OBG biedt ouderen ruimte om zich te blijven ontwikkelen

OBG in Nijmegen besloot al vijftien jaar geleden dat het wel goed is in zorg, maar niet in stenen en koos daarom voor volledige extramuralisering. Onder de vlag van Waardigheid en trots zet het nu een stap om medewerkers vooral te laten focussen op het levensgeluk van de cliënten. Dit tegen de achtergrond van de gedachte: wie zich gelukkig voelt, ervaart minder last van de beperkingen die de leeftijd met zich meebrengt.

De afkorting OBG verwijst nog naar de oorspronkelijke functie van deze oudste fusieorganisatie in de Nederlandse gezondheidszorg: Oud Burgeren Gasthuis. ‘Maar die naam gebruiken we niet meer omdat die suggereert dat we een intramurale dienstverlener zijn’, zegt directeur-bestuurder Margje Lubbers. ‘Dat zijn we niet, we zijn geen verpleeghuis of verzorgingshuis, maar werken volledig extramuraal en onze dienstverlening is veel breder dan alleen zorg. Daarom noemen we onszelf ook Dienstencentrum OBG.’

Portret van Margje Lubberst, bestuurder van OBG

Ontmoetingen

Het bijzondere is dat OBG deze stap naar extramuralisering – en dus naar scheiding van wonen en zorg – al vijftien jaar geleden heeft gezet. ‘De kern is dat we cliënten willen helpen om hun eigen rijke leven te blijven leiden’, zegt Lubbers. ‘De ouderdom komt natuurlijk met gebreken, maar we willen ervoor zorgen dat die zo min mogelijk invloed hebben op het dagelijkse leven van mensen. Aandacht en geluk spelen daarom een belangrijke rol in wat we mensen willen bieden. Cliënten wonen zelfstandig via een woningcorporatie of hebben een eigen huis en krijgen van ons de zorg die ze nodig hebben op basis van, Wlz, Zvw, PGB of Wmo. Daarnaast bieden we ook hulp in huis en andere gemaksdiensten. Die activiteiten bieden we aan vanuit ons dienstencentrum en daarvan maken de cliënten die zorg afnemen en anderen gebruik. We hebben een grand café waarvan iedereen welkom is, met speciale flexplekken voor ZZP’ers die liever niet thuis werken of het handig vinden om een stek te hebben tussen twee afspraken in. Externe partijen kunnen ook ruimtes huren, zoals een politieke partij recent deed voor een vergadering of zoals een koor. Maar we verhuren in het dienstencentrum ook ruimten aan andere partijen, huisartsen en hobbycentrum bijvoorbeeld. En onze vrijwilligers hebben hier ruimte tot hun beschikking om nieuwe activiteiten op te starten. Zo creëren we een omgeving waarin niet alleen ouderen verkeren, maar mensen van alle leeftijden en uit alle sectoren van de samenleving elkaar ontmoeten. We sturen daar ook actief op door samen te werken met partijen als www.mijnbuurtje.nl, die mensen van binnen en buiten met elkaar in contact brengen of de buurtverbinders, vrijwilligers die de buitenwereld naar binnen halen.’

Medewerkers van OBG

Wel de zorg, niet de stenen

De stap naar volledig extramuraal werken zette Dienstencentrum OBG vijftien jaar geleden, omdat de voorganger van Lubbers de visie had dat de organisatie goed is in zorg en mensen maar niet in stenen. ‘Waarom zou je die stenen er dan bij doen?’, zegt Lubbers. ‘In veruit de meeste gevallen kunnen cliënten hier tot aan hun levenseinde blijven wonen. Voor mensen met verder gevorderde dementie hebben we een unit voor kleinschalig wonen waar mensen huren en met het PGB zorg of VPT inkopen. Natuurlijk komt het voor dat iemand uiteindelijk toch naar een verpleeghuis moet. En ik vind het vanzelfsprekend dat wij dan geen voorrangspositie kunnen bedingen, maar dat onze cliënten dezelfde weg bewandelen als anderen. Maar ook bij dementie kun je met de juiste zorg in heel veel gevallen verantwoord thuis blijven wonen. De neiging om mensen bij afwijkend gedrag op te sluiten is te groot.’

Als voorbeeld uit de eigen praktijk noemt Lubbers het verhaal van de cliënt die heel vaak de noodknop gebruikte. ‘Echt om de vijf minuten’, zegt ze, ‘en niet omdat er iets aan de hand was. Gedrag dat aandacht behoeft – je moet zo iemand uitleggen hoe die noodknop wél bedoeld is – maar als je de onderliggende onrust weet te kanaliseren kan zo iemand heel goed zelfstandig blijven wonen. De kern is dat je bij mensen betrokken blijft en dat je ze kansen blijft bieden om zichzelf te zijn en zich verder te ontwikkelen.’

Seniorencollege

Jet Kersten kwam vijf en een half jaar geleden binnen het werkgebied van Dienstencentrum OBG wonen. ‘En daar heb ik nooit spijt van gehad’, vertelt ze, ‘maar ik zag wel direct dat de geboden dagactiviteiten niet zozeer op dat ontwikkelen gericht waren maar vooral op entertainment. En omdat bingo niet echt mijn ding is – ik wilde verdieping – ging ik hierover het gesprek aan met de bestuurder.’ Dat werkte. In 2014 werd een start gemaakt met het seniorencollege, een maandelijkse lezing die op hbo- of universitair niveau de diepte ingaat op een maatschappelijk of politiek thema. ‘Juist daaraan ontbrak het en dat was in een politiek geëngageerde studentenstad als Nijmegen echt een gemis’, vertelt Kersten. ‘Het budget was beperkt, maar nu we eenmaal draaien wordt het steeds gemakkelijker om sprekers te benaderen. Vaak zijn het docenten of hoogleraren van de universiteit hier in de stad die beseffen dat ze een dergelijk aanbod zelf ook willen als ze ouder worden.’

