Bewoners, familie en zorgmedewerkers zijn samen thuis bij Borg Westerwolde

Zorggroep Meander wil dat cliënten het naar hun zin hebben. Hun leefplezier staat centraal. Dat gaat veel verder dan wat leuke activiteiten organiseren. Medewerkers leren de bewoners als persoon te zien en te achterhalen wat er voor die persoon toe doet. En daar ook de familie bij te betrekken. Samen thuis noemt de organisatie het. Locatie Borg Westerwolde in Ter Apel brengt dit al jaren in praktijk. Hoe? Door anders te kijken, te denken en te doen. Op 13 juni gaven EVV’ers geïnteresseerde organisaties een rondleiding op hun locatie.

Borreltje

‘Per verdieping hebben wij 4 woonkamers, elk voor 6 bewoners. Daar gebeurt alles de hele dag’, vertelt EVV’er Jeannette Blaauw. ‘We koken samen, doen de was en er zijn wat activiteiten tussendoor. Bewoners die dat willen kunnen zich altijd even terugtrekken op hun kamer.’ Jeannette is erg enthousiast over de huidige manier van werken. Ze vat het zo samen: ‘Vroeger waren we meer bezig met het medische aspect, het zorgen voor. Nu kijk ik echt naar het welbevinden van de bewoner. Zo hebben we een bewoonster die graag ’s avonds een borreltje drinkt. Dat doen we dus gewoon.’

Bijeenkomst bij Borg Westerwolde

Verwelkomen

Het uitgangspunt is dat bewoners zo plezierig mogelijk leven, zoveel mogelijk net als vroeger. ‘Dat zit vaak in kleine dingen’, zegt Jeannette. ‘Als ik de droger leeghaal, zet ik de wasmand op tafel. Wie kan, helpt vouwen.’ Vaak doen ook familieleden mee, zij hebben een belangrijke rol. ‘Maar geheel vrijblijvend hoor, we verplichten niemand. We verwelkomen ze. Dat begint al als we een rondleiding aan nieuwe familieleden geven. Dan benadrukken we dat familie hier nooit op bezoek is. Ze zijn gewoon thuis bij vader of moeder, opa of oma.’

Vispotje

Inmiddels nemen familieleden die vrijheid ook. ‘Er is een familielid dat elke week een vispotje maakte voor haar moeder, toen zij nog thuis woonde. Nu doet ze dat op de groep, voor iedereen. Familieleden mogen ook altijd mee-eten. Dan dekken we gewoon een bord extra.’ Die open cultuur zorgt ervoor dat familieleden zich al snel betrokken voelen. Er ontstaat een band, met de zorgmedewerkers en de andere bewoners. ‘Het gebeurt vaak dat ze als vrijwilliger bij ons blijven als hun vader of moeder, opa of oma is overleden.’

Leidinggevende

Natuurlijk heeft Jeannette trainingen gehad om zich de nieuwe manier van werken eigen te maken. Maar het kostte haar geen moeite. ‘De omschakeling ging heel natuurlijk, het past bij mij.’ Minstens zo belangrijk vindt ze de rol van haar leidinggevende. ‘Zij is enorm goed, omdat ze ons overal bij betrekt.’ Activiteitencoördinator Marja Huizing beaamt dat. ‘Onze leidinggevende geeft ons veel verantwoordelijkheidsgevoel. Bovendien mag ik de ideeën die ik heb ook uitvoeren.’

Badritueel

Het badritueel in de speciale ‘welnessbadkamer’ is zo’n idee. Marja: ‘Wetende dat het dementieproces een omgekeerde ontwikkeling is, bedacht ik dat een uitgebreid badritueel wel eens heel goed zou kunnen werken. Baby’s worden daar immers ook rustig van.’ Ze trekt er anderhalf uur voor uit en ziet de bewoner genieten. ‘Er woont hier een vrouw die altijd veel roept en schreeuwt, ze is snel overprikkeld. Maar als ze in bad is geweest, kan ze uren rustig in de huiskamer zitten en bezoek ontvangen. Dat is ook fijn voor haar familie. Voor het kerstdiner heb ik haar dan ook eerst in bad gedaan.’

Seizoenplaats

Het badritueel is een prachtig voorbeeld van waar het volgens Marja om draait: kijken naar de individuele bewoner en inspelen op zijn of haar behoeften. ‘Daar worden we steeds beter in, ook omdat we ons er continu van bewust zijn dat wij in feite op bezoek zijn bij de bewoner.’ Tegelijkertijd wil Marja het bewustzijn vergroten dat bewoners nog altijd onderdeel van de maatschappij zijn. ‘Daarom heb ik een seizoenplaats geregeld op de camping hier in de buurt. We kunnen er zo naartoe wandelen. Om lekker pootje te baden en met blote voeten door het zand te lopen. De bewoners vinden het heerlijk en de buitenwereld ziet hoe leuk ze het hebben.’ Of Marja haalt de maatschappij naar binnen. ‘Op de nationale voorleesdag komen kinderen onze bewoners voorlezen. En op nationale pannenkoekendag staan kinderen uit groep 8 hier pannenkoeken te bakken. Die kinderen zijn heel enthousiast. Ze merken dat het helemaal niet eng is. Dat nemen ze mee naar huis.’

