Jeroen de Dijcker: ‘Leiderschap is zichtbaar durven te zijn’

Rubriek Leiderschap in de praktijk

Leiderschap is niet alleen iets van een bestuurder of een teamleider in een zorginstelling. Elke medewerker toont leiderschap door beslissingen te nemen, het zit in álle beroepen in de verpleeghuiszorg. Alleen gezamenlijk kunnen medewerkers bijdragen aan goede zorg voor de cliënt. In deze aflevering laat Jeroen de Dijcker zien hoe hij leiderschap toont in zijn werk als verpleegkundige bij zorgorganisatie Amstelring binnen het Amsterdam UMC.

Wat is leiderschap voor jou?

‘Een abstract begrip waar moeilijk een definitie voor te geven is, want leiderschap is voor mij niet in beton gegoten. Als je kijkt naar de ontwikkelingen in de zorg en de trainingen en programma’s op dit gebied, is leiderschap nog lang niet klaar. We zijn er pas net mee begonnen. Leiderschap zegt iets over je leervermogen en je vermogen om je te ontwikkelen.

In mijn werk komt leiderschap op verschillende niveaus voor. In het dagelijkse werk met de patiënt, waarin ik verpleegkundige regie voer. Maar ook in de PAR, de Professionele Adviesraad, een afvaardiging van alle disciplines binnen de organisatie. Daar toon ik leiderschap door te laten zien wat mijn verpleegkundige collega’s op de werkvloer ervaren. Met het organiseren van verpleegkundige conferenties betrek ik die collega’s bij de ontwikkelingen en het uitoefenen van ons vak. Tegelijkertijd halen we bij zo’n conferentie informatie op die we meenemen naar de beleidsmedewerkers van de organisatie. Dat zijn allemaal niveaus van leiderschap waar verschillende competenties voor nodig zijn.’

‘Toen ik zeventien jaar geleden als verzorgende begon, dacht ik dat de teamleider de leider was. Maar nu zijn het voor mij de verpleegkundigen en verzorgenden die op de werkvloer vertellen waar het om gaat.’

Wie heeft volgens jou het leiderschap perfect onder de knie?

‘Dan denk ik niet aan één iemand, maar aan verschillende personen. Ik neem deel aan het programma Opinieleiderschap van Pieterbas Lalleman aan de Hogeschool Utrecht. Daarin mocht ik verpleegkundige leiders schaduwen en interviewen. Ik zag dat ze allemaal andere manieren van werken en andere leiderschapskwaliteiten hebben.
Toen ik zeventien jaar geleden als verzorgende begon, dacht ik dat de teamleider de leider was. Maar nu zijn het voor mij de verpleegkundigen en verzorgenden die op de werkvloer vertellen waar het om gaat. Ik zie twee collega’s het leiderschap heel goed oppakken, omdat zij gedreven zijn en durven opkomen voor hun mening, ook als die mening minder populair is.’

Wat zou jij als eerste doen als jij de baas was van een zorgorganisatie?

‘Dan zou ik de regie over de zorg bij de professional laten, want dat wordt te weinig gedaan. De professional weet zelf hoe hij zijn werk het beste kan inrichten. Binnen mijn eigen organisatie Amstelring proberen de bestuurders dit te faciliteren, maar ik zie dat zorgmedewerkers zelf meer regie kunnen pakken. Hierin zijn we nog lerende. In mijn eigen team hebben we ook wel eens discussie over wie waarvoor verantwoordelijk is. We zijn allemaal professionals, met ieder ons eigen specialisme. Verpleegkundigen kunnen zelf regie pakken binnen het verpleegkundig domein. Een voorbeeld is samen bepalen op welk tijdstip we het beste rondes kunnen lopen, of af kunnen wijken van een dagelijkse controle als dat voor een bepaalde patiënt prettiger is. We zijn samen verantwoordelijk voor de patiënt.’