Portret van Jet Kersten, vrijwilliger bij OBG

Zo kwam recent bijvoorbeeld een architect vertellen over de herbestemming van scholen en kloosters in de gemeente, iets wat de lokale ouderen bijzonder interesseert. Maar ook een thema als afscheid en dood wordt niet geschuwd. Of een lezing van een theologe over euthanasie. Lubbers vindt het mooi dat dit helemaal door vrijwilligers tot stand gebracht wordt. ‘En het is er niet alleen voor de cliënten maar voor iedereen uit heel Nijmegen die het interessant vindt’, zegt ze. ‘Voor onze cliënten is het fijn dat het overdag is en dichtbij, veel andere soortgelijke activiteiten zijn in de avonduren en zijn bovendien te ver weg voor hen. De entreeprijs die we vragen om het kostendekkend te maken blijkt voor niemand een probleem.’

Mensen betrokken houden

Zo is in de loop van de tijd binnen Dienstencentrum OBG heel veel aanbod ontstaan dat zich onderscheidt van de traditionele dagbesteding. ‘Het bevrucht elkaar’, zegt Kersten. Zelf heeft ze het initiatief “Rondom taal” opgezet voor boekbesprekingen en filosofische discussies. ‘Het zijn allemaal dingen waarvoor mensen graag hun bed uit komen’, zegt Lubbers. ‘Het houdt ze betrokken en dat geeft het leven zin. Het leidt de aandacht af van de beperkingen die de ouderdom met zich meebrengt. Dit verklaart waarom we hier ook maar liefst vijfduizend dagdelen per jaar aan dagbesteding hebben. Ook in het belang van de mantelzorger trouwens, want die houdt het dan langer vol in die functie. Gelukkig is de gemeente bereid hierin te blijven investeren.’

Voor Kersten heel belangrijk. ‘Ik wil mijn vrijheid behouden’, zegt ze. ‘Mijn gruwelbeeld van ouder worden is dat een ander voor mij bepaalt wanneer ik koffie moet drinken of naar bed moet. Hier speelt dat niet.’ Wie zorg nodig heeft krijgt die zo veel mogelijk op de manier die hij wenst, vult Lubbers aan. ‘Als iemand pas ’s nachts om kwart over twee in bed wil worden gelegd dan kan dat dus’, zegt ze.

 

Cliënten biljarten bij OBG

Geluk

Waarom wil een aanbieder die zijn zaakjes zo goed voor elkaar heeft toch participeren in het programma Waardigheid en trots? ‘Ik dacht in eerste instantie ook dat het niets voor ons was, omdat wij nu eenmaal geen verpleeghuis zijn’, zegt Lubbers. ‘Maar toen ik erover nadacht, zag ik wel een mooie connectie met het promotieonderzoek van Annette Custers naar de psychologische behoeften van verpleeghuisbewoners. Zij concludeerde dat deze mensen gelukkiger zijn en minder last hebben van hun gebreken als ze het gevoel hebben dat ze betrokken, zelfstandig en competent zijn. Op basis hiervan kwamen we voor Waardigheid en trots uit op het thema geluk. Zorgen dat iemand zijn eigen leven kan blijven leiden, daar gaat het om. We zijn in de zorg wat doorgeschoten en dat proberen we nu binnen dit programma weer ten goede te keren. Een klein maar wel verhelderend voorbeeld: aan het einde van een dagbestedingsprogramma voegen we twee groepen cliënten met dementie samen om nog wat te drinken met elkaar. Wil iemand een borrel? Dan schenken we die. Onze cliënten vinden dat geweldig. We willen niet opleggen wat mensen moeten of juist niet mogen. Je kunt wel alles willen controleren om risico’s uit te sluiten, maar dat gaat echt ten koste van de kwaliteit van leven van mensen. Wat we nu in het programma doen, is medewerkers leren hoe ze tijdens hun dagelijkse werkzaamheden optimaal aan de behoeften van cliënten tegemoet kunnen komen. We hebben Annette Custers gevraagd ons hierin te ondersteunen. Wij gaan een vragenset ontwikkelen die de medewerkers helpt om op de cliëntbehoeften te kunnen inspelen.’

 

Cliënt met duim omhoog bij OBG

Kersten: ‘De gevoeligheid daarvoor ontwikkelen bij medewerkers is heel belangrijk. Het zou mij echt ongelukkig maken als mijn wensen niet gehoord zouden worden. Bij mijn komst was ik zo bang dat ik hier heel erg beperkt zou worden, dat het echt een beetje afgelopen zou zijn allemaal. Maar ik heb me beslist nog verder ontwikkeld sinds ik hier woon. Inmiddels ben ik zelfs vertrouwenspersoon geworden voor de bewoners. Die hebben natuurlijk heus wel eens wat te klagen, bijvoorbeeld over niet meteen gehonoreerde wensen of persoonlijke voorkeuren. Soms gaat het ook over omgaan met religieuze of seksuele diversiteit, waar hier zeker aandacht voor is. Meestal volstaat het als ik iemand zijn verhaal laat vertellen. Je moet niet alles willen oplossen, je moet vooral willen luisteren. En ik denk dat het alleen maar goed is als daarvoor iemand van buiten de zorg beschikbaar is.’

Interview door Frank van Wijck

Meer weten


Geplaatst op: 4 april 2016
Laatst gewijzigd op: 29 juni 2016