Zorggroep Almere: samen leren centraal: “We weten elkaar beter te vinden”

Een bijeenkomst loopt wel vaker uit. Maar een bijeenkomst die dik een half uur uitloopt zonder dat er ook maar iemand stiekem checkt hoe laat het is – dat is zeldzamer. Iedereen neemt actief deel aan het gesprek bij Zorggroep Almere. Centraal staat de vraag: hoe kunnen we nóg beter samen zorgen en samen leren? Hoe betrekken zorgmedewerkers, familieleden en vrijwilligers elkaar het best bij de zorg rond de cliënt? “We hebben tenslotte een gemeenschappelijk doel.”

Irene van Kooij is teammanager zorg van locatie Zephyr. “Vroeger droeg de familie hun dierbare als het ware aan ons over. Nu doen we het steeds meer samen. We hebben de afgelopen drie jaar behoorlijk ingezet op ‘samen leren’. In projecten als Music & Memory, Samen koken en Leefmilieus zaten vrijwilligers, medewerkers en familieleden bij elkaar. Wat heeft ons dat opgeleverd? Hoe gaan we verder? Graag horen we dat vanmiddag van jullie. Fijn dat hier mensen uit alle groepen aanwezig zijn.”

Badbrancard

Vrijwilliger Marja herinnert zich een workshop waar ze samen met bewoners, familie en medewerkers gevulde eieren ging maken. Door samen iets te doen, leerde ze meer over het leven en de achtergrond van de cliënten: “Je hoort nog eens wat, bepaalde dingen wist ik helemaal niet. Door wat familieleden vertelden, leerde ik bewoners beter kennen. Heel waardevol.”

Coördinerend verpleegkundige Berna noemt een ander voorbeeld: “We betrokken een tijdje geleden de familie bij de fysieke zorg rond een comapatiënt. Zij als dierbaren kunnen die extra touch geven die wij als professionals niet in huis hebben. We leerden hen hoe ze hun familielid op de douchebrancard op de kamer konden douchen. En hoe ze in de snoezelbadruimte de badbrancard konden bedienen. Dat was geweldig mooi, die samenwerking.” Zowel Marja als Berna zien hun ervaring als een verrijking van de zorg, maar ook van hun eigen rol daarin.

Best practice
Het Waardigheid & trots-project bij Zorggroep Almere leidt tot een slotdocument of best practice. Om het welzijn van de bewoner te bevorderen, hebben professionals, vrijwilligers en familie elkaar hard nodig. Dit betekent niet minder dan een cultuuromslag, die begint met het open kunnen bespreken van de verschillende rollen van alle betrokkenen. Het gesprek vanmiddag is hiervan een voorbeeld. Zorggroep Almere heeft de eerste stappen gezet naar werkelijk ‘samen leren – samen zorgen’, met vallen en opstaan. Ook over ‘lastigere’ onderwerpen kun je samen leren. Sommige medewerkers vinden de nieuwe manier van werken nog omslachtig, zijn wat onzeker. Alle opbrengsten en leerpunten worden gedeeld via de best practice, waarmee zowel de eigen als andere organisaties hun voordeel kunnen doen.

Open staan

Francis Kastermans, teammanager zorg van locatie Polderburen, meent dat het wij/zij-gevoel dat vroeger de professionals van de familie scheidde voltooid verleden tijd is. “We hebben één doel: het welzijn van onze bewoners.” Ze noemt een voorbeeld: “Vroeger verzorgden onze psychologen trainingen rond gedragsproblemen voor de medewerkers. Dan nodigden we de familie niet uit. We hadden koudwatervrees, het ging tenslotte over het gedrag van hun dierbaren. Na het samen leren in verschillende trainingen willen we ook samen gaan leren in de training rond onbegrepen gedrag, Een gevoelig onderwerp dat zowel de familie als de zorg raakt.”

Ze vervolgt: “Zo’n zes, zeven jaar geleden zag ik met angst en beven de familie-avonden tegemoet. Nu staan we veel dichter bij elkaar. We staan open om te leren van wat de familie inbrengt en ervaren dat eerder als een tip dan als kritiek. Johan, wiens moeder op locatie Zephyr woont, beaamt dit: “Zephyr staat open, je mag meedenken als familie. Dat is een kans. Je overlegt meer met de medewerkers, bent meer onderdeel van het geheel. Maar: je moet er wel voor open staan. Het is een wisselwerking.”

Francis Kastermans, teammanager: ‘Zo’n zes, zeven jaar geleden zag ik met angst en beven de familie-avonden tegemoet. Nu staan we veel dichter bij elkaar. We staan open om te leren van wat de familie inbrengt en ervaren dat eerder als een tip dan als kritiek.’