Welke gebeurtenis heeft jouw kijk op leiderschap gevormd?

‘Niet een specifieke gebeurtenis, maar meerdere dingen bij elkaar. Ik begon als verzorgende en keek op naar mijn teamleider. Op een gegeven moment ben ik een verpleegkundige opleiding gaan doen om op een ander niveau te werken. Daarin merkte ik dat ik moeite had om mijn patiënten te vertegenwoordigen en toen ben ik de opleiding tot hbo-verpleegkundige gaan doen. Daar heb ik op een andere manier leren redeneren. Dat heeft me geleerd om op een andere, minder emotionele manier te leren opkomen voor de patiënt tijdens het multidisciplinair overleg. Ik kreeg meer oog voor andere disciplines en leerde de belangen van mijn patiënten anders verwoorden. Ook heeft mijn deelname aan de Professionele Adviesraad (PAR) me gevormd.’

Wordt leiderschap gestimuleerd in jouw organisatie?

‘Bij Amstelring gebeurt dat wel. We zijn een zelflerende en zelforganiserende organisatie met bijna geen managers en geen teamleiders. We doen het als team, ondersteund door een coach en kwaliteitsverpleegkundige, zelf. Hiervoor werkte ik voor een heel hiërarchische organisatie en bij Amstelring merk ik dat ik me kan ontplooien. Dat zie ik terug in hoe de organisatie omgaat met het mogen tonen van leiderschap. Dat ik voorzitter werd van de PAR was meer een groeiproces dan een sollicitatieproces. Ook stimuleerde Amstelring de interne verpleegkundige conferenties, ook al was het organiseren daarvan best wel stoeien.’

Waaruit blijkt dat jij leiderschap in de praktijk brengt?

‘Ik ben niet iemand die van de hoogste toren blaast of bij een vergadering op tafel gaat staan om te vertellen hoe het moet. Mijn leiderschap is voor de patiënt wel duidelijk, want ik toon verantwoordelijkheid en de patiënt weet dat ik voor hem of haar opkom. Ik hoor terug dat ik zichtbaar en benaderbaar ben en mijn afspraken nakom. De artsen weten me te vinden en respecteren me als verpleegkundige, omdat ik laat zien wat ik in mijn mars heb. Ze weten dat ik met een goed antwoord kom als zij met een goede vraag komen.

Ik heb me leren profileren en daardoor komen er meer dingen op mijn pad. Op onze verpleegzorgafdeling binnen het Amsterdam UMC hebben we te maken met een, voor de VVT uitzonderlijk groot, opname- en ontslagproces van vijfhonderd mensen per jaar. Ik krijg waardering omdat ik daar een goed proces voor heb kunnen neerzetten. Ook volg ik het Opinieleiderschapsprogramma en neem ik tijdelijk een functie waar om kwetsbare ouderen op de juiste plek terecht te laten komen. Die mensen vind ik belangrijk en dat draag ik ook uit.’

Wanneer geef jij je werkdag een 10?

‘Als ik lekker samenwerk met mijn vele collega’s, in- en extern. Bijvoorbeeld wanneer het ons samen lukt om goede zorg thuis te regelen voor een patiënt, bij wie complexe verpleegkundige handelingen nodig zijn. Dat krijg ik ook van de patiënt terug. Een echte topdag heb ik na zo’n verpleegkundige conferentie waarin we collega’s van de vele locaties binnen Amstelring bij elkaar kunnen brengen en zien wat bijvoorbeeld kennis delen hen oplevert. Van tevoren zit je erover in dat je hen belast met ook nog een conferentie, terwijl ze al zo druk zijn met het werk. Maar als ze dan aan het einde van de dag vragen of we het nog een keer willen organiseren, krijgt die dag van mij een dikke tien!’

Door Anja Klein

Meer weten


Geplaatst op: 28 oktober 2019
Laatst gewijzigd op: 28 oktober 2019