Coloriet: ‘er zijn’ voor medewerkers in coronatijd

Een telefoontje, een kaartje, bij de overdracht aan tafel zitten, oftewel dichtbij zijn en een luisterend oor bieden. Bij Coloriet de Regenboog hadden medewerkers veel baat bij deze vorm van ondersteuning. Zeker toen de locatie op één etage overging op cohortverpleging en militairen kwamen helpen. Geestelijk verzorger Klaas van Hoek en psycholoog Else Redlich hadden een belangrijke rol in de ondersteuning. En bij de debriefings die Coloriet na afloop van de eerste coronaperiode organiseerde.

‘Er zijn is zó belangrijk’

Luisteren en contact maken is het dagelijks werk van Klaas van Hoek, geestelijk verzorger in Coloriet de Regenboog en Coloriet de Sfinx. Toen door landelijke coronamaatregelen de verpleeghuizen dichtgingen, voelde hij zich heel onmachtig. ‘Ik moest in eerste instantie thuiswerken, maar voelde wel de spanning. Medewerkers hadden het druk, ze maakten zich zorgen, helaas overleden er een aantal bewoners. Hoe kon ik mijn medeleven kenbaar maken?’

Klaas besloot te mailen, kaartjes te schrijven, mensen te bellen en af en toe iets ludieks te doen. ‘Op Koningsdag heb ik een Colorintjesregen georganiseerd, een knipoog naar de landelijke lintjesregen. Dat vonden medewerkers ontzettend fijn. Op sommige afdelingen hangen ze nog steeds.’ Toen hij het verzoek kreeg om weer naar de locatie te komen, greep hij die met beide handen aan. ‘Er zijn is zó belangrijk, ook – of misschien juist – in situaties als deze.’

‘Het was goed dat ze hun hart konden luchten’

Een van de verpleegkundig specialisten vroeg Klaas om langs te gaan op de corona-cohortafdeling. ‘Ze gaf aan dat er bewoners waren die mijn begeleiding nodig hadden.’ Hij trok een beschermend pak aan, zette een mondneusmasker en beschermingsbril op en ging erheen. ‘Spannend vond ik het. Maar ik heb geen moment getwijfeld. Het voelde goed dat ik iets kon bijdragen.’ Klaas was er ook voor familieleden die hun naaste door corona hadden verloren. ‘Familieleden ervaarden zoveel onmacht en beperkingen. Het was goed dat ze hun hart konden luchten, dat er iemand tijd had om te luisteren, zonder oordeel. Dat werd enorm gewaardeerd.’ Ook zat hij meerdere keren bij het overdrachtsmoment van zorgmedewerkers van de cohortafdeling.

‘We moeten iets doen voor onze medewerkers’

Coloriet heeft 5 woonzorgcentra in de gemeente Dronten, Lelystad en Zeewolde. De zorgorganisatie kreeg te maken met besmettingen en helaas ook overlijdens, maar gelukkig ook genezingen van het coronavirus. Ook waren er locaties die dit alles bespaard bleef. Net als collega-zorgorganisaties riep Coloriet een crisismanagementteam in het leven, dat de medewerkers van richtlijnen en adviezen voorzag.

Strategisch HR-adviseur Jenneke Grendelman was vanaf het begin lid van het crisismanagementteam. ‘We beseften al snel dat we iets voor onze medewerkers moesten doen. Want wat zij meemaakten was heftig, ook door de beperkingen die de maatregelen met zich meebrachten.’ De organisatie startte met een maatjessysteem voor de hoofden. ‘Elk hoofd kreeg een maatje. Als de een er niet was, dan was de ander er wel. Zodat medewerkers altijd bij iemand terecht konden en hoofden zich door elkaar gesteund wisten.’

‘Horen wat er tijdens de dienst gebeurd was’

Rond dezelfde tijd gaf de vakgroep van psychologen aan dat ze graag actief iets wilde betekenen. ‘Als behandelaar probeerde ik me aan de richtlijn te houden van zo min mogelijk mensen op locatie’, vertelt psycholoog Else Redlich. ‘Maar de consequentie was wel dat ik op afstand kwam van de werkvloer en dus ook van de zorgmedewerkers. Terwijl ik wist dat zij het zwaar hadden. De coronamaatregelen hakten erin en ze zagen hun collega’s niet.’

Else nam contact op met het afdelingshoofd van de cohortafdeling. ‘In Coloriet de Regenboog waren de bewoners met corona samengebracht op één afdeling. De medewerkers draaiden daar zware diensten van 12 uur. Dat was pittig. Met het afdelingshoofd heb ik toen afgesproken om iets rond het overdrachtsmoment te organiseren. Klaas en ik zijn daar afwisselend bij gaan zitten. De bedoeling was niet meer dan “er zijn”. Heel laagdrempelig. Om vragen te beantwoorden, te horen wat er tijdens de dienst gebeurd was en de behoefte aan een vervolggesprek te peilen.’

