Onderzoek coronamaatregelen en probleemgedrag: doseer omgevingsprikkels, benut digitale communicatie

Geplaatst op: 2 april 2021
Laatst gewijzigd op: 2 april 2021

Het Universitair Kenniscentrum Ouderenzorg Nijmegen (UKON) heeft onderzoek gedaan binnen een aantal verpleeghuisorganisaties naar de gevolgen van de coronamaatregelen op probleemgedrag bij bewoners. De uitkomsten van het onderzoek spitsen zich toe op twee onderwerpen: het prikkelniveau in verpleeghuizen en de inzet van digitale communicatie. Belangrijkste lessen waar verpleeghuizen ook na de coronacrisis hun voordeel mee kunnen doen: zorg dat de hoeveelheid omgevingsprikkels aangepast wordt op de individuele bewoner en maak digitale communicatie breed toegankelijk in het verpleeghuis.

Het onderzoek vond plaats in de periode november 2020 – januari 2021 door middel van een online enquête die werd afgenomen bij verschillende zorgprofessionals in verpleeghuizen. De uitkomsten zijn uitgewerkt in twee factsheets:

  • Kennis door COVID-19: omgevingsprikkels en activiteiten
  • Kennis door COVID-19: online communicatie

Coronamaatregelen: omgevingsprikkels en activiteiten

Door de coronamaatregelen waren er minder omgevingsprikkels en werden activiteiten anders ingevuld, zo bleek al uit eerder onderzoek van het UKON (zie: Invloed coronamaatregelen op probleemgedrag wisselend). Uit het vervolgonderzoek blijkt dat de afname van omgevingsprikkels verband houdt met veranderingen in type probleemgedrag.

  • Bij mensen zonder dementie is er door de maatregelen vooral een toename in probleemgedrag. Onderprikkeling kan tot meer onrust en stemmingsproblemen leiden.
  • Bij mensen met enstige dementie is er door de maatregelen vooral een afname in probleemgedrag. Minder omgevingsprikkels kan tot meer rust en minder agitatie leiden.
  • Apathisch gedrag lijkt zowel bij bewoners zonder dementie als bij bewoners met milde of ernstige dementie te zijn toegenomen.

Door de maatregelen werd het belang van een goede balans tussen prikkels en rust, afgestemd op het individu, extra zichtbaar. Manieren voor het verminderen van omgevingsprikkels in de huiskamers zijn bijvoorbeeld: omlopen door leveranciers / medewerkers, alert zijn op storende omgevingsgeluiden (praten, gerammel van karren) het reguleren van momenten waarop leveranciers op de afdeling zijn en het uitvoeren van zorghandelingen op de kamer van een bewoner.

Ook de aanpassingen in de activiteiten als gevolg van de coronamaatregelen worden voor een deel als positief ervaren. Vooral de inzet van kleinschalige, persoonsgerichte activiteiten zien deelnemers aan de enquête als iets dat behouden moet blijven. Eén op één momenten die voor positieve prikkels zorgen zoals samen een kopje koffie drinken met een bewoner en een praatje maken blijken waardevol.

Coronamaatregelen: digitale communicatie

Door de coronamaatregelen werd in de meeste verpleeghuizen een grote stap gemaakt met betrekking tot de inzet van digitale communicatiemiddelen, zoals digitaal contact tussen bewoners en naasten, werken op afstand en het behandelen van probleemgedrag op afstand.

Als het gaat om digitaal contact tussen bewoners en hun naasten, dan wordt de toegevoegde waarde hiervan onderschreven. De meeste deelnemers aan de enquête (82%) wensen dat digitaal contact blijvend wordt toegepast, naast persoonlijk contact. Vooral bij bewoners zonder dementie leidt digitaal contact volgens deelnemers vaak of (bijna) altijd tot een prettig moment voor de bewoner. Echter, veel bewoners met ernstige dementie herkenden hun naaste(n) niet via beeldscherm. Ook kan het bij deze groep juist leiden tot onrust, bijvoorbeeld door beperkt begrip van de situatie of de maatregelen.

Als het gaat om werken op afstand, dan vinden de meeste verpleeghuismedewerkers dit ‘niet passend’ bij hun werktaken
en persoonlijke voorkeuren. De meeste deelnemers verkiezen face-to-face contact met het zorgteam, met het multidisciplinaire team en bovenal met bewoners. Maar, met de juiste technische ondersteuning, denkt een deel van de medewerkers wel dat de werkdruk verlaagd kan worden via werken op afstand. Ook verwacht een groot deel van de medewerkers in de toekomst wel een specifiek deel van de werkzaamheden op afstand te gaan doen.

Het (deels) op afstand behandelen van probleemgedrag wordt veelal als onwenselijk gezien. Enkel een online MDO of het evalueren van probleemgedrag worden door een deel van de deelnemers aangemerkt als werkzaamheden die (deels) op afstand gedaan kunnen worden. Het ontbreken van non-verbale informatie wordt vaak genoemd als nadeel bij het behandelen van probleemgedrag op afstand.

Bron: UKON

Meer weten