WelThuis De Boomgaerd: ‘Wonen zoals bewoners het gewend waren’

Stel dat je een huis voor mensen met dementie mocht ontwerpen. Hoe zou het er dan uitzien? Vermoedelijk komt locatie De Boomgaerd van WelThuis dicht in de buurt. Van inrichting tot activiteiten en technologie: aan alles is gedacht. Zelfs duurzaamheid is meegenomen. De bewoners wonen er nu ruim drie maanden. Bewoonster mevrouw Van Dalen : ‘Zie je al die beeldjes daar? Die heb ik gespaard.’

Maximale vrijheid

Het is even zoeken naar de ingang, maar zodra de deur opengaat, stralen de rust, ruimte, de sfeervolle kleuren en het licht je tegemoet. De gloednieuwe locatie De Boomgaerd van WelThuis is volledig ingericht op mensen met dementie. Maar zonder betuttelend te zijn. In tegendeel, bewoners hebben maximale vrijheid. Iedere bewoner heeft een eigen tweekamerappartement. Met een woonkamer, een slaapkamer, een badkamer, een klein keukenblokje en een eigen voordeur. Ingericht met eigen meubels, met hulp van familie. ‘Bewoners wonen hier zoals ze het gewend waren’, zegt locatiemanager Laurence Mannot.

Laurence Mannot

Laurence Mannot

Meer ruimte

De meeste bewoners van De Boomgaerd komen van de tijdelijke locatie Monteverdi, een enkeling van de wachtlijst. De Boomgaerd was het wachten waard. ‘Hier wonen betekent heel veel meer ruimte’, zegt verpleegkundige Shanti Baktawar. ‘Letterlijk en figuurlijk. Bewoners hebben de ruimte om zich terug te trekken in hun eigen huisje. Daarnaast hebben ze brede gangen tot hun beschikking, waar ze kunnen wandelen of gewoon even ontspannen in een van de zitjes. Grote kans dat ze er een medebewoner tegenkomen met wie ze een gezellig praatje maken. Of ze staan naar buiten te kijken bij de grote ramen. In de buurtkamers kunnen ze altijd terecht, ook om aan activiteiten mee te doen. Daar eten ze ook.’

Technologie

Om de bewoners in hun vrijheid te ondersteunen zet De Boomgaerd ook zorgtechnologie in. In de ontwerpfase van het gebouw boog een werkgroep zich over allerlei vormen van domotica. De Boomgaerd koos voor optische sensoren en leefcirkels. ‘Bij bewoners met valgevaar wordt de intelligente sensor in de slaapkamer ingeschakeld’, vertelt Laurence Mannot. ‘De slimme sensoren zijn helemaal op maat in te stellen. Als iemand uit bed gaat, kan direct een melding naar de smartphone van de verzorging gaan. Of pas later, bijvoorbeeld als een bewoner na een halfuur nog niet terug in bed is. Voor de nachtdienst is dit heel prettig. Ze hoeven niet langer iedere kamer te checken. Een groot goed ook voor de privacy van de bewoners.’

In De Boomgaerd kan de verzorging ook leefcirkels instellen. Bedoeld om iedere bewoner die het wil en kan de vrijheid te geven door het gebouw te lopen. ‘Maar tot nu toe is het niet nodig, de behoefte is er gewoon niet.’ Laurence overweegt zelfs om de leefcirkels in de Rozentuin, haar tweede locatie die nu gebouwd wordt, niet te activeren. ‘Deze groep ervaart al zoveel ruimte en vrijheid.’

