Mijn Leefplan van Viattence: de mens zien achter de aandoening

‘Op de vraag “Wie is mevrouw Jansen?” antwoordt de ene verzorgende “een bewoner met dementie in een rolstoel” en de andere “die mevrouw die vroeger juf was en het liefst in de tuin is.” Dáár gaat het om: de mens zien achter de aandoening. En afspraken maken die voor mevrouw Jansen van belang zijn.’

Kitty Oude Bruinink is procesondersteuner Kwaliteit en nauw betrokken bij de ontwikkeling van ‘Mijn Leefplan’. Dit is de opvolger van het zorgleefplan bij Viattence. ‘Het is een hulpmiddel om behoeftes, doelen en acties vast te leggen. Het brengt allereerst de verlangens van bewoners in kaart. Die staan in de ik-vorm: “Ik wil er graag verzorgd uitzien”, bijvoorbeeld.’ Ze onderstreept dat het vastleggen van iemands levensverhaal een belangrijk uitgangspunt is. ‘En dan vooral wat het betekent voor nú. Als een bewoner van de boerderij komt en daarom graag vroeg opstaat en naar buiten wil, noteren we dat. En daaraan koppelen we meteen concrete doelen en acties.’ Mijn Leefplan is gebaseerd op het concept Positieve Gezondheid dat het accent legt op mogelijkheden en wat het leven betekenisvol maakt.

E-nurses als coach

De invoering van Mijn Leefplan lag in handen van vijf e-nurses, die ‘digistarters’ en andere collega’s op gang hielpen. Samen instrueerden en coachten ze de contactverzorgenden van 41 zorgteams verdeeld over acht locaties. Zij op hun beurt legden het systeem uit aan de helpende. Paramedici, geestelijke verzorgers, coördinatoren welbevinden, verpleegkundigen en artsen volgden een presentatie. Ook is er een papieren instructie en kan men de assistentie van de e-nurse inroepen bij het invullen. Eén van die e-nurses is Ilse Kloos: ‘De hele uitrol kostte drie maanden, van februari tot mei 2019. In die tijd zijn alle dossiers uit het zorgleefplan overgezet naar Mijn Leefplan.’

Van behoefte naar uitvoering

Ilse vervolgt: ‘Het omzetten doen de contactverzorgenden zelf. Ik geef tips, ondersteun het proces. Welke paramedische expertise kun je inzetten voor het welbevinden van de bewoner? De letters BDA komen steeds terug: behoefte, doel, actie. Bij het invullen krijg je binnen die categorieën steeds keuzemogelijkheden aangeboden. Dat is overzichtelijk. Je begint met het kiezen een behoefte, zoals: “Ik wil me graag gezond voelen”, het doel dat je daarbij zou kunnen kiezen: “Ik beschik over een optimale conditie” en een mogelijke actie: “Stimuleer of ondersteun het gebruik van (dag-)activiteiten.” Onder Uitvoering vul je dan in: “Mevrouw voldoende beweging aanbieden. Mevrouw vindt buiten wandelen fijn. Mevrouw bij voorkeur na het ontbijt daarbij vergezellen.” Naast praktische zorginvulling kun je bij Uitvoering ook iets uit het levensverhaal kwijt en over wat mevrouw prettig vindt. Zo is ook voor een collega die vreemd is op de woongroep toch direct de gewenste benadering duidelijk.’

Ilse laat zien hoe in het dagelijkse werk de doelen en acties per onderwerp en dagdeel naar boven komen. Ze vertelt dat collega’s het invoeren van gegevens op de BDA-manier leuk vinden. ‘Ook degenen die eerst wat afhoudend zijn, komen daarop terug. Verder kost zo’n nieuwe werkwijze natuurlijk tijd. Vooral het rapporteren op doelen blijkt soms lastig. Maar het heeft zeker voordelen, ook voor bijvoorbeeld de ergotherapeut die uitsluitend de rapportages leest die voor hem of haar relevant zijn.’

