Handreiking ‘Formele en informele zorg: gelijkwaardig samenwerken’

Mensgerichte zorg vraagt om relatiegericht werken. De relatie tussen de oudere, zijn naaste en medewerkers en vrijwilligers zorgt voor een stevige driehoek. Maar dit samenspel is nog lang niet altijd en overal vanzelfsprekend. De handreiking ‘Wensen, verwachtingen en grenzen in de driehoek’ van Vilans gaat over gelijkwaardig samenwerken in de ouderenzorg tussen formele en informele zorg.

Wat vind je in de handreiking?

De handreiking over gelijkwaardige samenwerking is opgebouwd aan de hand van vier perspectieven: bewoners, naasten, vrijwilligers en medewerkers. Bij elk perspectief vind je twee ervaringsverhalen, een beschrijving van de dilemma’s, tips, handvatten, bronnen en verwijzingen naar hulpmiddelen. Achterin het boekje vind je vijf kaarten die je kunt uitprinten en gebruiken als hulpmiddelen in je dagelijks werk.

 

Samenwerken in een driehoek

 

Kwaliteitskader verpleeghuiszorg – familieparticipatie en inzet vrijwilligers

In het Kwaliteitskader verpleeghuiszorg is ‘familieparticipatie en de inzet van vrijwilligers’ één van de 5 aandachtsgebieden binnen hoofdstuk 2 Wonen en welzijn. De volgende criteria zijn in het kwaliteitskader opgenomen:

  • Zorgverleners geven naaste(n) en andere betrokkenen uit het sociale netwerk van de cliënt de ruimte om in de zorg en ondersteuning te participeren.
  • Vrijwilligers zijn aanwezig op de afdeling en werken samen met de zorgverleners.
  • Het beleid rondom familieparticipatie en inzet vrijwilligers is beschreven en bekend bij zorgverleners.
  • De taken en verantwoordelijkheden van familie en vrijwilligers zijn helder voor alle betrokken partijen.
  • Vrijwilligers hebben scholing gekregen voor de groep waarmee ze werken.

3 tips uit de handreiking

  1.  Een kleinschalige woonvorm is een bijzondere leefsituatie, niet alleen voor de bewoner maar ook voor zijn netwerk. De bewoner heeft een eigen ‘woning’ (kamer), die hij zoveel mogelijk inricht
    en gebruikt zoals thuis. De gezamenlijke huiskamer is voor alle bewoners. Afhankelijk van de wensen en grenzen maakt een bewoner gebruik van de eigen woning of de huiskamer. Neem bewoners en hun naasten mee in het gebruik en de gebruiken van de twee verschillende ruimtes.
  2. Ook als de familierelatie ernstig verstoord is, is het toch goed te proberen het contact te herstellen en – eventueel op een laag pitje -te onderhouden. Familiebanden zijn levenslang en niet te ontkennen:
    ‘wel uit het oog, maar niet uit het hart’. Medewerkers kunnen hierin een belangrijke rol spelen. Gebruik de kaart COUP(zie handreiking) om het verhaal van de familie te horen en begrip te tonen (C van contact leggen). Vraag wat zij nodig hebben aan ondersteuning (O van ondersteuning) in het contact met hun naaste en wat hun wensen zijn. Denk ook aan digitale platforms zoals Familienet of Carenzorgt. Zo kan familie op afstand berichten lezen en foto’s bekijken. Nodig mensen af en toe uit voor een kopje koffie en schenk aandacht aan hun gevoelens. Of nodig ze uit (U van uitnodigen) voor een familiebijeenkomst met uitleg over de aandoening van hun naaste.
  3. De aard van de werkzaamheden van de vrijwilliger bepaalt hoe nauw de samenwerking met het team is. Vrijwilligers die op de woongroep werken of één-op-één-activiteiten doen zijn onderdeel van het team. Dat is anders wanneer een vrijwilliger helpt bij een grootschalige activiteit zoals een bingo voor het hele huis. Bespreek de wensen, verwachtingen en grenzen in de samenwerking. Leg de afspraken vast en spreek af wanneer en hoe je ze evalueert. Gebruik hierbij de kaart Samenwerken in de driehoek.

Meer weten


Geplaatst op: 30 juli 2019
Laatst gewijzigd op: 30 juli 2019