Domeinoverstijgend samenwerken: het kan en het werkt!

‘Ontschotten’ en ‘belemmeringen wegnemen’; het zijn veel gehoorde wensen om samenwerking tussen verschillende vormen van zorg en ondersteuning gemakkelijker te maken. Om te onderzoeken wat werkt in de praktijk zijn drie experimenten uitgevoerd, met financiële garanties van het ministerie van VWS. Vertrekpunt in alle drie de experimenten: goede zorg voor kwetsbare ouderen, zodat zij in hun eigen vertrouwde omgeving kunnen blijven wonen. Een lokale arrangeur met doorzettingsmacht is de sleutel om dat in de praktijk goed en snel te organiseren.

‘Zicht op domeinoverstijgend samenwerken’ was de titel van de online bijeenkomst op 12 mei waar de ervaringen vanuit de drie experimenten aan de orde kwamen. Een animatie maakte nog maar eens duidelijk om wie het gaat: kwetsbare burgers die uit meerdere domeinen (en financieringsstromen) ondersteuning nodig hebben. Bijvoorbeeld vanuit de Wet langdurige zorg (Wlz), de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en de Zorgverzekeringswet (Zvw). Wetten die worden gefinancierd en uitgevoerd door verschillende partijen. Voor 2023 staat een wetswijziging op de rol die het mogelijk moet maken om een deel van het budget uit de Wlz in te zetten in de Wmo. Maar de behoefte aan passende zorg en ondersteuning wacht niet tot 2023. Bovendien vraagt samenwerking tussen verschillende domeinen om een goede samenwerking, waar je morgen al aan kunt gaan werken.

Domeinoverstijgend werken voor betere zorg en ondersteuning

‘Ontschotten is niet het toverwoord’, aldus René van het Erve, themacoördinator Domeinoverstijgende Samenwerking vanuit Waardigheid en trots op locatie. ‘Het gaat erom de verschillende wetten en werkvelden beter bespeelbaar te maken en financiers en uitvoerende partijen bij elkaar te brengen. Met steeds hetzelfde idee voor ogen: betere zorg en ondersteuning voor kwetsbaren die tussen wal en schip dreigen te vallen.’ Bijkomend voordeel: domeinoverstijgend werken kan leiden tot een besparing van de kosten, cultuurverandering, ontlasting van naasten en uitstel van opname in het verpleeghuis.

De arrangeur

In de drie experimenten in de gemeenten Ede, Dongen en Hollandscheveld heeft domeinoverstijgend samenwerken handen en voeten gekregen in de vorm van een arrangeur. Dit is een lokale professional met doorzettingsmacht. Hij beschikt over oog voor de behoeften van de cliënt én heeft de kennis om bronnen aan te boren die de kwaliteit van leven van een kwetsbare oudere bestendigen of verbeteren.

In de drie voorbeelden is die rol verschillend ingevuld. In Ede nemen wijkverpleegkundigen en casemanagers die taak op zich, in Dongen zijn het leefcoaches vanuit zorgorganisatie Maria-oord die de coördinatie van de samenwerking op zich nemen. In Hollandscheveld vervullen de dorpsregisseur en wijkverpleegkundigen de rol van arrangeur (‘moatwerker’). Er is evaluatieonderzoek uitgevoerd naar de drie experimenten. Lees het onderzoeksverslag domeinoverstijgend samenwerken.

Netwerk

Een arrangeur kan beslissen wanneer extra zorg of ondersteuning nodig is om het dagelijks leven van een kwetsbare oudere draaiende te houden. Dat doet hij in afstemming met de cliënt en naasten, huisarts en praktijkondersteuner, zorgaanbieder, welzijnsorganisatie en anderen. Daarbij kijkt hij ook naar de inzet van het netwerk rond de cliënt en de inzet van vrijwilligers. Zo kan een vrijwilliger, die wekelijks een wandeling maakt met een cliënt, helpen om de mantelzorger te ontlasten, die de zorg daardoor makkelijker vol kan houden.

Versnelde indicaties

De extra inzet vanuit zorg of ondersteuning kan gebeuren op voorspraak van de arrangeur, waarbij indicaties versneld worden afgegeven. Snel en effectief handelen is belangrijk; leveren wat nodig is moet vlot gebeuren om ‘wankele’ situaties te stabiliseren. In alle drie de experimenten kwam naar voren dat zo opname in een verpleeghuis uitgesteld of zelfs voorkomen kan worden.

Ontwikkel samen

In de subsessie Werken in een netwerk. Hoe is het om samen te werken met verschillende instanties? gingen Petra Lepolder (wethouder gemeente Dongen), Albert Vlemix (bestuurder zorgorganisatie Maria-oord) en Peter Bouts (zorgkantoor VGZ) dieper in op de ervaringen in Dongen. De belangrijkste geleerde lessen en aanbevelingen:

  • Dit is een maatschappelijk probleem dat je samen moet oplossen. Door de vergrijzing groeit de groep ouderen die ondersteuning nodig hebben. Zorgkantoor en gemeente hebben als financiers van respectievelijk Wlz-zorg en Wmo-ondersteuning elkaar nodig om passende zorg en hulp te kunnen blijven leveren.
  • Een gezamenlijke verantwoordelijkheid vraagt om een gezamenlijke visie. Het probleem ligt niet alleen op het bordje van de ouderenzorg. Kun je zorgvragen oplossen met niet-zorg oplossingen?
  • Ontwikkel een gezamenlijke taal, zodat je elkaar goed begrijpt. Wat zijn mogelijke interventies en oplossingen? Wie kan die leveren? Wat hebben we nodig om passende zorg en ondersteuning op de juiste plek te krijgen?
  • Het gaat om een cultuurverandering, die tijd nodig heeft. Investeer in contact, in elkaar leren kennen, in het samen in kaart brengen van de omvang van het vraagstuk.
  • Breng het buiten de bestuurskamer. Leg in je organisatie uit waarom je op deze manier wil werken. Zorg dat de mensen op de werkvloer dezelfde visie op zorg en ondersteuning hebben en dat duidelijk is hoe er gewerkt wordt. Verduidelijk voor hen de rol van de arrangeur.

Aan de slag met domeinoverstijgend samenwerken

In de subsessie Starten met domeinoverstijgend samenwerken deelden Hanneke Keus (projectleider Dongen en Hollandscheveld), Tessa van der Valk (projectleider Ede) en Kelsey Benning (Waardigheid en trots op locatie) onder leiding van Sandra Dahmen (Vilans) hun visie en ervaringen op wat er belangrijk is bij het starten en doorontwikkelen van de samenwerking:

  • Wacht niet tot 2023, maar ga nu al met elkaar in gesprek in de regio.
  • Geef bij doorzettingsmacht de arrangeur ook echt de bevoegdheden om zelf te beslissen. Geen vaag mandaat, maar echte beslissingsbevoegdheid.
  • Spreek de verwachtingen naar elkaar en over de opbrengst duidelijk uit en leg die vast.
  • Betrek ook de niet-professionals – cliënten, mantelzorgers en vrijwilligers – bij het ontwikkelen van een nieuwe manier van werken.
  • Neem mensen mee in de veranderingen; deel tussentijds ervaringen en pas aan waar nodig en wenselijk.
  • Betrek de huisartsen en praktijkondersteuners tijdig, geef informatie en voorlichting over de nieuwe werkwijze, zodat ook zij op de ‘nieuwe’ manier kunnen gaan denken.
  • Tip: Begin met een pre-pilot: probeer de zorg en ondersteuning voor tien willekeurige klanten eens op de nieuwe manier te regelen. Waar loop je tegenaan? Wat zijn obstakels, hindernissen en meevallers? Waar komt de financiële druk te liggen? Hoe kun je die oplossen? Is het zorgkantoor bereid nu al budget beschikbaar te stellen?
  • Denk goed na over wat je wilt monitoren en welke data je daar voor nodig hebt. Pas je monitor aan indien nodig en maak hem niet te groot. 
  • Zorg voor een compleet netwerk, ook als partijen aanvankelijk ‘minder graag meewerken’

De aanstaande wetswijzing van 2023 is het momentum om domeinoverstijgend samenwerken te financieren en verankeren. Dat vraagt wel om een goede voorbereiding, inclusief een (maatschappelijke) business case. Dus begin nu al met de voorbereiding of met een pre-pilot. Of zoals een deelnemer het formuleerde: ‘ga op zoek naar de luikjes in de schotten!’

Terugkijken bijeenkomst

Op 12 mei 2021 organiseerden we de online bijeenkomst Zicht op domeinoverstijgend samenwerken. Kijk de bijeenkomst terug op YouTube.

Door: Paul van Bodengraven

Meer weten

Geplaatst op: 19 mei 2021
Laatst gewijzigd op: 19 mei 2021