Natasja Cassin: ‘Corona of niet, goede zorg moet door’

In deze bijzondere blogserie vertellen verschillende zorgmedewerkers over wat zij op de werkvloer meemaken in de strijd tegen het coronavirus. Natasja Cassin is kwaliteitsverpleegkundige bij woonzorgcentrum Ewoud van Vecht en IJssel in IJsselstein. Normaliter bestaat haar werk uit het adviseren, ondersteunen en coachen van teams ten aanzien van het verbeteren van de kwaliteit van zorg en het implementeren en borgen van (kwaliteits-)richtlijnen of innovaties. Maar nu draait ze meer mee in de zorg om haar collega’s van dichtbij te ondersteunen. Lees het aangrijpende eerste blog van Natasja.

Onmacht

Ze ligt op de grond… Normaliter zou ik direct naar binnen gelopen zijn om te helpen. Maar nee, nu trekken mijn collega en ik eerst beschermende kleding aan. We zijn er ondertussen handig en snel in geworden, maar toch. Mevrouw K. huilt en ligt nog steeds op de grond. Ik voel mijn eigen hartslag omhoog gaan, want ik voel een vlaag van onmacht.

‘Ik wil naar binnen! Ik wil helpen, maar ik moet eerst mezelf beschermen en daarmee ook de rest van mijn cliënten.’

Oogcontact

Ik gooi de voordeur open en roep alvast dat we onderweg zijn, dat ik haar zie. Want contact is zo belangrijk. Dat we oogcontact krijgen, stelt me gerust. Voor mijn gevoel duurt het hartstikke lang, maar het zal niet meer dan één minuut geweest zijn. Bij binnenkomst tillen we haar in haar stoel, ze is dankbaar van die koude vloer af te zijn.

Corona. Opeens.

Haar lichaam schudt van het huilen. Niet van het vallen nee. Ze huilt uit onzekerheid en onmacht. Van een redelijk zelfstandige vrouw naar een afhankelijke patiënt. Sinds gisteravond wordt mevrouw verdacht van besmetting met het coronavirus Covid 19: we zien een combinatie van vallen, benauwdheid en verhoogde temperatuur. Opeens. Plots is het daar. Het is aan de orde van de dag.

Personeelstekort

Mevrouw K. zit inmiddels met een kopje thee weer in haar stoel, we zijn beide kalm en tevreden voor nu. Buiten op de gang voel ik me klaar voor de rest van de dag, ik voel een enorme alertheid. Als zorglocatie met 65 bewoners, verblijven we immers nog  in code rood, omdat er tekort is aan capaciteit.

‘De balans tussen personeel en bewoners is niet meer in evenwicht. Maar ik ga door, goede zorg moet door.’

Helaas ervaar ik onvoldoende tijd om bijvoorbeeld het digitale medicatie aftekensysteem te controleren of om dossier checks te doen. Verbetertrajecten die we gestart waren, zijn vertraagd of liggen stil.  Maar door nu meer in zorg mee te draaien, kan ik mijn collega’s van dichtbij ondersteunen en besef ik dat we als team nog steeds werken aan goede en verantwoorde zorg.

Kleine stapjes

Kleine stapjes, op microniveau. Ik volg incidenten op, ik zet op cliëntniveau verbeteracties in: de huismeester vraag ik een nieuwe beugel te plaatsen zodat mevrouw K. haar transfer beter kan doen, de apotheker en huisarts vraag ik naar de medicatie van dhr. W te kijken. Het geplande ‘farmacotherapeutische overleg’ tussen hen is immers uitgesteld. Dhr. W is verleden maand van medicatie veranderd en is sindsdien drie keer gevallen.  Ze zijn blij met mijn verzoek en pakken het op samen. Mooi, dat is gelukt.

Kleine stapjes dan maar. Ik voel energie, fijn het gevoel vooruit te kunnen in deze gekke tijd. Moe en voldaan ga ik naar huis.

Als ik ’s ochtends terugkom op de afdeling, hoor ik dat mevrouw K. is overleden.  Boem, die komt binnen. Ik krabbel op en ga door, goede zorg moet door.

Meer weten


Geplaatst op: 4 mei 2020
Laatst gewijzigd op: 6 mei 2020