Behang met fiets bij WelThuis Professional met bewoner en bloemen bij WelThuis Porselein olifantje en fotolijst Schilderijen aan de muur bij WelThuis

Boontjes doppen

De bereiding van de maaltijden is een activiteit op zichzelf. ‘In de buurtkamers wordt elke dag gekookt met verse ingrediënten’, vertelt Laurence. ‘Wat er op tafel komt wordt met de bewoners besproken. Het koken is een van de taken van de verzorgenden. Ze worden daarbij ondersteund door de welzijnsassistenten, aangesteld met het extra geld voor verpleeghuizen. De welzijnsassistenten zitten bijvoorbeeld bij de bewoners aan tafel de boontjes te doppen. En vragen “hoe deed u dat vroeger?”. Dan komen de verhalen los. Ook bewoners die minder mobiel zijn, neemt de welzijnsassistente vaak even mee naar de keuken. Zodat ze kunnen voelen en ruiken en roeren in de pan.’

Boksles

Activiteiten probeert Laurence steeds vaker buiten de deur te organiseren. ‘Er zijn nu bijvoorbeeld twee groepen bewoners die elke week naar boksles gaan. Het kerstdiner vond plaats in het restaurant van het ouderencentrum. We zijn er met bussen naartoe gegaan.’ ‘De bewoners vonden het geweldig’, vult Shanti aan. ‘Ze hadden echt het gevoel uit eten te gaan. En de paar bewoners voor wie het te veel was, bleven gewoon lekker thuis.’ De interne activiteiten vinden steeds in andere buurtkamers plaats, zodat de bewoners ook op andere plekken komen. En dat zijn dan niet enkel doorsnee-activiteiten als gym en bloemschikken, maar ook yoga en de schoonheidsspecialiste. Elke maand lopen er vier knuffelhondjes in het pand, regelmatig komen therapiepaardjes op bezoek. Verder werkt Laurence veel samen met basisscholen uit de buurt. ‘Bijna alle bewoners vinden kinderen en dieren leuk.’

Ander huisje

De vrijheid en ruimte die bewoners hebben doet ze goed. ‘Sinds we naar De Boomgaerd zijn verhuisd, heeft nog geen enkele bewoner bij de deur staan roepen dat hij of zij eruit wil’, aldus Laurence. ‘Ze hebben die behoefte gewoon niet, omdat ze hun eigen gang kunnen gaan.’ Hoezeer bewoners hun eigen appartement waarderen, laten vooral de bewoners van de wachtlijst zien. Shanti: ‘Zij kwamen niet van een andere locatie, maar vanuit huis. Omdat ze hun eigen spulletjes mogen meenemen, hun appartement zelf mogen inrichten en de voordeur dicht kunnen doen, zie je dat ze de verhuizing heel anders ervaren. Ze verhuizen niet naar een verpleeghuis, maar naar een ander huisje. Deze bewoners trekken zich vaker terug in hun eigen appartement.’

Duurzaamheid

‘Duurzaamheid stond nooit heel hoog op de agenda, totdat we vanaf 2013 meerdere nieuwe locaties gingen bouwen’, zegt Patrick Blankensteijn, manager bij Fundis vastgoed, een onderdeel van organisatie Fundis waar ook WelThuis onder valt. ‘Want dat is het natuurlijke moment om ambities bespreekbaar te maken en in de praktijk te brengen. Duurzaamheid is een trend die je niet meer kunt negeren. Ook wij willen een bijdrage leveren aan het klimaat.’ Bestaande gebouwen aanpassen is echter niet makkelijk. Zeker als je – zoals WelThuis – de gebouwen huurt. ‘Wil je de huurbedragen acceptabel houden, dan is er weinig mogelijk. We zijn wel bezig met de transitie naar LED-verlichting, maar andere investeringen zijn al snel te hoog.’