Woonkamer Borg WesterwoldeHartenroos

Wat op Borg Westerwolde gebeurt, komt natuurlijk niet zomaar uit de lucht vallen. Beleidsmedewerker Geranda Afman vertelt dat de hartenroos van leefplezier aan de basis ligt van Samen thuis. Hierin worden 7 leefgebieden onderscheiden: jezelf zijn, woonplek, actief zijn, rusten, jezelf redden, eten en contacten. Met de hartenroos in gedachten heeft Zorggroep Meander op 4 thema’s – welbevinden, participatie, eten en drinken, veilig en vrij – doelstellingen geformuleerd. In elk huis gaan ontwikkelteams, bestaande uit zorgmedewerkers, behandelaren en de leidinggevende, met die thema’s aan de slag. ‘Deze manier van werken heet “practice development”. We laten de zorgmedewerkers zelf kritisch nadenken: waar lopen we tegenaan, wat is de cultuur van ons huis’, legt Geranda uit. ‘Heel bewust laten we in elk huis ontwikkelteams met dezelfde thema’s werken. Ieder huis is immers anders. Dat is een succesformule. Omdat we het daar laten ontstaan.’

Ik-vorm

Op het thema welbevinden gaat Zorggroep Meander bijvoorbeeld samen met bewoners en familie op zoek naar bronnen van welbevinden. Geranda: ‘Daarvoor gebruiken we de Groninger Wellbeing Indicator (GWI).’ Daarnaast werkt de organisatie aan een eenvoudig zorgleefplan, het One Page Profile (OPP), waarvan bewoner en familie eigenaar zijn. ‘Dat wordt geschreven in de ik-vorm, echt vanuit de cliënt.’ Binnen het thema participatie staat het vergroten van de betrokkenheid van familie en mantelzorgers centraal. Op Borg Westerwolde gebeurt dat bijvoorbeeld door samen de weekagenda te bespreken, de familie te verwelkomen op de huiskamers en via familienet informatie over de groep met de familie te delen. Ook wordt het sociaal netwerk in kaart gebracht met het Ecogram.

Naaimachine

Espria Academy ondersteunt Zorggroep Meander op de weg naar Samen thuis, vooral op het gebied van welbevinden. Vanuit de eerste ervaringen is de ontwikkelcyclus van leefplezier ontstaan. Projectmedewerker Margriet de Boer licht toe: ‘Die bestaat uit 3 onderdelen: het concept, hoe pakken we het aan, en hoe integreren we het in het werkproces. We starten dus altijd met de vraag “wat is leefplezier?”. Hebben we daar dezelfde beelden bij? Met de hartenroos in gedachten laten we mensen ontdekken hoe breed leefplezier is. En dat het erom gaat dat je mensen behandelt zoals zij behandeld willen worden. En dus niet zoals jij vindt dat ze behandeld moeten worden.’ Margriet vertelt over een bewoonster die gewend was ’s avonds laat te naaien. Bij Zorggroep Meander zit deze vrouw weer om 23.30 uur achter haar naaimachine als zij dat wil.

Persoonlijk contact

Voor het tweede onderdeel van de ontwikkelcyclus, ‘hoe pakken we het aan’, bestaan verschillende tools. Margriet: ‘Dat zijn tools om de bronnen van welbevinden te achterhalen, zoals de GWI, het OPP, het Ecogram, een moreel beraad. Van al die tools hebben een beschrijving gemaakt op 1 A4’tje: wat is het, wat levert het op en wat zijn de do’s en dont’s.’ Het derde onderdeel van de ontwikkelcyclus is misschien wel het lastigste: ‘Wat spreken we af’. ‘Het is belangrijk te voorkomen dat de tools afvinklijstjes worden. Daarom is bij onderdeel 2 het gesprek essentieel: de dialoog, het persoonlijk contact. Zodat zorgmedewerkers iets met de bewoner opbouwen. Dan is de stap naar aanpassing van de werkprocessen minder groot.’ De kern is: leer de mensen kennen, aldus Margriet. ‘Zorg leveren volgens de principes van welbevinden kan alleen als je de bewoner kent.’ Of zoals EVV’er Jeannette zegt: ‘Wij mogen werken op de plek waar deze mensen wonen en niet andersom.’

Verslag door Ingrid Brons

Meer weten


Geplaatst op: 30 juni 2016
Laatst gewijzigd op: 30 juni 2016