Kwaliteitsverbetering verpleeghuiszorg

Vivent Het Andere Wonen blijft nadrukkelijk weg van het instellingsdenken

Onder de noemer “Het andere wonen” is vanuit Vivent een franchiseformule ontstaan voor kleinschalig wonen in de wijk met zorg, waarin de nadruk veel meer ligt op het welzijn van de bewoners dan op zorg. Ondernemer Anne-Marie Looman, die eigenaar is van de bv Het Andere Wonen Schijndel en daar haar bedrijf runt, straalt een grote nuchterheid uit over zaken als een BOPZ-indicatie of de HACCP-regels.

In de woonkamer worden net de stoelen klaargezet voor de gymnastiek. ‘Dat is er zo ingeslopen’, zegt Anne-Marie Looman, ‘nu al, want we bestaan pas een half jaar. Maar iemand begon er een keer mee op de woensdagochtend en sinds die tijd komt een vast aantal bewoners er iedere woensdag op eigen initiatief voor naar de woonkamer.’ Terwijl een groepje bewoners zittend de gymoefeningen doet onder leiding van medewerker Dorothé Baars, staat de echtgenoot van Looman in de open keuken de lunch te bereiden en vult de ruimte zich met een aangename geur.

Dat Baars hier zou komen te werken was al snel een uitgemaakte zaak voor haar. ‘Ik heb overal in de zorg gewerkt’, vertelt ze. ‘Ik kende Anne-Marie en ik kende het concept, en ik had direct het idee dat dit iets heel anders zou zijn. Dit wilde ik meemaken.’

Dorothé Baars
‘Ik heb overal in de zorg gewerkt, maar had direct het idee dat dit heel anders zou zijn. Dit wilde ik meemaken.’

Dat Looman haar echtgenoot mee zou krijgen om in te stappen in dit avontuur lag echter minder voor de hand. ‘Hij komt niet uit de zorg’, vertelt ze, ‘bovendien hebben we drie kinderen. Het concept – dat uitgaat van ondernemerschap – vraagt dat we hier zelf ook wonen. Het was dus echt wel een stap.’

Ondernemersechtpaar Looman Vivent Schijndel

Niet verkassen maar volgen

Voor Looman zelf was snel duidelijk dat ze die stap wilde zetten. Ze werkte bij Vivent als teammanager en later als teamcoach, verpleegkundig teamleider in de thuiszorg. ‘Daar werd gediscussieerd over de vraag hoe we mensen kunnen volgen in plaats van ze te verkassen als hun zorgbehoefte toeneemt’, vertelt ze. ‘We keken daarbij naar Scandinavië, waar veel meer community care bestaat. Op basis daarvan zijn we gaan nadenken over concepten waarbij mensen in de wijk kunnen blijven wonen. Toen duidelijk werd dat daarbij zou worden gekozen voor kleinschalige woonvormen op basis van de scheiding van wonen en zorg en uitgaand van ondernemerschap, wilde ik meteen een rol spelen. Ondernemerschap zie ik als de ultieme vorm van eigenaarschap.’

Wat er uit kwam, was een franchiseformule die heel veel lijkt op het concept van De Herbergier, met als grote verschil de volwaardige appartementen. Inmiddels zijn twee vestigingen open – in ’s-Hertogenbosch en Schijndel – en vier andere zijn in voorbereiding. De franchiseformule is ondergebracht in een bv die los staat van Vivent. Maar Vivent maakte wel de investering in de locaties mogelijk, omdat banken daarvoor weinig toeschietelijk bleken te zijn.

Net als thuis

Een vestiging telt zestien appartementen. ‘En dat zijn ook volwaardige appartementen’, zegt Looman, ‘met een ruime woonkamer, een douche en een keuken. Toch zit de huur onder de huursubsidiegrens. Echtparen kunnen bij elkaar blijven en kunnen dus hun vertrouwde leven voortzetten. Familieleden kunnen als ze dat willen in de woning met hun ouders koken en eten, ze hoeven niet van de maaltijden in de woonkamer gebruik te maken. We proberen het hier allemaal net zo als thuis te houden.

appartementen Vivent het andere wonen Schijndel

De nadruk ligt veel meer op welzijn dan op zorg. Vandaar ook die gymnastiek, en vandaar dat ook wel eens een bewoner gewoon hier in de woonkamer de was staat te strijken. Maar je moet er als ondernemer wel op blijven sturen om weg te blijven van het instellingsdenken. Vandaag nog was hier een praktijkondersteuner van een huisartspraktijk – de bewoners hebben nog hun eigen huisarts – die gewoon aan tafel de bloeddruk van een patiënt mat en vervolgens de uitslag ging zitten bespreken. Dat is niet de bedoeling, iedere bewoner heeft een eigen woning en daar hoort zoiets plaats te vinden. Toen ik dat merkte, greep ik daarom toch even in. Het herinnerde me er ook aan dat coaching van de medewerkers over het feit dat hier het welzijn van de bewoners centraal staat iets is wat we voortdurend moeten herhalen.’