Woningcorporatie De Goede Woning, eigenaar van De Boomgaerd, bleek een vooruitstrevende visie te hebben. Zij willen hun gebouwen zo duurzaam mogelijk maken, liefst zelfs gasloos. Zelfvoorzienende gebouwen, waarin zonnepanelen en warmtepompen voor elektriciteit en warmte zorgen. ‘De Boomgaerd was al te ver in het ontwerpproces om het gebouw geheel zelfvoorzienend te maken. Dus kozen we voor een middenweg. De bouwkundige schil voldoet ruimschoots aan de hoogste eisen van isolatiewaarde. Dat zie je bijvoorbeeld terug in het driedubbel glas. Het dak ligt vol met zonnepanelen die elektriciteit voor de verlichting van de gangen en de buurtkamers leveren.’ Ook de Rozentuin, de volgende nieuwe locatie van WelThuis, is een gebouw van De Goede Woning. ‘Deze locatie krijgt naast zonnepanelen en driedubbel glas ook warmtepompen, die warme lucht uit de binnen- en buitenlucht halen en zo het pand verwarmen.’ Met De Goede Woning maakte WelThuis goede afspraken. ‘De Goede Woning heeft de investeringen in duurzaamheid op zich genomen. Gewoon, omdat het past bij hun visie op duurzaamheid. En op de langere termijn verdienen ze het terug. Wij mogen daar als gebruiker van het pand ook de vruchten van plukken.’

Poetsen

De ruimte en de eigen appartementen, daar moest het personeel natuurlijk ook aan wennen. ‘We lopen meer’, lacht Shanti. ‘Maar vooral de manier van toezicht houden is anders. Bewoners rommelen vaker in hun eigen appartement. Er is een bewoonster die erg van poetsen houdt, zij maakt elke dag haar huisje schoon. Zonder continu een verzorgende om haar heen te hebben.’ Even leek hier een keerzijde aan te zitten. ‘In het begin ging het aantal valincidenten iets omhoog. Maar nu we allemaal gewend zijn, normaliseert zich dat alweer.’ De vrijheid die bewoners krijgen past bij de visie op de zorg. Die is persoonsgericht. ‘We bellen aan als we komen verzorgen. Dan vragen we of we even mogen binnenkomen en vertellen we wat we komen doen. Willen bewoners het niet? Dan gaan we weer weg. Willen bewoners tot 12 uur uitslapen? Geen probleem. Eten ze het ontbijt liever op hun kamer? Prima. Wij ondersteunen dat ze het leven dat ze gewend waren zoveel mogelijk kunnen voortzetten.’

Servies

Shanti vertelt over de bewoonster die een prachtige kast met servies in haar woonkamer heeft staan. ‘Elke dag rond 14 uur staat ze daar uitgebreid naar te kijken.’ Maar toen de familie het servies kwam brengen ontstonden even twijfels over de veiligheid. ‘We zijn natuurlijk wel een BOPZ-locatie’, legt Laurence uit. ‘Dan is veiligheid een issue. Tegelijkertijd willen we voorkomen dat we daarin doorslaan. Natuurlijk leggen we messen en scharen weg. Maar verder willen we zoveel mogelijk ruimte bieden. Aan de kwaliteitsmedewerker die een audit kwam doen hebben we dan ook gevraagd met andere ogen naar onze locatie te kijken: mensen hebben hier een eigen huis.’

Behang met zee WelThuis Dressoir WelThuis  Servieskast WelThuis Tulpen WelThuis

Privacy

Het valt Shanti op dat ze vaker familieleden ziet nu de bewoners een eigen woning hebben. ‘Op de vorige locatie kwam familie altijd op bezoek in de huiskamer. Dat was soms te druk. Nu gaan ze in het eigen appartement van vader of moeder of partner op visite. Gezellig met een taartje, zoals het hoort.’ Laurence vertelt dat ze in de stuurgroep seksualiteit en intimiteit in het verpleeghuis zit. ‘Opvallend is dat problemen op dat gebied hier nauwelijks voorkomen. Want de privacy is veel groter. Ook voor echtparen. Als de voordeur dicht is, komt er niemand binnen.’ ‘We hebben ook een echtpaar waarvan de vrouw altijd even een dutje doet als ze op bezoek is’, vult Shanti aan. ‘Dan gaat ze liggen op de bank in het appartement van haar man. Want zij is thuis!’