Plantjes water geven

De negentigjarige moeder van Jenneke ten Napel woont in de locatie De Nieuwe Antoniehof in Epe. Jenneke vertelt dat de informatie over wat voor haar moeder belangrijk is niet in één keer maar gefaseerd in Mijn Leefplan is gezet en dat dit ‘vullen’ nog steeds doorgaat. ‘Want dingen veranderen ook naarmate de dementie vordert. Vroeger was plantjes water geven voor haar belangrijk. Dat is het nog, maar nu moet je haar daarbij helpen. En in het begin kon ze zichzelf nog opmaken. Nu vergeet ze het vaak en áls ze het doet, gaat het mis. Een verzorgende helpt haar dan. Zulke zaken staan precies beschreven.’ Jenneke vindt de visie achter het plan mooi, ook bij onbegrepen gedrag: ‘Nu weet je  beter wie degene is achter de boosheid.’

Jennekes moeder woonde weliswaar al voor de invoering van Mijn Leefplan bij Viattence, maar haar locatie liep voor waar het ging om het werken met het levensverhaal, het zien van de mens. ‘Het nieuwe systeem gaat duidelijk uit van de bewoner. Die ik-vorm werkt als een extra stimulans, dat is een mooie verandering.’

‘Geen kinderen’

Kitty gaat in op de vraag waarom het oude zorgleefplan plaatsmaakte voor Mijn Leefplan: ‘Het past veel beter bij onze visie als organisatie, bij het zien van de mens in zijn geheel en het uitgaan van behoeften in plaats van problemen.’ Na de zomer zou ze graag nog actiever al voor de verhuizing van een nieuwe bewoner beginnen met het ophalen van het levensverhaal bij de naasten. ‘Dat is zo  belangrijk. In het oude systeem stond bijvoorbeeld kort vermeld “geen kinderen”. Misschien gaat achter dat feit een verhaal schuil van drie miskramen en veel verdriet. Het gaat erom wat de betekenis van de feiten voor nú is.’

Kitty vertelt dat het belang van de bewoner voorop stond bij de invoering van het nieuwe cliëntendossier. Doel twee was het werk van de medewerkers te vergemakkelijken. En tenslotte kan ook bruikbare informatie uit het systeem worden gehaald: ‘Zo kan ik filteren op decubitus en zien of op dat onderwerp misschien extra scholing nodig is.’

Naasten meenemen

Ilse vertelt dat Mijn Leefplan nog groeit. ‘Als een bepaald onderwerp drie keer voorkomt in het vrije gedeelte van de rapportage, dan maken we er een BDA van.’ Kitty: ‘E-nurses halen nieuwe onderwerpen op bij zorgmedewerkers. Het is geen statisch geheel.’ Kitty vindt de rol van de e-nurses van groot belang in een dergelijk proces en zou ze elke zorginstelling aanraden.

Ook vindt ze het essentieel om de naasten mee te nemen op deze weg naar meer persoonsgerichte zorg: ‘De gemiddelde verblijfsduur is zeven maanden. Wat is eigenlijk voor iedereen het meest belangrijk in die korte, laatste fase? Dat je je naasten om je heen hebt, de mensen die je lief zijn! We moeten oog hebben voor die naasten en voor hun verdriet.’ Jenneke vertelt dat ze zich thuis voelt op de groep van haar moeder. ‘Ik voel me vrij en gehoord. Mijn Zorgplan zie ik als een mooie kapstok om de hele mens te zien. Ik log geregeld in van huis en kijk in het dossier. Dan staat er soms “mevrouw was vanavond gezellig aanwezig.” Dat doet me goed. Ik merk dat ze er bewust mee bezig zijn, de toon is anders.’

Door: Linda van Ingen

Meer weten


Geplaatst op: 20 mei 2019
Laatst gewijzigd op: 20 mei 2019