Palliatieve zorg in het verpleeghuis – in de praktijk

Elk verpleeghuis moet aandacht voor palliatieve zorg hebben. Vanzelfsprekend. Maar hoe breng je dat vervolgens in de praktijk? Caren Kunst, verpleegkundige en zelfstandig coach en trainer, zet 3 vragen centraal als uitgangspunt voor palliatieve zorg. Erwin Mantel, verpleegkundige palliatieve zorg, vertelt over het signaleren van de palliatieve fase. Hannie Gronefeld, teammanager wonen, zorg en welzijn, vertelt over het opzetten van een palliatieve unit.

Uitgangspunten palliatieve zorg

Caren Kunst, verpleegkundige en zelfstandig coach en trainer, neemt een casus uit de praktijk om uit te leggen dat er eigenlijk 3 vragen centraal staan als uitgangspunt voor palliatieve zorg.

De casus: Meneer Jansen is 83, getrouwd, heeft 2 kinderen en 3 kleinkinderen. Hij wordt opgenomen in het verpleeghuis met beginnende dementie, hart- en nierfalen en dreigende ondervoeding. Hij is valgevaarlijk. Vroeger was meneer Jansen visser op de Noordzee. Hij ziet slecht, slaapt veel, ook overdag en is snel benauwd. Zijn vrouw is oververmoeid.

Om de palliatieve zorg in te richten moeten de volgende drie vragen centraal staan:

  • Wat heeft meneer Jansen nodig? Van wie en wanneer?
  • Wat heeft mevrouw Jansen nodig?
  • Wat kan jouw organisatie bieden om jouw werk aan/voor meneer en mevrouw Jansen te ondersteunen?

Signaleren en markeren palliatieve fase

Zorg kunnen verlenen in de laatste levensfase, begint bij het bepalen wanneer de palliatieve fase aanbreekt. Verpleegkundige Erwin Mantel werkt in hospice Kajan in Hilversum. Hij is ook betrokken bij het SigMa-project. Dit project doet onderzoek naar instrumenten voor signaleren en markeren: van verpleeghuiszorg naar palliatief naar terminaal.

Surprise question

Vaststellen dat een bewoner een volgende levensfase ingaat blijft lastig. Bewust zijn dat die volgende fase eraan kan komen, is essentieel. Daarom start Erwin met de ‘surprise question’: zou het u verbazen als deze cliënt binnen een jaar komt te overlijden? Erwin voegt daaraan toe dat ook een vraag of opmerking van een cliënt of zijn naaste aanleiding kan geven de surprise question te stellen. Hij vergelijkt het met een ‘niet-pluisgevoel’ of ‘onderbuikgevoel’. ‘Zorgmedewerkers zijn toch vaak de eersten die veranderingen opmerken, vertrouw daar op!’

Erwin raadt aan om het gesprek over de palliatieve fase aan te gaan voordat het echt aan de orde is. ‘Als iemand plotseling erg achteruitgaat en je hebt zijn wensen niet helder, kan dat voor spanning zorgen bij de cliënt, naasten of zorgverleners. Advance Care planning zorgt ervoor dat vroegtijdig in gesprek gaat over wensen en hoe je hierin kan faciliteren.  Hij bespreekt een aantal instrumenten die helpend kunnen zijn bij het signaleren.

  • De grafiek ‘Veranderingen in de conditie van een bewoner’ van het programma PACE. ‘Gebruik deze grafiek maandelijks tijdens de MDO’s om veranderingen in de fysieke conditie van een bewoner te signaleren. Zo kun je in grote lijnen zien of iemand achteruitgaat of redelijk stabiel is. Bij achteruitgang kun je de surprise question stellen.’
  • Het Utrecht Symptoom Dagboek 4 dimensionaal (USD-4D). ‘Hierin staan de symptomen die het vaakst voorkomen in de palliatieve fase. Bij een score van 4 of hoger is een interventie nodig om verlichting te bieden. In het hospice gebruiken we de USD 2 keer per week. Een belangrijke vraag in het USD is de prioriteit van de bewoner. Een bewoner kan de pijn bijvoorbeeld dragelijk vinden, maar veel last hebben van een droge mond. Bied dan eerst verlichting voor de droge mond. Want als de prioriteit van de bewoner minder aanwezig is, nemen vaak ook andere klachten af.’
  • De signaleringsset palliatieve fase van IKNL. De methode helpt om het onderbuikgevoel concreet te maken. De methode kent vijf fasen om stapsgewijs zorgproblemen te signaleren en deze vervolgens aan te pakken. De verzorgende of verpleegkundige doorloopt deze fasen per zorgprobleem met behulp van de signaleringskaarten en bijbehorende achtergrondinformatie. Per stap noteert de zorgprofessional de resultaten op het werkblad. In het begin kost de methode best veel tijd, maar het gaat steeds sneller en  mijn ervaring vanuit de praktijk is dat de signaleringsset helpend is.’

Erwin stipt nog een volgorde in de instrumenten aan: ‘De surprise question gebruik je voor markering. Voor monitoring zijn de grafiek van PACE en het USD geschikt. Verdieping en screening doe je met de methode signalering palliatieve fase.’

Opzetten palliatieve afdeling

Hannie Gronefeld, teammanager wonen, zorg en welzijn bij Pieter van Foreest was betrokken bij het opzetten van een palliatieve afdeling in verpleeghuis De Kreek. ‘Mensen zijn niet altijd in staat thuis te sterven, zegt Hannie. ‘Dat heeft te maken met de leeftijd en het systeem om hen heen. Wij krijgen cliënten vanuit het ziekenhuis en vanuit huis.’ En wat is dan het verschil tussen een hospice en de palliatieve afdeling van een verpleeghuis? ‘Een hospice heeft niet alle diensten in huis, het verpleeghuis wel.’

De randvoorwaarden voor een palliatieve afdeling vat Hannie samen in 6 thema’s:

  1. medewerkers
  2. cultuur
  3. vrijwilligers
  4. samenwerking
  5. processen
  6. inrichting

‘Ik startte met goodwill kweken bij het hoger management’, zegt Hannie. ‘Vervolgens ben ik medewerkers gaan werven in de organisatie, ook behandelaren: “voel jij voor palliatieve zorg?”. Met het team zijn we vervolgens gaan dromen, volgens het model Five Bold Steps. We hebben een visie opgesteld en een training gevolgd, als team. Ook heb ik direct vanaf het begin de inzet van vrijwilligers meegenomen.’

De palliatieve afdeling kreeg een plek in de bestaande situatie. ‘Een uitdaging, want we wilden het echt anders vormgeven. We moesten dus verbouwen.’ Voor de inrichting peuterde Hannie extra geld los. ‘Want de inrichting moest warm zijn. Een binnenhuisarchitect heeft ons daarbij geholpen.’

Door: Ingrid Brons

Meer weten

Geplaatst op: 18 april 2019
Laatst gewijzigd op: 10 november 2022