Tara Wapstra: ‘Je gunt bewoners de laatste woorden naar hun zoon of dochter’

Als kwaliteitsverpleegkundige is Tara Wapstra (29) verantwoordelijk voor de inhoud van de zorg. Ze houdt zich onder andere bezig met medicatieveiligheid, hygiëne en wondzorg. Ze legt huisbezoeken af en coördineert opnames. Én ze coacht het team dat de zorg levert. Samen zorgen ze voor 46 van de 180 bewoners van De Burcht, een woonzorglocatie van ouderenzorgorganisatie ZINN in Hoogezand. Tara blogt elke 4 weken over de impact van het coronavirus op haar en haar team.

Behoefte aan nabijheid

En toen kwam het coronavirus… Sinds half maart neemt dat al mijn tijd in beslag en ligt al het andere werk min of meer stil. Hier in De Burcht hebben we (nog) geen COVID-19. We hebben wel een paar verdenkingen gehad en ook testen uitgevoerd. Die kwamen gelukkig steeds negatief terug. Medewerkers onderling houden keurig 1,5 meter afstand, maar met bewoners is dat lastig. Want naast zorg hebben bewoners behoefte aan nabijheid. Die bied je alleen door echt naast ze te gaan zitten en een arm om hen heen te slaan.

Bang om het virus mee te nemen

Ook buiten het werk zijn medewerkers voorzichtig. Ik denk dat we allemaal bang zijn ‘die ene medewerker’ te zijn die onbewust het virus mee naar binnen neemt. Sommige medewerkers zijn ook bang om het virus mee naar huis te nemen. Bijvoorbeeld omdat ze een kwetsbare thuissituatie hebben. Ondertussen hebben de bewoners het er moeilijk mee dat ze geen bezoek krijgen. Dat wij geen concreet antwoord kunnen geven op hun vraag hoe lang het nog gaat duren helpt niet. Die onzekerheid maakt ze onrustig.

Niet meer aanspreekbaar

Alleen als een bewoner in de stervensfase komt, mag de familie langs komen. Om afscheid te nemen. Dat staat mooi op papier, maar de praktijk is weerbarstig. Toen ik op tweede paasdag aan het werk was, verslechterde de situatie van een bewoonster acuut. Van het ene op het andere moment was ze niet meer aanspreekbaar. Dat ik de familie moest bellen met de boodschap ‘u mag afscheid komen nemen, maar uw moeder is niet meer aanspreekbaar’ vond ik ontzettend heftig. Normaal gesproken maakt familie het sterfproces van begin tot eind mee. Nu hadden ze hun moeder een maand niet gezien. En missen ze dat zo belangrijke gevoel van ‘het is goed’.

Bloemen voor de bewoners

Ik was die dag echt van slag. Maar we hebben er ook van geleerd. Natuurlijk zien wij een overlijden aankomen, maar ook wij weten nooit hoe snel het gaat. Een volgende keer laten we de familie eerder komen. Want je gunt bewoners de laatste woorden naar hun zoon of dochter en andersom. Tegelijkertijd gebeuren er hele mooie en hartverwarmende dingen. Zoals mensen die bloemen blijven sturen, voor de bewoners en voor ons. En de muziek die regelmatig buiten staat te spelen. Dat doet de bewoners echt goed. Verder hebben we nu mooie posters, met ‘dikke kus’ of ‘ik mis je’ erop. Wij zetten bewoners voor de poster op de foto en sturen die naar de familie. Ook eten we wat vaker een gebakje of een broodje kroket tijdens de lunch. We proberen er op allerlei manieren iets van te maken. Ook al is alles nu anders.

Meer weten

  • Bekijk ons overzicht met praktijkverhalen en tools over het voorkomen van en omgaan met corona in de verpleeghuiszorg.
  • Lees ook de blog van kwaliteitsverpleegkundige Natasja Cassin over de strijd tegen het coronavirus.

Geplaatst op: 11 mei 2020
Laatst gewijzigd op: 11 mei 2020