Epke Zonderland als arts in verpleeghuis: ‘Blij verrast hoe leuk ik het vond’

Olympisch turnkampioen Epke Zonderland werkte drie maanden als arts in een verpleeghuis in Wolvega. Hij kan iedereen aanraden om een tijdje in de ouderenzorg te werken. Volgens hem is dat leerzaam en óók topsport. ‘Het werken in de zorg is echt niet minder zwaar dan in de sport.’

Waarom ben je als arts in een verpleeghuis aan de slag gegaan?

‘Ik zag een advertentie in de krant voor de campagne Extra handen voor de zorg. Ik heb naast mijn sportcarrière geneeskunde gestudeerd, en werkte sinds mijn afstuderen een dag in de week in de sportgeneeskunde. Door corona gingen veel sportevenementen niet door, waardoor dat werk een beetje stil kwam te liggen en ik tijd over had. Naar aanleiding van die advertentie heb ik me toen meteen opgegeven, het leek me een mooie manier om nuttig bezig te zijn op een plek waar ik echt nodig ben.’

Je bent er een halve dag per week gaan werken. Wat waren je belangrijkste taken?

‘Ze hadden met name iemand nodig die acute zaken kon opvangen, terwijl de vaste artsen hun diensten draaiden en visites aflegden. Als er geen spoedgevallen waren deed ik andere klusjes die goed tussendoor konden, zoals het controleren van de medicatie of het begeleiden van de opname van een nieuwe cliënt. Daarmee kon ik de werkdruk voor mijn collega’s wat omlaag brengen.’

Is die werkdruk door corona extra hoog?

‘Ik denk dat het vooral de op de corona-afdelingen zwaar is. Maar de mensen die daar werken draaien normaal gesproken mee op de reguliere afdelingen, dus daar moeten ze het nu met minder personeel doen. Daarom hebben ze extra handen nodig en was mijn hulp welkom.’

Epke Zonderland: ‘In de periode dat ik er werkte zijn er wel een aantal mensen ziek geworden, maar is er geen grote uitbraak geweest. Dat betekent dat de maatregelen goed gewerkt hebben.’

Had corona ook op andere manieren impact op je werk?

‘We moesten natuurlijk scherp zijn op symptomen bij bewoners, en meteen laten testen en zo nodig isoleren. Zelf moesten we sowieso een mondkapje dragen, en als er een verdenking op corona was ook een schort voor, handschoenen aan en een spatbril op. In de periode dat ik er werkte zijn er wel een aantal mensen ziek geworden, maar is er geen grote uitbraak geweest. Dat betekent dat de maatregelen goed gewerkt hebben.’

Wat vind je mooi aan het werken met ouderen?

‘Je hebt in een verpleeghuis niet alleen te maken met medische aspecten, maar met de hele woonsituatie. Daardoor werk je met een heel breed en divers team, waarin bijvoorbeeld ook logopedisten, psychologen, psychomotorisch therapeuten en maatschappelijk werkers zitten. Je probeert er samen voor te zorgen dat mensen het zo goed mogelijk hebben. Dat is een hele andere benadering dan ik gewend was, en dat vond ik heel mooi om dat zo te ervaren. Er was een keer een nieuwe bewoonster die erg moest wennen en niet wilde blijven. Ik heb wekelijks contact met haar gehouden en uiteindelijk zag ik dat ze het toch naar haar zin kreeg en haar draai had gevonden. Dat vond ik wel bijzonder om mee te maken.’

Hoe reageerden bewoners op jou, werd je vaak herkend als Epke Zonderland?

‘Ja, toch wel, zelfs met een mondkapje op. Het was altijd leuk om die blije gezichten dan te zien. Het bleek een hele makkelijke manier om een glimlach op hun gezicht te toveren.’

Wat is het belangrijkste dat je er geleerd hebt?

‘Dat het niet alleen gaat om een zo lang mogelijk leven, maar vooral ook over de kwaliteit van leven. In een verpleeghuis ligt de nadruk meer op de vraag hoe we de tijd die mensen nog hebben zo fijn mogelijk voor hen kunnen maken. Dat vond ik wel een leermoment. Daarnaast heb ik er ook op medisch gebied veel geleerd. In de sport heb ik vooral te maken met mensen die heel fit zijn, nu hielp ik juist mensen die oud en ziek zijn. Een verpleeghuis is sowieso voor iedereen een goede plek om ervaring op te doen, welke kant je daarna ook opgaat, omdat je er echt van alles tegenkomt.’

Ze zeggen wel eens dat zorg ook topsport is. Kan je dat beamen?

‘Zeker! Het werken in de zorg is echt niet minder zwaar dan in de sport. Als sporter ben je heel intensief bezig en zoek je steeds je grenzen op. Maar je zorgt ook dat je voldoende rust krijgt. In de zorg staat er chronisch druk op je. Het is best zwaar om dat fulltime vol te houden, dat heb ik ook wel gemerkt toen ik tijdens mijn studie coschappen liep en lange dagen maakte.’

Epke Zonderland: ‘In de zorg staat er chronisch druk op je. Het is best zwaar om dat fulltime vol te houden.’

Je richt je nu weer volledig op de sport, ter voorbereiding op de Olympische Spelen. En daarna? Keer je ooit terug in de ouderenzorg denk je?

‘Voorlopig zie ik mezelf toch wel in de sportgeneeskunde werken. Ik wil in januari beginnen met de vierjarige opleiding daarvoor. Maar ik hou het wel in mijn achterhoofd. Wie weet, als ik over twintig jaar eens iets heel anders wil gaan doen? Ik was blij verrast hoe leuk ik het vond.’

Door: Rinske Bijl

Meer weten

Geplaatst op: 8 maart 2021
Laatst gewijzigd op: 9 april 2021