Naar hoofdinhoud Naar footer

Deel deze pagina via:

Stel je vraag aan

Leidinggeven aan het Team van de toekomst: houd vast aan je visie

Gepubliceerd op: 18-03-2026

Het Team van de toekomst krijgt langzaam maar zeker vorm bij zorgorganisatie Woonzorg Flevoland. Zorgmanager Anne-Marijke Schakelaar werkt vanuit een duidelijke visie en weet medewerkers, mantelzorgers en buurtbewoners hierin mee te nemen. Wat kunnen leidinggevenden van andere zorgorganisaties leren van haar aanpak?

Anne-Marijke Schakelaar is zorgmanager van ’t Landleven, een van de zorglocaties van Woonzorg Flevoland. Om de toekomst van de organisatie en die van de zorg bespreekbaar te maken, ontwikkelde Woonzorg Flevoland een praatplaat. 

Daarop staan bekende uitdagingen: de betaalbaarheid van de zorg, de groeiende en complexere zorgvraag en het tekort aan personeel. Ook de thema’s waarmee de zorgorganisatie aan de slag wil gaan, zijn herkenbaar: 

  • eigen regie voor cliënten
  • meer aandacht voor welbevinden
  • samenwerken met informele zorg
  • zo lang mogelijk zelfstandig thuis

Tot zover weinig nieuws zou je misschien zeggen. Maar de manier waarop Anne-Marijke met haar medewerkers invulling geeft aan de praatplaat is wél vernieuwend. 

Nieuw zorgconcept

Begin 2025 kreeg Anne-Marijke een driedubbele opdracht. Allereerst: de uitbreiding van ’t Landleven in goede banen leiden. Omdat er spanningen waren op de werkvloer en discussies over het rooster, moest ook de onderlinge samenwerking en de werksfeer op de locatie verbeteren. En misschien wel haar belangrijkste opdracht: de teams laten meedenken over de toekomst van ’t Landleven, met een praatplaat als hulpmiddel.

Nog geen jaar later ligt er een nieuw zorgconcept, samen met de medewerkers ontwikkeld. In dit concept staat het welbevinden van de bewoners centraal. Zij hebben bewegingsvrijheid en zoveel mogelijk regie over hun eigen leven. In het zorgconcept worden bewoners op een andere manier benaderd: de zorg kijkt naar wat er wél kan en is hierin ondersteunend. De mens staat centraal, niet de ziekte. 

Verder wil ’t Landleven meer samenwerken met de informele zorg en een community opbouwen met de directe omgeving. ‘We zijn samen een nieuwe werkelijkheid aan het vormgeven’, vat Anne-Marijke samen.

In korte tijd heeft haar locatie veel bereikt: er is een nieuw zorgconcept, de werksfeer is verbeterd en het Team van de toekomst krijgt steeds meer vorm. Met deze aanpak weet Anne-Marijke flinke stappen te zetten naar een toekomstbestendige zorg.

Wat kunnen leidinggevenden van andere zorgorganisaties hiervan leren?

‘Aan de hand van de praatplaat heb ik aangegeven wat onze nieuwe werkelijkheid is en waar Woonzorg Flevoland wil staan in 2030’, zegt Anne-Marijke. ‘Daarna heb ik de medewerkers om input gevraagd. Hoe gaan we om met de grotere, complexere zorgvraag, met hetzelfde of minder personeel? Hoe vertalen we dit naar ons team? Een externe coach heeft op individueel niveau met medewerkers gesproken over hun intrinsieke motivatie: hoe kijk jij naar de toekomst? Wat heb jij hiervoor nodig? Dat alles gaf medewerkers de bevestiging dat zij ertoe doen.’ 

De overgang naar een nieuw zorgconcept ging niet helemaal zonder slag of stoot. Sommige medewerkers konden zich hierin niet vinden en vertrokken. Anne-Marijke: ‘We hebben een duidelijke toekomstvisie. Als medewerkers zich daar niet prettig bij voelen, moet je soms afscheid van elkaar nemen. Anders kun je de transitie naar het Team van de toekomst nooit maken.’

