Laveren tussen vrijheid, veiligheid en verantwoordelijkheid

De wet Bopz (Bijzondere Opnemingen in Psychiatrische Ziekenhuizen) heeft menige zorgorganisatie in een spagaat doen belanden. Maar wie de wet goed bestudeert, ziet dat er meer mogelijk is dan menigeen denkt. De themagroep Bopz buigt zich in het kader van Waardigheid en trots over de belemmeringen die organisaties ervaren bij het vertalen van de wet naar de praktijk en zoekt naar mogelijkheden binnen die wet om de zorg voor cliënten optimaal in te richten.

Themacoördinatoren Angelique Noordeloos en Peter Hoekstra spreken liever over ‘vrijheid en veiligheid en verantwoordelijkheid’ dan over het wettelijk kader van de Bopz. Dit zijn namelijk kernbegrippen die de zorgorganisaties in de themagroep Bopz verenigen en het zijn begrippen die aanspreken. De organisaties kenmerken zich door de behoefte om voor het leven van hun cliënten, in overleg met de familie, een hoge kwaliteit van leven na te streven. Liefst net zoals het thuis was, voordat de cliënt naar een verpleeglocatie verhuisde.

Het inhoudelijke kader, waaraan iedere organisatie met cliënten die onder de wet Bopz vallen, moet voldoen, is uiteraard deze wet. De wet regelt onder meer wanneer een cliënt met een psychogeriatrische aandoening bepaalde vormen van gedwongen zorg krijgt in een instelling met een Bopz-erkenning. Deze cliënten mogen alleen gedwongen worden opgenomen omdat ze een gevaar voor zichzelf of voor anderen vormen en zij zich niet langer zelfstandig buiten de instelling kunnen handhaven.

Meer oog voor kwaliteit van leven

Met die wet in de hand zijn veel cliënten met dementie jarenlang achter een gesloten deur beland. Maar mensen opsluiten, dat hoeft niet altijd en is evenmin altijd wenselijk. De Bopz biedt meer ruimte dan gedacht wordt. Dat iemand vrijwillig of onvrijwillig in een Bopz-erkende instelling verblijft, betekent niet automatisch dat deze cliënt achter gesloten deuren moet blijven of gedwongen zorg moet krijgen. Dit besef groeit en dat heeft met een aantal ontwikkelingen te maken, schetst Noordeloos. Een eerste ontwikkeling is dat er meer oog is voor de kwaliteit van leven van cliënten. De deur achter hen op slot doen, zorgt bij veel mensen voor onrust en frustratie omdat thuis ook de deur niet gesloten was.

Noordeloos: ‘We willen dat mensen een zo normaal mogelijk leven leiden. Medicijnen om hen rustig te houden of maatregelen die hun vrijheid beperken, passen daarin minder vanzelfsprekend dan vroeger.’

Individuele zorg

Dan is er een tweede belangrijke ontwikkeling, de door Waardigheid en trots gedragen waarde die we ‘individueel gerichte zorg’ kunnen noemen. Aandacht hebben voor wat ieder individu nodig heeft, in plaats van een keurslijf opleggen waarin iedere cliënt gehesen moet worden, legt Hoekstra uit. ‘De vraag voor veel zorgorganisaties is hoe zij kunnen omgaan met diversiteit. Hoe de zorgprofessionals samen met familie en technische middelen ervoor kunnen zorgen dat iedere cliënt een leven leidt dat op zijn wensen en mogelijkheden is afgestemd terwijl toch de nodige zorg in een veilige omgeving geboden kan worden.’

De wet BOPZ was in het verleden vooral een vastgoedvraagstuk, zegt Hoekstra. ‘Nu is het een vraagstuk waarbij de individuele cliënt centraal staat en de familie en zorgprofessionals met elkaar bepalen wat wel en niet wenselijk en mogelijk is.’

Meer bewegingsvrijheid

Techniek, een derde ontwikkeling, stelt ons in staat om mensen meer bewegingsvrijheid te geven, al staat daar tegenover dat er wellicht een stukje van hun privacy wordt ingeleverd. Denk aan slimme camera’s, die reageren als iemand uit bed valt of gaat (slaap)wandelen. Denk aan armbandjes met GPS en zogeheten leefcirkels: individueel bepaalde cirkels waarbinnen een cliënt in relatieve vrijheid kan leven. Uiteraard afgestemd met familie en op de wensen en mogelijkheden van de cliënt.

