Onder logeerzorg vallen:
- logeerverblijf
- verstrekken van eten en drinken
- schoonhouden van de logeerruimte en andere ruimten waarvan de cliënt tijdens zijn verblijf gebruik maakt
- voorzieningen, zoals een hoog-/laagbed of een tillift
Handreiking - Hoe organiseer je Wlz-zorg thuis?
Laatst bijgewerkt op: 29-04-2026
Logeerzorg is een vorm van respijtzorg waarbij mantelzorgers de ruimte krijgen om op adem te komen en even niet te hoeven zorgen. Tegelijkertijd kan het ook voor de persoon die gaat logeren fijn zijn om even in een andere omgeving te zijn. Deze positieve effecten kunnen eraan bijdragen dat iemand langer thuis blijft wonen.
Logeerzorg betekent dat mensen met bijvoorbeeld dementie, Parkinson of niet-aangeboren hersenletsel tijdelijk buitenshuis logeren. Het doel is om mantelzorgers te ontlasten. Logeerzorg kent verschillende vormen: van zelfstandige logeerhuizen tot bedden in verpleeghuizen en kleinschalige woonprojecten. Je kunt het zowel incidenteel als structureel organiseren.
Het is daarom belangrijk om logeerzorg als volwaardig onderdeel te zien van de zorg en ondersteuning die je als zorgorganisatie aanbiedt vanuit Wlz-zorg thuis. Niet alleen in onverwachte of crisissituaties, maar ook preventief. Je hoeft dit niet altijd zelf aan te bieden. Kijk vooral ook wat er in de regio aan logeerzorg beschikbaar is. Zorgprofessionals spelen een grote rol in het signaleren van de behoefte en het informeren van cliënten en mantelzorgers.
Voor mantelzorgers kan het uit handen geven van zorg een lastige en emotionele stap zijn. Het is dus belangrijk dat de zorgprofessional dit erkent en hierover een gesprek kan openen. Daarnaast is het van belang dat de plek waar de cliënt gaat logeren past bij zijn behoeftes aan zorg en ondersteuning. Voor de een zal dat in een verpleeghuis zijn, bijvoorbeeld vanwege een complexe zorgbehoefte. Voor de ander is een plek in een zelfstandig logeerhuis of kleinschalig woonproject meer passend, bijvoorbeeld omdat de cliënt behoefte heeft aan begeleiding, aandacht en lichte verzorging.
Onder logeerzorg vallen:
Cliënten met een Wlz-indicatie kunnen maximaal 156 nachten per jaar logeren. Dit zijn gemiddeld drie nachten per week, maar ze kunnen de dagen ook opsparen om een langere periode aaneengesloten te logeren. Bijvoorbeeld tijdens een vakantie van de mantelzorger.
Voor cliënten zonder Wlz-indicatie kan er een Wmo-beschikking voor logeren aangevraagd worden bij de gemeente. Hoe vaak iemand dan kan logeren, hangt af van de gemeente waarin iemand woont. Gemeenten hebben de vrijheid om zelf kaders te stellen over de hoeveelheid etmalen dat iemand jaarlijks maximaal kan logeren vanuit de Wmo.
Heeft een cliënt een Wlz-indicatie en ontvangt hij Wlz-zorg thuis? Dan valt logeren onder Wlz-zorg thuis. Het is dus belangrijk om logeerzorg te kunnen bieden als daar behoefte aan is. Maar: dit hoef je niet altijd zelf aan te bieden. Kijk hiervoor ook naar het aanbod in de regio. Logeren kan via zorg in natura (VPT of MPT) alleen bij een Wlz-gecontracteerde aanbieder.
Iemand kan gebruikmaken van logeerzorg wanneer die persoon een Wlz indicatie heeft en thuis zorg en ondersteuning ontvangt vanuit een volledig pakket thuis (VPT), modulair pakket thuis (MPT) of persoonsgebonden budget (PGB).
Logeren naast het budget voor VPT wordt vergoed via een MPT-prestatie. Alleen bij VPT geldt dat de (tijdelijke) afwezigheid van de cliënt toch bekostigd kan worden.
Logeerzorg is ook onderdeel van de aanspraak op zorg en ondersteuning. De zorg die normaal gesproken thuis wordt geleverd via MPT, wordt tijdens de logeerperiode niet gedeclareerd omdat een cliënt afwezig is.
Er moet sprake zijn van een beschermde woonomgeving waar 24 uur per dag zorg in nabijheid of toezicht aanwezig is. Logeren bij familieleden mag niet uit het PGB betaald worden. Logeerzorg bij een PGB mag maar bij 1 aanbieder tegelijk ingekocht worden en niet door 1 persoon geleverd worden, omdat het langer duurt dan 24 uur.
Lees praktijkverhalen met tips van kennisinstituut Movisie: