De weg naar zelfregie

Cliënten eigen regie, autonomie en eigenaarschap bieden. Voor verpleeghuizen zijn dit kernbegrippen in het programma Waardigheid en trots. Ze richten zich op versterking van de eigen regie van de cliënt, maar worstelen daar ook mee. Het is een thema dat ook aansluit bij het Kwaliteitskader Verpleeghuiszorg.

Andere koers

St Anna, Thebe en Volckaert, alle drie voorbeelden van organisaties die van oudsher traditioneel (lees: hiërarchisch) waren opgezet en die de laatste jaren een enorme slag hebben gemaakt om de organisatiewijze veel meer ten dienste van de cliënt te stellen. Voor OBG heeft dit hiërarchische nooit gegolden, de financiële situatie liet het lange tijd toe om dingen die goed waren voor de cliënt en de medewerker gewoon te doen. Door de bezuinigingen moest echter ook deze aanbieder een andere koers gaan varen. De organisatie heet nu nadrukkelijk Dienstencentrum OBG, om duidelijk te maken dat de organisatie volledig extramuraal is gegaan.

Margje Lubbers, directeur Dienstencentrum OBG
‘Wonen doe je zelf. Ons doel is cliënten ondersteunen waar nodig bij het leiden van hun eigen leven.’

‘Wonen doe je zelf’, zei directeur Margje Lubbers tijdens de workshop “Regie, autonomie en eigenaarschap” tijdens het Waardigheid en trots congres van 3 en 4 juli. ‘Ons doel is cliënten ondersteunen waar nodig bij het leiden van hun eigen leven. Een medewerker belt dus aan en komt in het eigen huis van de cliënt. Dat wij alleen extramuraal werken is dus een bewuste keuze omdat extramuraal werken ondersteunt dat je de leefwereld van de cliënt binnenstapt, je richt je daardoor automatisch meer naar hoe je cliënt iets wil.’ Dit uitgangspunt sluit aan bij de uitkomst van onderzoek van Annet Custers uit 2013, waarin wordt gesteld dat ook voor verpleeghuisbewoners eigen regie ervaren, ergens bij horen en (nog steeds) iets kunnen essentieel zijn. Daarom richten de medewerkers hun professionele aandacht  op de basisbehoeften autonomie, betrokkenheid en competentie.

zelfregie margje lubbers obg

Speelruimte creëren

Enny Hoenselaar, bestuurder van St Anna wilde bij haar aantreden ‘speelruimte creëren en terug naar de bedoeling’. Al voor Waardigheid en trots werd de stap gezet naar zelfregulerende gemeenschappen. De cliënten vormen die gemeenschappen samen met hun familieleden, de medewerkers en de vrijwilligers. ‘Daar omheen functioneren stafexperts en teamcoaches’, vertelde Hoenselaar. ‘We hebben geen managers meer, de organisatie is horizontaal. De bewoner neemt de regie over wat wij betekenisvol leven noemen en familieparticipatie is heel belangrijk.’

Ruimte voor het gesprek

Thebe werkt sinds 2012 met zelfstandige teams. ‘De medewerkers moeten de ruimte krijgen om het gesprek met de cliënt te voeren’, vertelde Casper Jacobs (psycholoog en voormalig directeur) hierbij. ‘De cliënt en medewerker zijn samen eigenaar van de kwaliteit. In die dialoog worden de keuzes gemaakt, met het uitgangspunt van positieve gezondheid, waarbij gezondheid meer is dan alleen de fysieke gesteldheid. De familie kijkt mee en speelt ook een rol in het keuzeproces, ze ervaart hierdoor betrokkenheid. Deze aanpak is goed gaan werken omdat we de regels omzeilen die de kwaliteit in de weg staan.’

Eigenaarschap vormgeven

Annet Boekelman, bestuurder van Volckaert, vertelde hoe het ondanks twee In voor zorg-trajecten toch moeilijk bleef om binnen de organisatie eigenaarschap van de cliënten vorm te geven. ‘We hebben Waardigheid en trots gebruikt om dat eigenaarschap nadrukkelijk terug te geven aan de cliënten en de teams’, vertelde ze. ‘Cliënten hebben direct toegang gekregen tot hun zorgdossiers en de teams hebben de ruimte gekregen om zelf de zorg te organiseren.’ Deze aanpak leidde ook tot een andere aanpak van het management team. Dit bestaat nu niet meer in zijn huidige vorm. In de plaats hiervoor is het kwartiermakersoverleg gekomen, waarin ook medewerkers en cliënten vertegenwoordigd zijn. ‘Het heeft geleid tot een volstrekt andere manier van vergaderen waarin we veel sneller to the point komen’, aldus Boekelman. ‘Het gaat alleen nog over zaken die alle cliënten en medewerkers aangaan, niet over organisatieonderwerpen.’

Uitgaan van de cliëntwens

De gevolgen van de verandertrajecten die deze vier zorgaanbieders hebben doorgemaakt zijn groot. OBG heeft een mooi voorbeeld van zelfregie van cliënten: OBG is gevestigd in Nijmegen, een universiteitsstad. Veel van de cliënten zijn hoogopgeleid en misten in de dagbesteding een aanbod dat bij hen paste. Ze zijn te kwetsbaar om de lezingen te bezoeken die elders in de stad over uiteenlopende onderwerpen worden georganiseerd, dus is besloten op initiatief van cliënt Jet Kersten die lezingen naar OBG toe te halen. Inmiddels is aan dit initiatief de naam Seniorencollege gegeven en de sprekers zijn vaak emeritus hoogleraren.

zelfregie

Het bleek een aanpak waarin Hoenselaar zich goed kon vinden. ‘Je moet uitgaan van wat iemand nog graag wil’, zei ze. ‘Wij hebben bijvoorbeeld een cliënt van 89 die altijd graag gekanood heeft. Die moet je niet in een veiligheidsriem in een Rode Kruisboot zetten. Zijn kinderen hebben volwassen zoons, laat die helpen om die man nog een keer een kanotocht te laten maken. Het risico is aanvaardbaar. Natuurlijk moet je bij dat soort beslissingen de familie betrekken omdat je de verantwoordelijkheid moet delen. Je moet gewoon het gesprek aangaan. En als de uitkomst daarvan is dat de familie vindt dat een cliënt écht op een gesloten afdeling moet dan regelen we dat natuurlijk, maar vaak is meer mogelijk.’

Beredeneerd afwijken van de regels

Hierbij kon niet de vraag uitblijven hoe de Inspectie voor de Gezondheidszorg met dergelijke beslissingen omgaat, en hoewel niemand van de Inspectie bij de discussie aanwezig was, hing die toch een beetje als een wolk boven de rest van de bijeenkomst. ‘Als we het als professionals, cliënten en familie ergens over eens zijn, leggen we het vast en doen we het gewoon’, zei Jacobs. ‘We kunnen de Inspectie dan laten zien dat we de regel wel kennen, maar dat we er beredeneerd van afwijken. Dat wordt dan ook geaccepteerd. Dit sluit ook aan bij het Kwaliteitskader verpleeghuiszorg natuurlijk, op basis waarvan de Inspectie ook moet veranderen in de manier waarop ze haar toezichtfunctie vervult.’

‘Als we het als professionals, cliënten en familie ergens over eens zijn, leggen we het vast en doen we het gewoon. We kunnen de Inspectie dan laten zien dat we de regel wel kennen, maar dat we er beredeneerd van afwijken. Dat wordt dan ook geaccepteerd. Dit sluit ook aan bij het Kwaliteitskader Verpleeghuiszorg.’

Mariët Konings, verzorgende IG bij Thebe, blijft echter nog sceptisch over de rol van de Inspectie. ‘We kunnen niet samenwonen met de Inspectie’, zei ze. ‘We weten dat de regel is dat urine die mensen laten lopen verwijderd moet worden met vochtige doekjes, maar we hebben in de hoek toch echt nog steeds stiekem een fles chloor staan. Dat zou je thuis ook doen. Stout is het nieuwe lief.’

Nadruk op kwaliteit blijven leggen

Maar op dit punt had Boekelman wel een kritische kanttekening. ‘Zelforganisatie houdt het risico in dat medewerkers of teams het na een poosje niet meer zo nauw nemen met de regels’, zei ze. ‘Daarin mag je als organisatie niet onder een basisniveau komen. Om daarover duidelijkheid te krijgen, zijn wij interne audits gaan doen. Die wijzen op een dikke zeven. Dat is geruststellend, maar het is toch wel belangrijk voor de medewerkers te blijven benadrukken hoe belangrijk het is om oog te blijven houden voor de noodzakelijke kwaliteitsaspecten. Daarom organiseren we nu ook kwartaalbijeenkomsten met medewerkers en cliëntvertegenwoordigers om elkaar scherp te houden. Er is geen blauwdruk om het proces naar zelforganisatie in één keer goed te doorlopen.’ Dit herkende Hoenselaar heel goed. Ze zei: ‘Zeker voor nieuwe medewerkers is het erg wennen dat je bij ons als team dingen mag doen zonder eerst aan je leidinggevende te hoeven vragen of het goed is. Je vraagt toestemming aan de bewoners of de familieleden.’

Verslag door Frank van Wijck

Meer weten

Geplaatst op: 27 juli 2017
Laatst gewijzigd op: 27 juli 2017