Naar hoofdinhoud Naar footer

Deel deze pagina via:

Stel je vraag aan

IJsselheem: met de kwartiermaker de wijk in

Gepubliceerd op: 25-03-2026

Hoe kunnen we de druk op ouderenzorg verminderen en de buurt meer betrekken bij het omzien naar elkaar? Met die vraag houdt kwartiermaker Rian Huijsmans van IJsselheem zich dagelijks bezig. Door actiever te zijn in de samenleving kunnen zorgorganisaties volgens haar de zelf- en samenredzaamheid van ouderen sterk vergroten. Dus kom op: de wijk in.

Rian Huijsmans geeft het graag toe: ze heeft als kwartiermaker een tegenstrijdige rol. Haar opdracht is om de instroom in de zorg te beperken door de zelf- en samenredzaamheid van ouderen te versterken. ‘Investeren in een kwartiermaker leidt, als het goed is, tot minder zorgvragen. Dat is natuurlijk best raar: mijn werk kost geld en levert de zorgorganisatie dan ook nog eens minder omzet op.’

Naar elkaar omzien

Toch ziet Rian, en met haar IJsselheem, grote kansen in het vergroten van de zelf- en samenredzaamheid. ‘Ik ben ervan overtuigd dat de kwaliteit van leven van ouderen hierdoor aanzienlijk verbetert. Mensen voelen zich sterker en gelukkiger wanneer zij in verbinding staan met anderen en tegelijkertijd in staat zijn om zich zoveel mogelijk zelf te redden. Als we de eigen kracht van mensen weten te versterken, blijft de zorgvraag bovendien beheersbaar. De zorg is dan beschikbaar voor de groep die deze écht nodig heeft.’

Zorg kan volgens Rian voor een deel best worden teruggebracht naar het ’normale leven’. ‘Niet elke hulpvraag vereist professionele zorg. Laten we mensen aanmoedigen om te kijken naar wat zij zelf kunnen, eventueel met hulp van hun omgeving. Dat is cruciaal met de dubbele vergrijzing en de tekorten op de arbeidsmarkt. Afgezien daarvan: ik denk echt dat het leven voor iedereen een stuk leuker en aangenamer wordt als we met z’n allen wat meer naar elkaar omzien.’

Prominentere rol

Zorgorganisaties die de zelf- en samenredzaamheid van ouderen willen vergroten, moeten volgens Rian een grotere rol in de samenleving op zich nemen. Dat betekent: actief de wijk in gaan. Deze aanpak van IJsselheem leverde al mooie initiatieven op. Rian: ‘Op een monumentendag ben ik in een pand in Kampen gaan staan waar wij als IJsselheem woningen gingen realiseren.‘

‘Er kwamen veel nieuwsgierige buurtbewoners langs. Ik ben heel open met hen in gesprek gegaan: wat maakt deze buurt uniek? Waar ben je trots op? Welke activiteiten worden al in deze wijk georganiseerd en door wie? Aan wie of wat in de buurt zou je meer aandacht willen geven? Uiteindelijk waren er drie mensen die zeiden: wij willen ons meer inzetten voor de buurt.‘

Buurtbewoners kwamen zelf met leuke ideeën

Zij ontwikkelden zelf een enquête onder buurtbewoners. Daar ontstonden weer allerlei leuke ideeën uit. Zoals een buurtkoffieplek waar mensen een keer per week samen kunnen koffiedrinken. Of een buurtboekje waarin buurtbewoners zich voorstellen. We hebben al meegeholpen met het organiseren van een buurtfestival voor zo’n 200 buurtbewoners. Daar deden ook verschillende lokale ondernemers aan mee.’

Op een monumentendag ben ik in een pand in Kampen gaan staan waar wij als IJsselheem woningen gingen realiseren.

