Naar hoofdinhoud Naar footer

Deel deze pagina via:

Stel je vraag aan

Kleine zorgorganisaties: je hoeft niet alles in huis te hebben

Gepubliceerd op: 10-02-2026

Kleine zorgorganisaties zijn vaak sterk visiegedreven en werken met korte lijnen. Tegelijk hebben zij beperkte tijd en capaciteit om alle kennis en scholing zelf te organiseren. Juist in een krappe arbeidsmarkt vraagt dat om slimme keuzes. In dit drieluik belichten we kleine zorgaanbieders telkens vanuit één thema, met als rode draad: samen anders werken. Deze keer: kwaliteit. Hoe zorgen Crataegus Woonzorg en Gooisch Leven dat de juiste expertise op tijd beschikbaar is?

Groot of klein, voor zorgorganisaties geldt een uitgebreid stelsel van wet- en regelgeving. Hoe blijven kleine zorgorganisaties op de hoogte van de ontwikkelingen op dit gebied? Crataegus Woonzorg en Gooisch Leven volgen de wet- en regelgeving actief. 

‘Op de hoogte blijven is eigenlijk niet het probleem’, zegt Desiree van Velthoven, plaatsvervangend eindverantwoordelijke zorg bij Crataegus Woonzorg. ‘Maar het uitvoeren van de regels vraagt soms wel veel uitzoekwerk. Dit is niet ons dagelijks werk. Onlangs moest ik een hele ochtend bellen, tot aan de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd aan toe, om te achterhalen of een casus onder de Wet zorg en dwang viel.’

Crataegus Woonzorg (35 medewerkers, 45 cliënten) in het Brabantse Dorst is een kleinschalige woonomgeving met een gemengde doelgroep: ouderen met en zonder zorgindicatie, jongeren met een lichamelijke of geestelijke beperking en mensen met een psychiatrische kwetsbaarheid. Het complex van Crataegus bestaat uit 25 zelfstandige appartementen en vier studio’s. De cliënten huren een woning van Crataegus of wonen in de wijk of buurt en ontvangen zorg vanuit de Wlz (in de vorm van het VPT), de Wmo of de Zvw. Crataegus heeft een eigen dagbesteding en biedt ook ambulante begeleiding aan mensen met psychische klachten. De dagelijkse leiding is in handen van Eddy van Gool en Marinka van den Hazelkamp, daarbij ondersteund door Desiree van Velthoven.

Expertise

Kleine zorgaanbieders kunnen niet alle expertise in huis hebben. Gooisch Leven schakelt waar nodig externe expertise in, vertelt medeoprichter Eva Halici. ‘Bij complexe wonden werken we bijvoorbeeld samen met een wondregieteam hier in de regio. Zij stellen het behandelplan op, wij voeren het uit. We werken daarnaast samen met een specialist ouderengeneeskunde en een professional die trainingen geeft op het gebied van dementie. Soms loop je tegen situaties aan waarvan je denkt: hoe gaan we hier goed mee om? Dan is het heel prettig om zulke sparringpartners te hebben.’

Bij Crataegus wonen verschillende doelgroepen. Dat maakt het organiseren van kennis des te uitdagender. Desiree: ‘Geen zorgvraag is bij ons hetzelfde. Bij het organiseren van de zorg kijken we voortdurend wat we in huis hebben en waar aanvullende kennis nodig is. Dat betekent soms collega’s extra instrueren of externe expertise inschakelen. We werken bijvoorbeeld heel goed samen met experts van de GGZ en een extern verpleegkundig specialist op het gebied van psychiatrie en verstandelijk gehandicaptenzorg.’

Gooisch Leven

In de bossen van Huizen staan vier bungalows die samen Gooisch Leven vormen, een kleine woonzorglocatie voor mensen met dementie of een somatische zorgvraag. Elke bungalow telt tien kamers. De 35 cliënten van Gooisch Leven huren een kamer en krijgen zorg vanuit de Wlz in de vorm van het VPT. Gooisch Leven heeft 35 medewerkers die worden aangestuurd door één teamcoördinator. Eindverantwoordelijk zijn oprichters Eva Halici en Meike Dieperink. Beiden zijn opgeleid als hbo-verpleegkundige en hebben eerder samen een thuiszorgorganisatie gerund. Naast Gooisch Leven hebben de twee zorgondernemers een bijscholingscentrum met vijf locaties.

Scholing

Kleine zorgorganisaties moeten voor voldoende expertise vooruitkijken en op tijd investeren in de ontwikkeling van hun medewerkers. Hoe hebben zij de scholing georganiseerd? Als het gaat om het bijhouden van risicovolle en voorbehouden handelingen, profiteert Gooisch Leven van de korte lijnen met het eigen bijscholingscentrum. ‘Als een medewerker niet meer bevoegd is of zich niet meer bekwaam voelt, is er altijd wel een trainer beschikbaar of ergens een les te volgen’, zegt Eva.

Weinig voorkomende handelingen oefent Crataegus pas wanneer dat nodig is. Desiree: ‘Komt een handeling vervolgens regelmatig voor, dan zorgen we ervoor dat medewerkers zich hierin bekwamen. We schakelen daarbij vaak de hulp in van bijvoorbeeld een wijkverpleegkundige van een andere zorgorganisatie. Medewerkers oefenen ook samen en volgen een scholing of e-learning.’

