Regionale verbondenheid in tijden van corona

Woonzorggroep Samen is met 20 locaties actief in de kop van Noord-Holland. De organisatie biedt verpleeghuiszorg, thuiszorg, welzijn en revalidatie en behandeling. Woonzorggroep Samen is sterk in regionale samenwerking. Bestuurder Hans Groenendijk vertelt dat die regionale verbondenheid in tijden van corona uitstekend van pas komt.

Elke ochtend stipt om 11 uur spreken 16 VVT-bestuurders in Noord-Holland Noord een half uur lang met elkaar in een collectief telefoongesprek. Dat gebeurt in het kader van het Regionaal Overleg Acute Zorg (ROAZ) voor Noord-Holland en Flevoland. Precies een uur later worden de bevindingen van dat overleg met elkaar en met het le ROAZ-netwerk gedeeld. Hans Groenendijk: ‘Het coronavirus heeft tot intensivering van onze VVT-samenwerking geleid.’

‘Lessons learned’

Ook in Noord-Holland Noord grijpt het coronavirus inmiddels om zich heen. Toch hebben zorgorganisaties het gevoel de opvang en begeleiding goed geregeld te hebben. ‘We hadden de luxe ten opzicht van Brabant dat we meer voorbereidingstijd hadden, waardoor we gebruik hebben kunnen maken van de ‘lessons learned’ door de situatie in Brabant: tijdig nadenken over de opvang van mensen die uit het ziekenhuis komen, maar ook nadenken over de opvang van mensen die ziek zijn, maar nog te goed zijn voor het ziekenhuis. Maar vooral ook door voorbereid te zijn op wat er allemaal bij komt kijken wanneer je te maken krijgt met een besmetting binnen je organisatie.’

Maar ondanks de voorsprong en de geleerde lessen maakten de noordelingen ook zelf fouten. Hans Groenendijk: ‘Toen duidelijk werd dat we extra Covid-capaciteit moesten organiseren, hebben we dit snel opgepakt en binnen de hele VVT gecoördineerd. Maar omdat de instroom vanuit andere sectoren plaatsvindt (ziekenhuizen en huisartsen) hebben we onvoldoende stil gestaan bij de vraag op welk moment welke instroom verwacht kon worden. Toen we met stoom en kokend water operationeel waren, bleek dat de instroom pas wat later op gang kwam. We hadden de verwachtingen hierover beter moeten verkennen bij de aanpalende sectoren.’

Extra capaciteit en extra personeel

Los van enkele inschattingsproblemen, vertaalde de voorbereiding zich in extra capaciteit en extra personeel. ‘Voordat het virus onze regio bereikte is besloten om ruimte te reserveren voor de opvang. Soms is gebruik gemaakt van ruimtes die toch al leeg stonden. Alles wat zich aandiende, hebben we ingezet. Bij Woonzorggroep Samen hadden we bijvoorbeeld een wissellocatie vanwege onze nieuwbouw. Dat is nu een coronacentrum.’

In Noord-Holland – minus regio Amsterdam – zijn nu 174 verpleeghuisbedden beschikbaar voor patiënten met corona. Daarvan is ongeveer de helft bezet. Voor de aangrenzende regio van Amsterdam en Flevoland gelden dezelfde aantallen.

Hans Groenendijk: ‘Organisaties willen elkaar helpen. Als we binnen een van onze organisaties een corona-unit inrichten, zijn andere organisaties – ook de kleinere – bereid om zonodig medewerkers vrij te maken om op deze unit patiënten te verzorgen.’

Bestuurder Woonzorggroep Samen, Hans Groenendijk

Fysiotherapeuten wassen cliënten

Woonzorggroep Samen zet ook medewerkers in die normaal niet in de directe intramurale zorgverlening actief zijn. Medewerkers uit de dagverzorging, fysiotherapeuten, ergotherapeuten en logopedisten bijvoorbeeld. ‘We gaven ze een stoomcursus in het geven van zorg op intramurale locaties. Fysiotherapeuten doen nu de ADL-zorg en wassen cliënten. We leven in een bijzondere tijd. We vragen veel van onze mensen, maar we zien ook dat er een groot gevoel van saamhorigheid is.’

Corona-mailbox

Woonzorggroep Samen heeft verschillende ondersteunende instrumenten ingezet om de werkdruk hanteerbaar te houden, zoals een corona-mailbox. ‘Met gemiddeld 100 vragen en andere reacties per dag.’ Ook is er nu een luisterlijn voor medewerkers die hun hart willen luchten. De raad van bestuur maakt elke week een vlog, waarmee we onze belangstelling laten zien en we onze medewerkers een hart onder de riem proberen te steken.’

Genoeg beschermende middelen

Ondertussen worden in de regio Noord-Holland-Noord via de GGD steeds meer medewerkers getest op het virus. ‘Testen gebeurt alleen bij verdenking van het virus. Dat is goed, want anders creëer je schijnveiligheid’ zegt  Groenendijk die is opgeleid als epidemioloog.

‘De verpleeghuizen in onze regio hebben geen gebrek aan beschermende middelen, zoals mondkapjes.  We werken in overeenstemming met de RIVM-richtlijnen en streven naar een werkvoorraad van tien dagen. Dat lukt nog niet helemaal, maar we zitten daar  wel dicht tegen aan.’

Brief aan de Kamer

Dit interview vond drie dagen na de verzending van de brief van de minister aan de Tweede Kamer plaats. Die brief ging zoals bekend onder meer over het testbeleid voor medewerkers, de voortgang van regionale samenwerking en de inrichting van regionale coronacentra. Hans Groenendijk: ‘De brief bevestigt wat we in onze regio aan het doen zijn.’

Heeft hij voor een komende ministeriele brief nog suggesties? ‘Het is nu alle hens aan dek en we maken veel kosten. De gewone productie loopt terug en we moeten de door ons ingestelde coronacentra zien te financieren. We doen dat in het vertrouwen dat het financieel allemaal goed komt. Het zou fijn zijn als de minister op binnenkort een duidelijke toezegging doet over financiële compensaties waar wij ons als zorgorganisaties net wat comfortabeler bij voelen.’

Elke dag een lijstje maken

Hans Groenendijk was eerder directeur van GGD-Kennemerland en is opgeleid tot epidemioloog. Als bestuurder is hij dus bekend met hoe te handelen bij virussen. ‘Die ervaring is al wel gedateerd hoor. Maar bij de eerste meldingen over het virus heb ik wel meteen met collega-bestuurders afgesproken dat we dagelijks een relevante set informatie vast moeten leggen. Dat doen we nu elke dag vóór 10.00 uur. We noteren dan de aantallen mensen die ernstig verdacht zijn, de besmettingen, de quarantaines, het aantal overledenen, de mensen die hersteld zijn, maar ook het ziekteverzuim. Met die gegevens, plus ons dagelijks overleg om 11.00 uur van de bestuurders in de regio, weten we elke dag om 12.00 uur in het hele werkgebied hoe we er voor staan.’

Door: Rob van Es

Meer weten


Geplaatst op: 14 april 2020
Laatst gewijzigd op: 14 april 2020