Tenslotte is er een vierde ontwikkeling: vanuit de maatschappij zijn er al verschillende initiatieven om mensen in de thuissituatie te ondersteunen, waaraan geen wetgeving te pas komt. Neem een groepsapp van buurtgenoten om tante Jannie in de gaten te houden als zij een ommetje gaat maken of ervoor te zorgen dat buurman Ali ’s avonds het licht uitdoet. Stuk voor stuk initiatieven waaruit blijkt dat in de zorg voor een individu de samenleving soms verder is dan de geïnstitutionaliseerde wereld van de gezondheidszorg.

Misvatting

Door al deze ontwikkelingen bestaat bij steeds meer zorgorganisaties die met de wet Bopz te maken hebben, de wens om de zorg in overleg met naasten op de individuele bewoner af te stemmen met alle mogelijkheden die er daarvoor inmiddels zijn, maar leeft ook de veronderstelling dat de wet Bopz dat belet. Dat nu, is een misvatting, zeggen Hoekstra en Noordeloos. De huidige wetgeving is niet het probleem, zegt Noordeloos. ‘Er mag veel meer dan men denkt. De wet biedt een breed kader waarbinnen men zich kan bewegen. ‘

De vijftien organisaties die zich nu voor de themagroep Bopz van Waardigheid en trots hebben aangemeld, kenmerken zich door de intrinsieke motivatie om het voor hun cliënten zo optimaal mogelijk te regelen. Ze delen die ambitie, maar verkeren in een verschillende fase van het proces. Niet de wet Bopz is het struikelblok, zegt Noordeloos. ‘Bovendien is de wet het vertrekpunt. Er zijn geen plannen om de wet aan te passen.’

Struikelblok

Andere struikelblokken zijn er wel. Zoals de administratieve lasten die gemoeid zijn met het vastleggen van afspraken. Met de familie moeten er de nodige afspraken worden gemaakt en vastgelegd over het kader waarin de vrijheidsverruiming word toegepast. Ook met de Inspectie voor de Gezondheidszorg en het Ministerie van VWS zijn er meestal de nodige overleggen en bezoeken nodig, resulterend in afspraken, om voor de aanbieder inzichtelijk te maken hoe een verruimende inzet van middelen of maatregelen is toe te passen zonder een grote toename in administratieve last.

Ook hebben de organisaties behoefte aan een bepaalde mate van normering. Weten wat kan en niet kan. Een soort kader waarbinnen men mag bewegen om het voor ieder individu vervolgens optimaal in te richten. Maar, zegt Hoekstra, dat is vooral een kwestie van met elkaar de dialoog aangaan. ‘We moeten geen keurslijf creëren waar iedereen in gehesen moet worden. Daar willen we juist vanaf. Zorgverleners en cliënt moeten met elkaar in gesprek gaan en nadenken over de mogelijkheden die er zijn om de cliënt een veilige leefomgeving en goede zorg te bieden op een manier die het beste past bij de wensen van de cliënt. Diversiteit moet een kans krijgen.’

Protocol is vangnet

De wet Bopz toont zo ook het onderscheid tussen leefwereld en systeemwereld. De systeemwereld gaat ervan uit dat iedere cliënt hetzelfde is. De leefwereld zet het individu centraal. Protocollen zijn niet altijd leidend, zeggen Noordeloos en Hoekstra. Het protocol is een vangnet. Er moet altijd ruimte zijn voor wat goed is voor déze cliënt. Maar, zegt Noordeloos: ‘Het moet wel vastliggen dat een risico is doorgesproken.’ Er moet een beweging komen van wat niet mag naar wat wel mag. Positief gericht dus in plaats van beperkend. Van de spagaat waarin zorgorganisaties zich soms nog bevinden, naar de vraag hoe het wel kan.

De wereld is niet zwart-wit, weten de deelnemers aan de themagroep Bopz van Waardigheid en trots inmiddels. Het zijn zorgorganisaties die onderling sterk verschillen, zegt Hoekstra. Maar wat hen bindt is de sterke motivatie om de schijnbare tegenstelling tussen vrijheid en verantwoordelijkheid dan wel veiligheid te overbruggen. Noordeloos: ‘Het is niet of-of. Vrijheid en verantwoordelijkheid zijn communicerende vaten. Systeemwereld en leefwereld kunnen samengaan.’ Hoekstra: ‘Deze organisaties gaan op zoek naar hoe met de wet als kader ruimte voor de meest optimale zorg voor ieder individu mogelijk is. Met die kennis kunnen zij de gehele sector verder helpen.’

Interview door Ellen Kleverlaan

Meer weten

Geplaatst op: 27 juni 2016
Laatst gewijzigd op: 23 april 2020