Zes bouwstenen voor palliatieve zorg

Palliatieve zorg is warme zorg. Maar die warme zorg vraagt wel om keiharde afspraken. Het begint met een goede visie en beleid en eindigt met monitoren om de kwaliteit van de zorg te kunnen verbeteren. Marie-Josée Smits, eigenaar van advies-, trainings- en onderzoeksbureau ZorgEssentie, onderscheidt in totaal zes bouwstenen om goede palliatieve zorg te bieden en organiseren.

Zes bouwstenen

Verpleeghuizen hebben dagelijks te maken met palliatieve zorg. Toch heeft nog niet elk verpleeghuis hier duidelijke afspraken over gemaakt. Zes bouwstenen geven houvast. Ze zijn gebaseerd op het Kwaliteitskader palliatieve zorg Nederland en zijn voorloper, de Zorgmodule palliatieve zorg. Marie-Josée raadt organisaties aan de bouwstenen te bespreken en te leggen naast datgene wat ze al doen. ‘Vaak gebeurt er in de praktijk al veel meer dan er op papier staat.’

Zes bouwstenen Palliatieve zorg:

  1. Visie en beleid voor palliatieve zorg
  2. Markering van de palliatieve en palliatief terminale fase
  3. Coördinatie en continuïteit van palliatieve zorg
  4. Deskundigheidsbevordering
  5. Afspraken over consultatie en advies
  6. Monitoren en waar nodig de kwaliteit van de palliatieve zorg verbeteren

1. visie en beleid

Het doel van visie en beleid is ‘de bedoeling’ goed vastleggen, vertelt Marie-Josée. ‘Zodat medewerkers ergens op kunnen teruggrijpen: we hebben afgesproken dat…’ Elementen die in de visie aandacht krijgen zijn bijvoorbeeld: de rol en verantwoordelijkheid van alle betrokkenen (dus ook vrijwilligers!), samenwerking met en begeleiding en nazorg van naasten, ‘shared decision making’ (SDM) ofwel gezamenlijke besluitvorming, ‘advanced care planning’ (ACP) ofwel proactieve zorgplanning om problemen voor te zijn en afspraken over het levenseinde helder te hebben. Uiteraard moeten ook de randvoorwaarden een plek in het beleid krijgen, waaronder afspraken over de borging van de bouwstenen. En het hoeft allemaal niet te resulteren in dikke pakken papier. ‘Liever niet, ik denk eerder aan twee A4’tjes.’ Heel belangrijk is de manier waarop visie en beleid tot stand komen, benadrukt Marie-Josée. ‘Dat moet in gezamenlijkheid gebeuren en besproken worden, om te kunnen “indalen” in houding en gedrag van mensen. Daarbij hoort ook een gesprek over de eigen normen en waarden voor het levenseinde.’

2. Markering palliatieve fase

Om de juiste palliatieve zorg te kunnen bieden is markering belangrijk. Medewerkers kunnen zichzelf de ‘surprise question’ stellen: ben ik verrast als de patiënt binnen een jaar overlijdt?. ‘Doe dit op gezette tijden’, raadt Marie-Josée aan. ‘Dus bij opname en in elk MDO. En beleg het goed in de organisatie: wie signaleert het en stelt het aan de orde.’ Want als een verpleeghuis de palliatieve fase niet goed markeert en daar niet proactief op inspeelt, kunnen mensen op een vervelende manier doodgaan. Deskundigheid speelt hierbij een sleutelrol.’

3. Coördinatie en continuïteit

‘Hier neemt het dossier een centrale positie in’, zegt Marie-Josée. ‘Het moet afgestemd zijn op de verschillende dimensies van palliatieve zorg, fysiek, psychisch, sociaal en spiritueel, én ruimte bieden voor proactieve zorgplanning. In de praktijk laten veel dossiers echter te wensen over. Welzijn zit bijvoorbeeld nog te vaak in de krochten van het dossier verstopt.’ Maar ook doodeenvoudige afspraken moeten goed in het dossier staan. ‘Stel dat een cliënt graag elke avond warme sokken aan wil en dat een medewerker dat niet weet waardoor deze meneer met koude voeten overlijdt. Dat klinkt als een kleinigheid maar is toch heel naar!’ Ook moeten er afspraken over multidisciplinaire samenwerking voor integrale zorg worden gemaakt.

4. Deskundigheidsbevordering

Deskundigheidsbevordering, een heel belangrijk onderdeel van goede palliatieve zorg. Een organisatie moet haar medewerkers goed toerusten en hun deskundigheid bevorderen op het gebied van afstemmen, markeren, (moeilijke) gesprekken voeren, gezamenlijke besluitvorming, proactieve zorgplanning, tijdig inschakelen van expertise, en begeleiding en nazorg van naasten. ‘Vergeet niet de vrijwilligers hierin mee te nemen, zodat ook zij zich goed toegerust voelen. En laat medewerkers zelf die verantwoordelijkheid ervaren om hun eigen deskundigheid op peil te houden.’

5. Consultatie en advies

Bouwsteen 5 zijn afspraken over consultatie en advies. De achterliggende gedachte is dat palliatieve zorg generalistisch is waar het kan en specialistisch waar het moet.

6. Evaluatie

Om de palliatieve zorg continu te verbeteren raadt Marie-Josée organisaties aan om sterfgevallen te evalueren. ‘Vooral vanuit het perspectief van de cliënt. Is het op de manier gegaan die we hadden beoogd? Wat ging goed en wat ging fout?’

Door Ingrid Brons

Meer informatie

Geplaatst op: 24 november 2017
Laatst gewijzigd op: 10 november 2022