Rian Huijsmans, kwartiermaker van IJsselheem

Nodige uitdagingen

Wie een prominentere rol in de samenleving wil oppakken, komt echter ook de nodige uitdagingen tegen weet Rian na twee jaar werken als kwartiermaker. ‘Zorginstellingen worden vaak gezien als grote instituten. Dat maakt het lastig om de verbinding aan te gaan met de wijk, omdat buurtbewoners zich hierdoor passief opstellen. Wij willen stimuleren dat zij zelf met ideeën komen. Maar in de praktijk zie ik soms dat buurtbewoners met "de armen over elkaar" naar onze bijeenkomsten komen. Die afwachtende houding komt ook doordat we als zorgorganisaties eigen initiatief lange tijd niet erkenden en waardeerden.’

Ook maatschappelijke partners kunnen zorgorganisaties als grote spelers zien en samenwerken lastig vinden. Rian: ‘Welzijnsorganisaties kunnen zich bedreigd voelen omdat wij ons op hun terrein begeven. Dat begrijp ik, aangezien zorgpartijen vaak over grotere budgetten beschikken. Ik heb gemerkt dat je eerst vertrouwen moet opbouwen en moet investeren in de relatie met partners. Wat helpt, is hen te benaderen als collega's met wie je een gemeenschappelijk doel hebt: het opbouwen van een sterke lokale gemeenschap. Door je successen te vieren en frustraties te delen, vind je elkaar en wordt het een gezamenlijk proces.’

Naar buiten gericht werken was een uitdaging

Binnen haar eigen organisatie was het een uitdaging om zorgprofessionals meer naar buiten gericht te laten werken. Rian: ‘Veel medewerkers zijn door de hoge werkdruk en interne ontwikkelingen vooral gefocust op wat er binnen de muren van de organisatie moet gebeuren. Zij zien vaak wel het belang van zelf- en samenredzaamheid, maar weten niet altijd hoe zij hiermee aan de slag moeten gaan. Ik zoek bewust contact met medewerkers op de werkvloer en maak het abstracte zo concreet mogelijk. Door een visie te vertalen naar praktische voorbeelden en daadwerkelijk actie te ondernemen, begrijpen medewerkers wat er van hen wordt verwacht in de dagelijkse praktijk.’

Stroperig proces

Tot slot: het opbouwen van duurzame samenwerkingsverbanden in de wijk is vaak een ’stroperig proces’. ‘Soms zakt de moed je in de schoenen’, zegt Rian. ‘Het maken van concrete afspraken kan de voortgang aanzienlijk vertragen. Wie betaalt wat? Hoe houden we een initiatief in de wijk financieel overeind? Het beantwoorden van dit soort vragen neemt vaak meer tijd in beslag dan buurtbewoners geduld hebben. Dat betekent dat je snel moet handelen om het momentum vast te houden en plannen toch te laten slagen.’

Tips voor andere zorgorganisaties

Welke tips heeft Rian voor andere zorgorganisaties die ook willen werken met een kwartiermaker? 

  • Durf de straat op te gaan. ‘Ga letterlijk op een bankje in de wijk zitten en knoop het gesprek met buurtbewoners aan. Dan hoor je wat er speelt. Uit eigen ervaring weet ik dat zo uit het niets mooie ideeën kunnen ontstaan.’
  • Sluit aan bij bestaande initiatieven. ‘Focus op het ondersteunen van wat buurtbewoners zelf al organiseren, in plaats van altijd vanuit de eigen organisatie te vertrekken.’
  • Durf fouten te maken. ‘Stap ergens in, ook al twijfel je. Wees niet bang om nieuwe dingen uit te proberen. Pionieren houdt in dat je gaandeweg leert wat wel en niet werkt.’
  • Ga uit van tijdelijke inmenging. ‘Jaag initiatieven aan, stimuleer en faciliteer ze, maar neem ze niet over van buurtbewoners. Wees voorbereid om een stapje terug te doen zodra het kan.’
  • Zorg voor rugdekking. ’Maak gebruik van de visie, strategie en regioplannen van je organisatie om momentum te creëren en steun te krijgen van management en bestuur.’
  • Houd het klein. ’Als een initiatief te groot of te "systeemgericht" dreigt te worden, ga dan terug naar de basis. Sluit bijvoorbeeld aan bij een koffiemoment met buurtbewoners. Zo kun je vaak het menselijke contact en de eigen regie van buurtbewoners herstellen.’