De bewoners hebben allemaal een ZZP 4 of 5 en sommigen vanuit het verpleeghuis waar ze vandaan kwamen een BOPZ-indicatie. ‘Wij ontkennen die zeker niet, maar we geloven ook niet in gesloten deuren’, zegt Looman. ‘Onbegrepen gedrag is voor ons niet het uitgangspunt, we denken dat we op gedrag kunnen anticiperen en dat we het ook kunnen leren begrijpen. Deze mensen willen niet zonder metgezel naar buiten, die behoefte krijgen ze juist pas als je alle deuren dicht houdt. Wij doen dat dus niet. Iedere bewoner heeft een sleutelbandje op de pols om de deur naar de eigen woning te openen en we hebben bij drie bewoners – in overleg met de familie – dit zo afgesteld dat een signaal klinkt als ze naar buiten willen gaan. Bijna altijd weten we dan al dat die behoefte er is en zijn we er al bij. Bovendien is er altijd iemand in de woonkamer, van waaruit de enige vrij toegankelijke toegangsdeur zichtbaar is. Die deur gaat om elf uur ’s avonds op slot, maar dat doe je thuis ook. Hoewel iedere woning een eigen deur heeft, stimuleren we dat iedereen – ook familieleden – die centrale deur gebruikt wanneer dat voor de bewoner kwaliteit toevoegt. Als iemand zelfstandig de wijk in kan is dat natuurlijk niet nodig.’

Dat blijkt ook goed te werken, al erkent Looman dat het een risico inhoudt. ‘Maar we geloven dat je met risico’s moet kunnen leven’, zegt ze. ‘Als iemand de deur uitgaat om te wandelen, kijkt die echt wel uit voor auto’s en sloten. Dat zit zó verankerd in het brein, zelfs als sprake is van dementie. Bovendien kennen de buurtbewoners onze bewoners inmiddels. Ze komen echt wel weer thuis als het erop aan komt.’

gang van appartementen Vivent

Aandacht voor veiligheid

Dit nuchtere standpunt neemt niet weg dat veel aandacht bestaat voor de veiligheid van de bewoners. ‘We bespreken onze uitgangspunten hierover ook uitgebreid met familieleden als ze overwegen hier iemand te laten wonen. Daarbij zeggen we ook eerlijk: als je onze uitgangspunten over veiligheid en vrijheid niet ziet zitten, kun je misschien beter verder kijken. We zijn in onze opvattingen soms vooruitstrevender dan familieleden, merk ik. Maar dat vind ik eigenlijk ook niet zo vreemd, want in verpleeghuizen werden dit soort gesprekken niet gevoerd met familieleden. Nu zie ik gelukkig dat verpleeghuizen ook meer de deuren openen en van de wijk de woonomgeving maken. Maar er is nog wel angst voor de media, of paniek als er toch eens een keer iets gebeurt.’

Anne-Marie Looman
‘Binnen Waardigheid en trots hebben we heel waardevolle gesprekken gevoerd met andere aanbieders over veiligheid en vrijheid en ook met BOPZ-artsen en de Inspectie voor Gezondheidszorg en Jeugd. Die gesprekken hebben ons heel erg geholpen om binnen ons concept te blijven doen waarin we geloven.’

Dezelfde nuchterheid is ook terug te vinden in de manier waarop wordt omgegaan met de HACCP-regels. ‘Voor kleinschalige aanbieders zijn die regels heel eenvoudig want het is er net zoals thuis’, zegt Looman. ‘Natuurlijk doe je af en toe een stapje extra omdat je met kwetsbare mensen te maken hebt, maar het is echt niet zo moeilijk als het veld lange tijd zelf heeft gedacht. Het ligt er ook maar net aan hoe je er zelf mee omgaat natuurlijk. We leggen niet teveel beleg op de bordjes als we de tafel dekken. Blijven vleeswaren over, dan leggen we die later op de dag op een toastje of we gooien ze weg. En we stemmen de inkoop van levensmiddelen af op wat we nodig hebben. Die pakken melk gaan op, het heeft echt geen zin om die te stickeren. Ook met familieleden kun je afspraken maken. We moedigen hen zeker aan om hier maaltijden te komen maken, en dan liefst in de open keuken in de woonkamer want dan is het nog leuk voor de bewoners ook.’

De juiste plek

Van Roosmalen bij Vivent Schijndel

Bij het echtpaar op de foto hierboven, wordt de keuken niet meer gebruikt voor maaltijdbereiding. De man en vrouw eten in de woonkamer van het huis. ‘We hebben juist voor dit huis gekozen omdat onze ouders hier 24 uurs verzorging kunnen krijgen en gewoon bij elkaar kunnen blijven’, zegt dochter Sjan. Haar zus Gonnie vult aan: ‘Onze ouders zitten hier nu een half jaar en we zijn er allemaal heel tevreden over. Ik kan me voorstellen dat ik hier later ook kom wonen als het nodig is.’

Dorothé Baars
‘Ik heb in verpleeghuizen gewerkt maar zou ze niet aan mijn ouders hebben aangeraden. Nu werk ik voor het eerst op een plek waarvan ik tegen mijn vader kan zeggen dat ik de juiste plek voor hem weet als het nodig wordt.’

Dorothé Baars - Vivent Schijndel

Meer weten


Geplaatst op: 8 januari 2018
Laatst gewijzigd op: 8 januari 2018