Medewerkers hebben samen invulling gegeven aan de praatplaat en meegeschreven aan het zorgconcept. Anne-Marijke: ‘We hebben de medewerkers ruimte en veiligheid geboden. Als je wilt bijdragen aan de toekomst van ’t Landleven en je intentie is goed, kun je onmogelijk fouten maken. Dat hebben we steeds benadrukt. Hierdoor is er veel meer positiviteit en vooral enthousiasme op de locatie gekomen.’ 

Om haar toekomstbestendigheid te vergroten, heeft ‘t Landleven sinds kort acht zorghulpen in dienst: anders opgeleiden zonder zorgachtergrond. Hun aantal moet de komende jaren toenemen, vindt Anne-Marijke. ‘Zo’n 20% van de taken op een woongroep is gericht op zorg. Waarom zouden wij het rooster dan helemaal moeten vullen met medewerkers een zorgopleiding? Wie interesse heeft, mag een dag met een van onze medewerkers meelopen. Aan het eind van de dag bespreken zij samen hoe het aan beide kanten is bevallen. Gaan we verder met deze sollicitant? Past hij in het team? Die vragen worden zoveel mogelijk door de werkvloer beantwoord. Het individuele gesprek met mij volgt later.’ 

Aansluitend op het zorgconcept – eigen regie voor de bewoner – vraagt ’t Landleven actief naar de bijdrage van mantelzorgers in de zorg. Anne-Marijke: ‘We gingen er altijd van uit dat wij wisten wat goed was voor de cliënt. In plaats daarvan organiseren we nu bij elke nieuwe opname een “Wie doet wat?-gesprek”. We vragen wat de cliënt en zijn naaste zelf willen blijven doen en hoe wij hierin aanvullend kunnen zijn. Daarnaast organiseren we elke dag van 11.00 tot 15.00 uur een “informele zorgdienst”. Naasten kunnen dan meehelpen, maar ook buurtbewoners, statushouders en mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt.’ 

Door het vertrek van collega’s en de uitbreidingsplannen moet ’t Landleven nieuwe medewerkers aannemen. Hiervoor organiseert de locatie elke maand een bijeenkomst voor sollicitanten. Ook huidige medewerkers zijn hierbij aanwezig. Anne-Marijke: ‘We maken kennis met elkaar en we vertellen over onze locatie, ons zorgconcept en waar we naartoe willen. Heel laagdrempelig allemaal. Vervolgens vraag ik wie door wil naar de volgende ronde. Op een groot vel papier kunnen de sollicitanten hun naam zetten, zodat ze echt voelen dat ze doorgaan. Later neem ik contact op voor een individueel gesprek. Het leuke is dat deze manier van werven een bepaald type sollicitant trekt: mensen die buiten de kaders durven te kijken.’ 

De directe omgeving was eerst niet blij met de uitbreidingsplannen van ’t Landleven. Door in gesprek te gaan met buurtbewoners en hun bezwaren serieus te nemen, is er een warm contact ontstaan. Anne-Marijke: ‘Hieruit zijn weer allerlei leuke initiatieven ontstaan. De ezel en de kippen van de buren lopen op ons terrein en onze bewoners zijn uitgenodigd in het atelier van een buurvrouw. Een gepensioneerde opticien die in de buurt woont, bood laatst aan om af en toe brillen van bewoners te poetsen en te stellen. Heel leuk.’

Samenwerken met de informele zorg gaat stapje voor stapje. Elke bijdrage wordt daarom gevierd en gedeeld. Anne-Marijke: ‘Twee mantelzorgers kwamen tijdens een familieavond spontaan met het idee om regelmatig op zondag hamburgers te komen bakken. Zoiets zetten we meteen op het familienet. Daarmee hopen we anderen te inspireren en enthousiast te maken voor ’t Landleven.’  

Anne-Marijke brengt als leidinggevende mensen samen rondom een toekomstvisie. ‘Wat we ook doen, we maken er elke dag iets gezelligs van. Zo gaan we met cliënten om, met familie, de buurt, sollicitanten en met elkaar.’