Scholingsplanning en cursussen naar behoefte

Crataegus werkt volgens Desiree daarnaast met een jaarlijkse scholingsplanning en organiseert verder opleidingen, trainingen en cursussen naar behoefte. Bijvoorbeeld na de komst van een nieuwe bewoner. ‘We werken met één team en medewerkers krijgen dus met verschillende doelgroepen te maken. Als zij expertise missen, organiseren wij scholing, bijvoorbeeld op het gebied van licht verstandelijke beperkingen of psychiatrie. Recent hebben we voor het eerst een bewoner met Parkinson gehad. Toen heeft de Parkinson verpleegkundige van het ziekenhuis bij ons een klinische les verzorgd.’

Scholen is bij Gooisch Leven ook vooruitkijken. Eva: ‘Ouderen blijven langer thuis wonen. Onze organisatie zal meer bewoners krijgen met een zwaardere somatische zorgvraag en complexere gedragsproblemen. Wij bereiden ons team hier nu al op voor. Dat gebeurt met trainingen, maar nog meer door leren in de praktijk.’

Zo neemt Gooisch Leven deel aan het regionale project Integrale Medische Ouderenzorg (IMOZ), waar elke twee weken casussen worden besproken met een specialist ouderengeneeskunde, huisarts, psycholoog of agoog. 

Eva: ‘Door samen met experts het gedrag van bewoners te observeren en casussen te bespreken, leren medewerkers signalen bij bewoners met probleemgedrag herkennen. Wij merken dat zij situaties beter kunnen inschatten en vaker escalatie weten te voorkomen.’

Als een medewerker niet meer bevoegd is of zich niet meer bekwaam voelt, is er altijd wel een trainer beschikbaar

Eva Halici, medeoprichter Gooisch Leven

Kwetsbaarheid

De oprichters vormen vaak het hart van een kleine zorgaanbieder, wat de organisatie kwetsbaar kan maken: als zij wegvallen, gaat er misschien kennis verloren of komt de continuïteit van het bedrijf in gevaar. Het ‘wat als’-scenario wordt bij Crataegus bewust besproken, zegt Desiree. ‘Wij weten: ook in het ergste geval kunnen de zorg en organisatie doorgaan. Ik kan de dagelijkse zaken direct overnemen. De raad van toezicht kan direct in actie komen en een nieuwe directie aanstellen.’

Volgens Eva is Gooisch Leven allesbehalve kwetsbaar. ‘We hebben een uitstekende locatiemanager en een ervaren team; de meeste medewerkers hebben bij grotere organisaties gewerkt. Zij zijn heel loyaal en voelen zich verantwoordelijk voor de organisatie. Kennis is ook niet bij één persoon belegd. Onze aandachtsvelders werken bijvoorbeeld in tweetallen. En wij zijn als oprichters met z’n tweeën. Dat scheelt ook.’

Bedrijfsvoering en toezicht

Het hebben van een kleine zorgorganisatie is ook het runnen van een bedrijf. Hoe combineren zij kennis van zorg met ondernemerschap? Crataegus koopt externe expertise in op het gebied van bedrijfsvoering. Desiree: ‘Onze visie is: wat je niet zelf kunt, moet je ook niet zelf willen doen. Wij hebben als voordeel dat de ene oprichter ondernemer is geweest en de andere uit de zorg komt. Ook als het om bedrijfsvoering gaat, overleggen we met andere zorgorganisaties. Bijvoorbeeld bij investeringen. Voor de aanschaf van een nieuw alarmeringssysteem zijn we eerst elders gaan kijken hoe dat beviel.’

De oprichters van Gooisch Leven zijn volgens Eva gegroeid in de rol van ondernemer. ‘Maar we weten ook: onze kracht ligt bij zorg en kwaliteit. De salarisadministratie, boekhouding en het opstellen van jaarrekeningen en begrotingen, daar hebben we externe partners voor nodig. We zorgen er wel voor dat we zelf ook weten hoe we ervoor staan. Zoveel kennis van zaken hebben wij inmiddels wel.’

Op het gebied van bedrijfsvoering worden beide organisaties ook regelmatig gecontroleerd. Bij Crataegus is dat ’een heel betrokken raad van toezicht’. Gooisch Leven wordt scherp gehouden door de raad van commissarissen met wie vier keer per jaar wordt overlegd. 

Eva: ‘Eén commissaris is regiodirecteur bij een grote zorgorganisatie. Zij toetst ons vooral op kwaliteit, helpt bij het analyseren van risico’s en attendeert ons ook bijvoorbeeld op subsidies. De andere twee leden hebben veel bestuurlijke en financiële ervaring. Alle drie zijn ze erg kritisch. Voor ons niet altijd gemakkelijk, maar het is fijn om zo’n klankbord te hebben.’

Kleine zorgorganisaties pakken zaken op geheel eigen wijze aan. Wat kunnen andere zorgorganisaties van hen leren? Desiree en Eva geven beiden een tip.

Desiree: ‘Teamleiders moeten zorgmedewerkers aansturen, maar hebben bij veel zorgorganisaties geen mandaat. Dat is het grote verschil met een kleine zorgorganisatie zoals de onze. Door onze platte organisatie kunnen wij direct inspelen op de behoefte van een bewoner. Mijn advies aan andere zorgorganisaties: maak teamleiders belangrijk en geef ze het mandaat om te handelen. Dat levert zoveel op, zowel in kwaliteit van zorg als in tevredenheid van medewerkers, bewoners en familie.’

Eva: ‘Werk niet met slechts één locatiemanager. Als die persoon niet goed klikt met het team of als medewerkers zich niet gehoord voelen, lopen zij weg. Zorg daarom voor meerdere aanspreekpunten. Wij werken met aandachtsvelders op verschillende gebieden. Lukt het hen niet om samen met medewerkers tot een oplossing te komen, dan gaat het door naar de locatiemanager. Als ook die er niet uitkomt, komen zaken bij Meike en mij terecht. Mijn advies: verdeel de verantwoordelijkheid op een locatie.’