Vrij voelen

Bij sommige projecten is de inbreng van familie broodnodig. Neem bijvoorbeeld Music & Memory. Dan is het heel praktisch als familieleden de favoriete muziek van hun dierbare aangeven of meebrengen. Dagbestedingscoach Berthilde vertelt dat de ruimere beschikbaarheid van allerlei dagbestedingsmaterialen ook een goede manier is om de familieleden te betrekken. “We gaan daarin de goede kant op. Maar we kunnen wat mij betreft nóg meer uitstralen dat mensen zich vrij mogen voelen bij ons. Dat ze de Qwiek.up mogen gebruiken als ze op bezoek komen. Of de snoezelbadkamer. Berna vult aan: “En we moeten misschien meer oog hebben voor familieleden die minder mondig zijn.”
Berthilde staat stil bij de moeilijke periode die familie rond de inhuizing van hun dierbare doormaakt. “Dan is het juist belangrijk hen mee te nemen naar de mooie dingen die er ook zijn.” Een ander vult aan dat het doorsturen van leuke foto’s van bewoners naar de familie altijd positief wordt ervaren.

Serieus nemen

De ervaringen van de vrijwilligers aan tafel zijn wisselend. Sommigen voelen zich deel van het team, anderen ervaren nog afstand tot de professionals. Uitspraken variëren van “Ze kennen nog steeds mijn naam niet” tot “Ik word enorm serieus genomen. Men noteert direct wat ik opmerk”. Op de vrijwilligersdag die er binnenkort aankomt, staat het contact met de zorgmedewerkers op de agenda. Vrijwilliger Ilonka pleit voor een regelmatige bijeenkomst op de huiskamer, met familie, vrijwilligers, medewerkers én bewoners. “Waar we bij elkaar komen voor uitleg over hoe de dingen hier gaan. Maar ook om elkaar beter te leren kennen.”

Teammanager Irene: “Er zijn ontelbare onderwerpen waarop je elkaar kunt opzoeken. Je moet er alleen oog voor hebben. Elkaars kwaliteiten zien. En het niet eng vinden samen dingen te doen. Gewoon dóen!”

Samen eten

Het gesprek komt op de beperkte tijd die familieleden tot hun beschikking hebben. “Als er eten is, komen ze”, stelt Rob lachend. Hij is voorzitter van de cliëntenraad (CR) van locatie Polderburen. Vrijwilliger/mantelzorger/cliëntenraadslid Brechtje herinnert zich dat ze vroeger gewoon mee kon eten als ze op bezoek ging bij haar man Jan. “Dat kan nu ook, gewoon doen!”, stelt teammanager Francis. Een ander vindt dat je familie regelmatig moet uitnodigen voor een broodmaaltijd ’s avonds. “Dan zijn ze binnen en wie weet kun je dan meer dingen met elkaar organiseren.” Brechtje vertelt dat ze destijds niet alleen bleef eten, maar ook bewoners die dat nodig hadden een handje hielp. “En zien eten, doet eten”, concludeert Francis.

Beter op elkaar ingespeeld

Johan stelt vast dat het meer gezamenlijk zorgen al resultaten oplevert: “Als familie en medewerkers raken we steeds beter op elkaar ingespeeld. Er is vertrouwen over en weer. De zorgmedewerkers hebben aan een half woord genoeg. Als ik aangeef dat ik dan-en-dan mijn moeder wil ophalen, hoef ik niks meer te zeggen. De tas staat ingepakt klaar, de andere rolstoel ook. Ik kan haar zó meenemen. Vroeger liep ik regelmatig hier binnen om iets te controleren, echt. Nu is het meer samenwerken.”

CR-voorzitter Rob vindt dat de bewustwording rond ‘samen zorgen en samen leren’ heeft geleid tot een cultuur waarbinnen familie en medewerkers elkaar gemakkelijker spreken over zaken waar men tegenaan loopt. Jan beaamt dat. Hij woont al veertien jaar op Polderburen en heeft door de nieuwe dynamiek meer invloed dan vroeger, als bewoner/CR-lid. Zijn vrouw Brechtje meet de waarde van het ‘samen zorgen en samen leren’ af aan de stemming van Jan, die al de hele middag positiviteit uitstraalt en verwoordt. Brechtje: “En dan zie ik dat het goed gaat. Hij is hier ontzettend tevreden.”

Artikel door Linda van Ingen

Meer weten

Geplaatst op: 29 mei 2018
Laatst gewijzigd op: 29 mei 2018