Goede, warme zorg én moeilijke beslissingen in coronatijd

Verpleeghuis Foswert in Ferwert, onderdeel van Interzorg Groep, heeft tot op de dag van vandaag corona buiten de deur gehouden. Maar daarvoor moet je soms moeilijke beslissingen nemen. Wat doet het met zorgmedewerkers als een bewoner overlijdt zonder afscheid van zijn familie? En hoe ga je om met boze naasten die de bezoekregeling te strikt vinden? Meewerkend coördinerend verpleegkundigen Sandra Kuiken en Stiena Otte kijken terug.

Op 20 maart gingen alle verpleeghuizen op slot. Hoe was dat voor jullie bij Foswert?

Stiena: ‘Je ziet het aankomen, je volgt de media, je weet “dit gaat ons ook raken”. En dan overvalt het je toch: Foswert in 1 keer dicht door corona.’

Sandra: ‘Ik kwam net terug van wintersport en moest 2 weken thuis blijven. Ik miste de binding met mijn collega’s heel erg. Normaal hoef ik ze maar even in het gezicht te kijken en ik weet hoe het met ze gaat. Dat kon nu niet. Ik wilde die koppies zien.’

Sandra en Stiena zijn beiden meewerkend coördinerend verpleegkundige van de locatie Foswert. Ze sturen ieder een eigen team aan en zijn eindverantwoordelijk voor de zorg aan de bewoners. Bij elkaar zijn dat 56 bewoners, 8 externe cliënten van de dagverzorging en 80 medewerkers. Ze hebben een afwisselende en veelzijdige baan, want ze doen alles: van functioneringsgesprekken en herindicaties tot intakes, wachtlijstbeheer en de financiële zaken. En ze werken een dagdeel per week mee. ‘Dat is heel fijn, want daardoor kennen we de bewoners en de medewerkers goed.’

Hoe houd je in zo’n situatie de kwaliteit van zorg vast?

Stiena: ‘We realiseerden ons onmiddellijk dat het lang kon gaan duren. Daarom waren de medewerkers onze eerste prioriteit. Je wilt weten hoe ze het beleven. Want ze kregen het ontzettend druk. Taken die normaal door de keuken, de huishoudelijk medewerkers of de bewoners zelf werden gedaan, kregen ze erbij. Zoals de was halen en brengen, koffie ronddelen, boodschappen halen in het winkeltje beneden.’

Sandra: ‘En ze zaten natuurlijk vol met vragen. Die eerste 2 weken hebben we dus ontzettend veel gecommuniceerd. Daar hebben we heel veel werk aan gehad. Vooral omdat er steeds wat veranderde. Hadden we net iedereen gemaild, moesten we wéér een bericht uitsturen.’

Stiena: ‘Gelukkig kon Sandra vanuit huis veel doen, want we moesten ook enorm veel regelen. Veilige looproutes bijvoorbeeld en ruimtes waar medewerkers zich konden omkleden, want thuis het uniform alvast aantrekken mocht niet meer. En onderschat ook niet de tijd en energie om iedereen te overtuigen dat het allemaal nodig is. Er was best wat weerstand.’

Hoe reageerden de bewoners van Foswert?

Sandra: ‘Foswert is een klein huis, bewoners zijn gewend elkaar te ontmoeten. Vaak kennen ze elkaar nog van vroeger. Die ontmoetingen vielen nu in 1 keer weg. Naast het bezoek van buiten dat niet meer mocht komen. Dat was heel zwaar.’

Stiena: ‘Bewoners moesten op hun eigen gang blijven en konden niet meer bij elkaar op bezoek. Ze mochten hooguit met 3 tegelijk op de gang zijn, op anderhalve meter afstand, en het liefst met een van de medewerkers erbij. Leg dat maar eens uit aan mensen die normaal gesproken eigen regie over hun leven hebben.’

Vervolgens kom je in een soort ritme. Werd het toen makkelijker?

Stiena: ‘Ja en nee. Want toen kwam de eenzaamheid. We moesten bewoners uit hun isolement halen. Met de activiteitenbegeleider en de geestelijk verzorger zijn we gaan kijken wat nog wél kon. We hebben uiteindelijk veel georganiseerd: muziek in de tuin, met Pasen een kerkdienst buiten, ganggymnastiek, bingo op de gang.’