‘We kregen het rooster niet meer rond’

En toen kwamen de militairen. ‘We hadden zieke cliënten, maar ook zieke medewerkers’, vertelt Jenneke. ‘Bovendien vraagt zo’n cohortunit om extra bezetting vanwege de zorgvraag en alle andere afdeling draaiden ook gewoon door. We hebben het lang weten te redden, samen met collega’s uit de wijk. Maar op een gegeven moment beseften we dat dit geen sprint maar een marathon was. We wilden ervoor waken dat medewerkers overbelast raakten. Toen hebben we hulp gevraagd. Gelukkig waren de militairen beschikbaar.’

Maar voor sommige zorgmedewerkers was dat ingrijpend. Else: ‘Ze liepen op hun tenen door de twaalfuursdiensten. Dat de militairen kwamen helpen, ervaarden sommigen als falen. Daar wilden ze hun hart over luchten. Niet allemaal hoor. Er waren ook medewerkers die juist over koetjes en kalfjes wilden praten. Of hun zorgen over hun ouders en kinderen wilden delen.’ ‘Onderwerpen waarvoor ze nooit de telefoon hadden gepakt, maar die wel opluchten als je het kwijt kunt’, vult Jenneke aan.

‘Elke dag afwachten of je zelf misschien besmet bent’

De eerste weken werkte Ineke, verzorgende IG, niet op de cohortafdeling. Wel raakte een aantal van ‘haar’ bewoners besmet. ‘Het was confronterend om bewoners te verzorgen die een dag later besmet bleken te zijn. Je wist gewoon niet wat je overkwam. Elke dag was het afwachten of je zelf misschien besmet was. Dat is gelukkig niet gebeurd.’

Heftig was ook dat Ineke niet meer met haar collega’s mocht pauzeren. ‘Dat miste ik ontzettend. We konden niet even met elkaar sparren, de dingen van je af praten.’

Ineke en haar collega’s waren tevreden over de nabijheid van Else en Klaas. ‘Else zat eerst in een kamertje achteraf. Dat nodigde niet uit. Later kwamen zij en Klaas dichterbij, dat was prettig.’ Ook was het fijn dat Klaas en Else het afwisselden. ‘Met de een praat je makkelijker dan met de ander. Zo kon iedereen zijn verhaal kwijt.’

‘Open en eerlijke gesprekken’

Ook Else merkte dat de laagdrempelige aanwezigheid de juiste formule was. ‘De psychologen waren ook elke dag telefonisch bereikbaar voor medewerkers, maar daar werd niet veel gebruik van gemaakt.’ En doordat ze zo betrokken waren geweest, konden zij en Klaas ook een rol in de nazorg spelen. Coloriet besteedde daar bewust veel aandacht aan. ‘We wilden de eerste golf goed afsluiten’, zegt Jenneke. ‘En de medewerkers de gelegenheid geven om hun vragen, zorgen en frustraties te uiten, om het een plek te kunnen geven. En om verbeterpunten mee te geven.’

Daarvoor organiseerde Coloriet een aantal debriefings. Klaas en Else waren aanwezig om medewerkers te helpen woorden te geven aan wat ze had geraakt. ‘Dat waren open en eerlijke gesprekken, met ruimte ook voor uitleg door de leiding. Dat brak de spanning wel. Medewerkers voelden zich gehoord. En wat heel mooi is: we hebben er ook veel van geleerd. Dingen die we in een tweede golf kunnen meenemen. Dat doen we nu dus ook.’ ‘De debriefings hebben voor wederzijds begrip gezorgd’, vult Ineke aan.

‘Praat eens met die of die’

Ondanks alle narigheid, vindt Klaas dat er ook mooie dingen waren. ‘Bijvoorbeeld dat teamleiders je wisten te vinden als medewerkers het moeilijk hadden. Dan kreeg je een hint: “praat eens met die of die”. Ik vind het geweldig dat ik er op die manier voor mijn collega’s kon zijn, hetzij telefonisch, hetzij live. Behalve met de zorgmedewerkers, heb ik me heel verbonden gevoeld met collega’s van de medische staf, de verpleegkundig specialisten en de teamleiders. Ik hoop dat we daar iets van kunnen vasthouden.’ Dat vinden Else en Jenneke ook. ‘Er was saamhorigheid, de relaties zijn versterkt.’

En nu overal in Nederland de coronabesmettingen weer toenemen, maken ook Klaas en Else zich op voor een tweede ronde. ‘Ik heb de eerste bemoedigingskaarten en -mails alweer verstuurd naar de zorgmedewerkers’, zegt Klaas. ‘Ook proberen Else en ik weer bij de overdrachtsmomenten aanwezig te zijn. Tegelijkertijd merk ik hoe anders het is dan in maart en april. Toen was alles nieuw en onbekend, nu zijn we voorbereid.’

Meer weten

Geplaatst op: 14 oktober 2020
Laatst gewijzigd op: 14 oktober 2020