Kwartiermaker: niet achter het bureau, maar op een bankje in de wijk
Gepubliceerd op: 25-03-2026
Sinds 2024 is Rian Huijsmans kwartiermaker bij zorgorganisatie IJsselheem. Wat houdt haar functie in? Welke meerwaarde heeft de kwartiermaker voor een zorgorganisatie? En is zo’n functie iets voor andere zorgorganisaties?
Een van de speerpunten van de strategie van zorgorganisatie IJsselheem (3000 medewerkers, 3500 cliënten) is het centraal stellen van de samen- en zelfredzaamheid in elke levensfase van cliënten. De zorgorganisatie wil hieraan bijdragen, ook als er nog geen zorg nodig is. Hoe? Door zichtbaarder aanwezig te zijn in wijken, buurten en dorpen.
Sterke lokale gemeenschappen kunnen ervoor zorgen dat ouderen langer zelfstandig thuis blijven wonen. Om invulling te geven aan deze ambitie, startte Rian Huijsmans bijna twee jaar geleden als kwartiermaker bij IJsselheem. In haar werk wordt ze ondersteund door twee collega’s.
Wat is jouw voornaamste rol als kwartiermaker?
‘Die van verbinder. Dat is gelukkig een hele vrije rol. Van IJsselheem krijg ik veel ruimte om te onderzoeken met welke bestaande initiatieven in ons werkgebied we iets zouden kunnen doen. Dat kunnen initiatieven van buurtbewoners zijn, maar ook van minder voor de hand liggende partijen, zoals een ondernemersvereniging, kerk, woningcorporatie of sportvereniging. Er is volgens mij veel winst te behalen door hen als serieuze partners te zien. Dat betekent: activiteiten ondersteunen en stimuleren, maar niet overnemen. Het blijft iets van de buurt.’
‘Als zorgorganisatie stappen wij hiermee over onze eigen schaduw heen. We zoeken bewust de samenwerking op met partijen die hier al actiever in zijn: welzijnsorganisaties, vrijwilligersorganisaties en gemeenten. We sluiten ook aan bij hun initiatieven. We hebben samen een maatschappelijke opgave en kunnen elkaar versterken en van elkaar leren.’
Het uiteindelijke doel is om de zelf- en samenredzaamheid van ouderen te vergroten?
‘Dat klopt. Er zit een idealistische gedachte achter. De samenleving is de afgelopen decennia steeds individualistischer geworden. Daardoor zijn we een beetje kwijtgeraakt hoe het is om samen op te trekken. Maar als zorgorganisatie hebben wij samen met andere partijen in de wijk een gezamenlijk belang. Eigenlijk willen we allemaal elkaar beter leren kennen. Want als je elkaar kent, ga je ook naar elkaar omzien. Dan wil je ook echt iets voor een ander betekenen. Hulpvragen waar niet per se zorgexpertise voor nodig is, worden dan hopelijk door de buurt opgepakt. Mensen redden het zo langer samen met hun omgeving en zijn minder afhankelijk van zorgverleners.’
Het is een vrij nieuwe functie. Betekent dit dat je veel aan het pionieren bent?
‘Zeker. Ik zoek naar plekken waar energie zit en waar kansen liggen voor verbinding. Meestal begin ik met het voeren van gesprekken om in kaart te brengen wat er al aan ideeën, plannen en netwerken aanwezig is. Pionieren is ook: vallen en opstaan. Een van de lessen die wij hebben geleerd, is dat je bij elk initiatief een paar buurtbewoners nodig hebt die de kar willen trekken. Als grote organisatie word je namelijk al snel gezien als initiatiefnemer, terwijl dit juist niet onze bedoeling is.’
’Mijn rol is vooral naast de buurtbewoners te staan en mee te denken. Dat betekent soms echt op je handen zitten en afwachten. Aan de andere kant moet je soms ook een stap naar voren zetten, omdat er wel iets van de grond moet komen. Dat is een kwestie van aanvoelen: wanneer moet je doorpakken en wanneer moet je voorzichtig zijn om weerstand te voorkomen.’