Korfbal

Ook meneer en mevrouw Van Dalen zitten graag in het appartement van mevrouw. Elke maandag, woensdag en vrijdag komt meneer op bezoek. ‘We kennen elkaar van de korfbal’, vertelt mevrouw. ‘Ik was 14, hij was 17.’ Hun hele leven is het echtpaar betrokken gebleven bij de korfbalvereniging. Eerst als spelers, later als scheidsrechter en trainer. Nog steeds zijn ze er regelmatig te vinden. ‘Onze kleinzoon speelt ook’, vertelt meneer. ‘We komen hem elke thuiswedstrijd aanmoedigen. Dan wordt mijn vrouw gehaald met de bus. Na afloop van de wedstrijd drink ik een biertje en zij een wijntje. En eten we nog wat.’ Mevrouw Van Dalen moest wel even wennen aan de nieuwe locatie. Ze is blij dat haar dochter heeft geholpen haar appartement in te richten. ‘Zie je al die beeldjes daar? Die heb ik gespaard.’ Toch voegt ze eraan toe: ‘De oude locatie was ook leuk hoor.’ Meneer moet erom lachen. ‘Ja, daar vond ze het ook wel prima. Maar het is hier echt beter. Veel ruimer en met een eigen plek.’

Beleefpanelen

‘Jaren geleden viel mij al op dat bewoners van verpleeghuizen steeds maar over de gangen lopen en de muren bevoelen. Alleen meestal is er niets. Of dat bewoners bestraffend worden toegesproken als ze iets oppakken en meenemen: “dat is niet van u”.’ Mireille van Driel, eigenaar van Livin’, besloot hier producten op te ontwikkelen. Haar motto is ‘blije gebouwen maken’, ook voor mensen met dementie. ‘Ik heb bijvoorbeeld beleefpanelen bedacht. Levensgrote foto’s, met stofjes die mensen kunnen aanraken en voelen. In De Boomgaerd hebben we een waslijntje voor zo’n paneel gehangen, met echte theedoeken eraan. Bewoners hangen ze recht, vouwen ze op, nemen ze mee. Het mag allemaal.’ De thema’s van de beleefpanelen bedenkt Mireille altijd samen met de medewerkers. ‘Zij weten heel goed wat hun bewoners leuk vinden.’ En als het even kan, betrekt ze ook de bewoners zelf. ‘Dan laten we ze bijvoorbeeld kiezen uit verschillende kaarten. Daarmee kunnen ze nog goed aangeven waar ze blij van worden.’

In De Boomgaerd kreeg zo elke gang een ander thema. Bijvoorbeeld het koningshuis, de markt, het strand, hoedjes. ‘Dat paneel is heel erg leuk, bewoners mogen de hoedjes opzetten en meenemen. De medewerkers hangen ze gewoon ’s avonds weer terug.’ Om kennis te vergaren volgen de medewerkers van Livin’ alle onderzoeken naar dementie. Zo weet Mireille dat een huiskamer vol zetten met oude spulletjes helemaal niet prettig is voor bewoners. ‘Het is natuurlijk goed bedoeld, maar veel te onrustig. Bovendien staat er dan zomaar een petroleumstelletje op de kast terwijl dat eigenlijk in de keuken thuishoort. Heel verwarrend.’ Voor De Boomgaerd koos Mireille ook de kleuren in de gang. ‘Felle kleuren, want oude mensen nemen heel anders waar.’ En in de badkamers zorgde ze voor herkenbaarheid met kleuren achter het toilet en de douche. ‘Mijn uitgangspunt is steeds “hoe voelt iets voor mensen”. Daarvoor moet je je in mensen met dementie kunnen verplaatsen. Dat is dan ook gelijk mijn belangrijkste tip voor andere organisaties: verplaats je in je bewoners en pas de inrichting daarop aan. Zorg dat ze dingen kunnen aanraken en pakken, prikkel ze met geluid. Zodra je ziet dat ze met dingen gaan rondlopen en dat er verhalen loskomen, weet je dat je het goed hebt gedaan.’

Door Ingrid Brons

Meer weten


Geplaatst op: 9 april 2019
Laatst gewijzigd op: 9 april 2019