Sandra: ‘En de dames kregen elke week krullers in hun haar. Verder kregen we laptops op alle afdelingen, zodat bewoners konden skypen. En we regelden raamcontact met familie. Iedereen was er constant mee bezig. Zo zorgde een collega van Foswert een keer voor kilo’s nieuwe aardappelen. Die hebben we samen met de bewoners geschrapt, gekookt en vervolgens rondgedeeld. Daar hebben ze heel erg van genoten. Maar we hebben ook voor dilemma’s gestaan hoor. Bijvoorbeeld: wanneer ga je testen? En hoe leg je aan een bewoner met dementie uit dat hij op zijn kamer moet blijven zolang je de uitslag niet weet?’

Stiena: ‘Wat ik ook moeilijk vond: normaal kwam de huisarts elke week langs. Nu moest alles telefonisch. Wat geef je wel en niet door? En wanneer besluit je dat de huisarts toch echt moet komen?’

Wat was de moeilijkste beslissing die jullie hebben moeten nemen?

Sandra: ‘Alles rondom het eerste overlijden in de coronatijd. Deze bewoner woonde pas kort bij ons. Hij verzwakte, maar leek ook weer op te knappen. Opeens overleed hij toch, zonder dat hij zijn kinderen nog had gezien en zijn kinderen hem. Daar waren wij echt kapot van.’

Stiena: ‘Het kan nu ook gebeuren dat een bewoner plotseling overlijdt, zonder familie erbij. Maar dan zijn de kinderen doorgaans kort tevoren nog geweest. We wilden zo’n situatie niet nog een keer meemaken. Daarom hebben we daarna sneller uitzonderingen gemaakt op het protocol als bewoners kwetsbaar waren. Dan mocht de familie langskomen.’

Sandra: ‘Bij het eerste overlijden was het protocol ook nog dat de familie niet zelf de kamer mocht leeghalen. Dat vonden de zorgmedewerkers verschrikkelijk. Je wil geen persoonlijke spulletjes uit lades halen. Ook al woont iemand in een woonzorgcentrum, het blijft toch het ouderlijk huis van de kinderen.’

Stiena: ‘Daarvan hebben we gezegd “dat doen we niet meer”. We hebben in de coronatijd nog 5 overlijdens gehad. Die waren zoals het hoort. Familie die afscheid kwam nemen en zelf de kamer leegruimde. Daar kijken we met veel dankbaarheid op terug.’

En wat is het mooiste dat jullie hebben meegemaakt?

Sandra: ‘De enorme betrokkenheid en liefdevolle aandacht van de medewerkers voor de bewoners.’

Stiena: ‘En de aandacht voor elkaar. Er was humor en respect en we konden verdriet en tegenslagen delen.’

In mei mochten de huizen weer open. Een opluchting?

Stiena: ‘Een feest! Na 10 weken dicht! Maar de naasten moesten wel een mondkapje op en anderhalve meter afstand houden. Dat vonden veel bewoners lastig.’

Sandra: ‘Voor ons was het een enorme klus. We hebben het bewust van de zorgmedewerkers weggehouden, die hadden het al druk genoeg. Maar wij zijn 5 weken lang dag in dag uit bezig geweest met temperatuur opnemen, vragenlijsten laten invullen, mondkapjes en handschoenen uitdelen, familieleden naar de bezoekruimte begeleiden, ruimtes reinigen.’

Stiena: ‘En elke keer de bezoekregeling weer aanpassen aan de nieuwe richtlijnen. Dat deden we per 2 weken, anders was het niet behapbaar.’

Waren de familieleden ook blij?

Sandra: ‘80% was positief. Sowieso over de hele coronatijd, de keuzes die we hadden gemaakt.’

Stiena: ‘Maar er waren ook familieleden die vonden dat hun ouders te veel vrijheid werd ontnomen. Die hebben daar een brief over geschreven aan het MT en aan de pers. Los van de onwaarheden heeft dit tot veel negatieve publiciteit rondom Foswert geleid. Dat was naar. Verschillende bewoners en hun familieleden hebben daar last van gehad. De medewerkers ook. Het voelt toch als een mes in je rug.’