Een kwartiermaker zorgt ervoor dat er aandacht komt en blijft voor initiatieven van buurtbewoners.
Rian Huijsmans, kwartiermaker bij zorgorganisatie IJsselheem
Welke competenties heeft een kwartiermaker nodig?
‘Je moet in elk geval ondernemend zijn en een proactieve houding hebben. Daarnaast is het goed om "outgoing" te zijn: de durf hebben om op een bankje in de wijk te gaan zitten en gesprekken met buurtbewoners aan te knopen. Het verbaast me elke keer weer wat zulke gesprekken opleveren. Als je oprecht geïnteresseerd bent, vind je bijna altijd wel een aanknopingspunt om de samenredzaamheid te versterken. Dat kan een hobby van iemand zijn of een connectie van je gesprekspartner. We nemen vaak niet de tijd voor een praatje, terwijl dit zoveel kan opleveren. Dat geldt overigens ook voor de gesprekken met collega’s en professionals waar je mee samenwerkt.’
‘Het is verder essentieel om de belangen van diverse partijen te kunnen zien. Als kwartiermaker moet je het gezamenlijke, maatschappelijke doel voor ogen houden en verder kunnen kijken dan alleen het perspectief van de eigen zorgorganisatie. Dat vraagt om een overstijgende blik en een zeker empathisch vermogen.’
Wat is volgens jou de meerwaarde van de kwartiermaker voor een zorgorganisatie?
‘Een kwartiermaker zorgt ervoor dat er aandacht komt en blijft voor initiatieven van buurtbewoners. Je benadrukt dat het gaat om een gelijkwaardige samenwerking. Naast de buurtbewoners gaan staan en een bijdrage leveren aan hun initiatieven. Het gaat dus heel erg om de manier waarop je het doet. Luister je echt naar het netwerk? Zie je hen als gelijkwaardige partners? Dat blijf ik als kwartiermaker continu benoemen.’
‘Overigens moeten wij als organisatie ook nog stappen zetten. Hoe kunnen wij iets teruggeven? Bijvoorbeeld ruimte of kennis. Hoe kunnen we nog beter aansluiten bij initiatieven van zowel buurtbewoners als partnerorganisaties? We zouden ons elke keer moeten afvragen of inwoners voldoende vertegenwoordigd zijn en welke initiatieven er al zijn, voordat we iets nieuws beginnen.’
’Steeds vaker stemmen we af met andere zorgorganisaties, maar we doen dat nog niet altijd automatisch met andere domeinen zoals wonen, welzijn en gemeente. Dat vraagt echt een andere manier van werken. De meerwaarde van een kwartiermaker is dat die de organisatie aanzet om dit te onderzoeken.’
Raad je andere zorgorganisaties aan om met een kwartiermaker te gaan werken?
‘Ja. Het is nu ook een goed moment. In het Integraal Zorgakkoord en het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord is afgesproken dat zorgorganisaties meer moeten gaan samenwerken in de regio. Een voorwaarde is wel dat het bestuur erachter staat en dat de zorgorganisatie openstaat voor samenwerking, ook met onverwachte partijen. Daarnaast is “kwartiermaken” niet iets wat je er even bij kan doen. Je hebt tijd nodig om te kunnen pionieren en initiatieven van de grond te krijgen.’
Heb je nog een tip voor toekomstige kwartiermakers?
‘Wees geduldig. Processen kunnen stroperig zijn, zeker wanneer het over financiën en langdurige verbintenissen gaat. Als kwartiermaker ben je bovendien veel buiten de deur. Soms zie ik collega’s van andere organisaties vaker dan collega’s van IJsselheem. Zorg dus ook dat je verbonden blijft met je eigen organisatie.’