerst zorgen dat de cliënt op de goede plek zit. Dus luisteren we in onze cliëntadviescentra goed naar wat die cliënt wil. Zeker ook als het om wachtlijsten gaat. We kunnen geen ijzer met handen breken, maar we kunnen wel zo goed mogelijk anticiperen op zorgvraag.’

Investeren in oplossingen

De zorgkantoren gaan op uniforme wijze om met de extra middelen die vanuit het kwaliteitskader beschikbaar worden gesteld. ‘We weten dat er een personeelstekort is’, zegt Braks. ‘In eerste instantie bespreken we met de aanbieder welke mogelijkheden hier binnen de organisatie zijn. Daarnaast stimuleren we in samenspraak met VWS, regionale aanbieders en andere partijen de arbeidsmarktproblematiek en zoeken regionaal naar oplossingen. In Midden Brabant heeft dit geleid tot een convenant waarbij de hogescholen hun numerus fixus hebben losgelaten en waarbij de verpleeghuizen stageplaatsen en werk na het voltooien van de opleiding garanderen. Maar als er echt geen andere opties zijn willen we ook graag investeren in andere voorzieningen waardoor de kwaliteit van zorg verhoogd wordt. Dit kan robotica of domotica zijn. Volgens het concept van zinnige zorg vragen we aan de zorgaanbieder om met voorstellen hiervoor te komen. En zien we een aanbieder die hierin met goede ideeën komt, dan vragen we die om ambassadeur te zijn zodat anderen hier ook van kunnen leren. Dit beperkt zich overigens niet tot ict-oplossingen, het kan ook gaan om slimmere inzet van personeel in de thuissituatie. Een mooi voorbeeld hiervan is het initiatief “VPT thuis” van Vierstroom, dat inzet op zorg thuis als alternatief voor verpleeghuiszorg. “Eindelijk heb ik het gevoel dat ik er toe doe”, is de reactie die dit van cliënten oplevert. Voor mij het bewijs dat we goed geluisterd hebben en dat dit een passende invulling is.’

In gesprek blijven

Braks zegt bekend te zijn met de waarschuwing van brancheorganisatie ActiZ (zie: Zorgcontractering Wlz 2018) dat onzekerheid over overproductie het voor verpleeghuizen moeilijk maakt om te investeren in personeel. ‘De gelden voor het kwaliteitskader en overproductie zijn van elkaar losgekoppeld en kunnen ook niet uitgewisseld worden. De gelden van het kwaliteitskader kunnen meerdere jaren ingezet worden op extra handen aan het bed. De lumpsumfinanciering die we verpleeghuizen bieden, geeft ze de ruimte om personeel te werven en te behouden.’

VGZ zal gedurende het jaar in gesprek zijn met de verpleeghuizen om te bezien of de kwaliteitsverslagen en -plannen die gemaakt zijn door de aanbieders ook tot daadwerkelijke invulling leiden. Dit blijft niet beperkt tot het moment van afsluiten van het contract. Braks vertelt: ‘We spreken hiervoor niet alleen met de bestuurders, maar zeker ook met de cliëntenraden. Ook leggen onze zorginkopers regelmatig visites af aan verpleeghuizen. Door mee te lopen krijgen ze gevoel bij hoe het is voor de mensen die er wonen.’

Interview door Frank van Wijck

Meer weten


Geplaatst op: 20 maart 2018
Laatst gewijzigd op: 20 maart 2018