Sandra: ‘Terwijl we de richtlijnen van de overheid volgden. En onze bezoekregeling al 12 dagen eerder draaide dan de overheid voorschreef.’

Stiena: ‘Je voelt je als zorgmedewerker zo verantwoordelijk om corona buiten de deur te houden. Je houdt je strikt aan de regels, ook buiten je werk. Ik heb 3 dochters, kleinkinderen. Die heb ik al die tijd nauwelijks gezien. We hadden het veel drukker dan normaal, hebben heel veel extra uren gedraaid. Dan doen die negatieve berichten wel pijn ja.’

Hoe stap je daar weer overheen?

Sandra: ‘De meeste familieleden hebben de brief niet ondertekend. Wij waren heel blij om ze weer te zien. We hebben een band met ze, we hadden ze gemist.’

Stiena: ‘En met de familieleden die de brief wel hadden ondertekend, hebben we eerlijke gesprekken gevoerd. Daar gaan we gewoon professioneel mee om. En de zorg voor hun ouders blijft natuurlijk hetzelfde. Zo houden we ook met deze familieleden het contact waardevol.’

Sandra: ‘Laatst gaf een familielid aan dat ze graag willen doen alsof de bezoekregeling nog steeds geldt. Want hun vader komt nu elke dag uit bed om zijn kinderen te zien. Vóór corona bleef hij gewoon in bed liggen. Alle kinderen zien dit positieve bijeffect van de bezoekregeling, terwijl 1 van hen de brief had ondertekend. Dat is toch mooi?’

Hoe zien jullie de toekomst?

Stiena: ‘We hopen dat we nog even de tijd krijgen om op adem te komen. En stel dat corona weer oplaait, dan brengen we nuances aan in het protocol. Maar we blijven voorzichtig en alert.’

Sandra: ‘We gaan dan met zones werken, in principe niet het hele huis dichtgooien als er 1 besmetting is. Er komt een aangepast protocol en daar moet iedereen zich aan houden. Die onrust en negatieve publiciteit willen we niet nog een keer.’

Mevrouw De Jonge (89): ‘Vóór corona ging ik alle dagen naar de ontmoetingszaal’

Bewoner Foswert: Mevrouw de Jonge
‘Ik ben niet bang geweest voor het coronavirus, maar ik heb wel steeds gedacht “dat moeten we hier niet hebben”. Daarom had ik veel begrip voor de maatregelen, ook al waren ze niet leuk. Er waren ook bewoners die het niet begrepen hoor. Die werden kwaad dat ze niet naar buiten mochten. Later stonden er ook lelijke stukjes over Foswert in de krant. Dat vond ik onterecht. Het is hier niet zoals het in de krant stond. De medewerkers hebben er echt alles aan gedaan om het draaglijk te maken. Ze organiseerden vaak leuke dingen, zoals muziek in de tuin. Dan deden ze bij mij de balkondeuren open zodat ik het goed kon zien en horen. Ik zit in een rolstoel en kan zelf eigenlijk niets. Maar de medewerkers kwamen steeds even kijken hoe het ging. Want we moesten op onze eigen kamer blijven. Of ze namen me even mee naar de binnentuin. Ook de geestelijk verzorgster kwam elke week langs voor een praatje. Dat was fijn. Natuurlijk ben ik blij dat ik nu weer gewoon bezoek op mijn kamer mag ontvangen. En dat ze me weer mee naar buiten kunnen nemen. Maar weet je wat ik meest mis? De ontmoetingszaal. Vóór corona ging ik alle dagen voor de koffie en het eten naar de grote zaal. Dat was altijd gezellig. De ontmoetingszaal is nu nog steeds maar beperkt open. Als ik dan lees dat er weer meer mensen ziek worden, schrik ik wel. Ik hoop echt dat het niet zo erg wordt als eerst.’

Door: Ingrid Brons

Meer weten

Geplaatst op: 18 augustus 2020
Laatst gewijzigd op: 29 september 2020