Bij tanteLouise staat de dagopvang in het teken van de cultuur van de cliënt

Nog niet zo lang geleden was dagopvang one size fits all en dat was bij tanteLouise net zo als bij andere aanbieders. En kom nu eens kijken in Bergen op Zoom: dagopvang specifiek gericht op mensen met een Turkse én een Marokkaanse achtergrond, aansluitend op de diversiteit die de lokale populatie kenmerkt. En een dagopvang in de Indische woning die juist weer bij die doelgroep past.

Zuleyha Yasar, die nu bij tanteLouise werkt in de Turkse dagopvang, werkte in 2009 nog in de thuiszorg. ‘Ik merkte daar dat veel van mijn collega’s vanwege een taalbarrière geen inhoudelijk gesprek konden voeren met cliënten met een Turkse achtergrond’, vertelt ze. ‘Zelf ben ik met de Turkse én de Nederlandse cultuur opgegroeid. Toen ik een Turkse cliënte in haar eigen taal aansprak, merkte ik hoe haar ogen oplichtten en kreeg ik in een kwartier tijd haar hele levensverhaal te horen. Korte tijd later bezocht ik het symposium Kleurrijk wonen in Bergen op Zoom, waar ik van onze toenmalige bestuurder Jef Pelgrims hoorde dat hij graag een aanbod voor dagbesteding wilde ontwikkelen voor mensen met verschillende culturele achtergronden. Zo is het begonnen.’

Eindelijk weer Indisch eten

Geen makkelijk verhaal om te realiseren, want zowel in de Indische, Turkse als Marokkaanse cultuur is het gemeengoed dat de kinderen voor hun ouders zorgen. Ine Evers deed dit ook voor haar moeder nadat diens man overleed. ‘Ik merkte dat ze kattig werd en vreemde dingen ging doen’, vertelt ze. ‘Maar pas veel later werd duidelijk dat dit werd veroorzaakt door haar beginnende dementie. Ze wilde echter per se niet haar huis uit en hoewel de zorg voor haar steeds zwaarder werd, bleef ik die toch bieden. Tot ik een weekje op vakantie ging en mijn broer besloot tot een radicale stap: hij zette haar letterlijk af bij tanteLouise. Toen ik terugkeerde van vakantie, bleek ze het er fijn te vinden. Ze was niet meer eenzaam en voelde zich veilig. En ze vond het eten geweldig, eindelijk weer Indisch, dat had ik haar al die jaren niet kunnen bieden. Als er een muziekmiddag is, is zij altijd de eerste die wil dansen. Ze is nu 95, maar ze is vrolijker dan ik haar in jaren heb gezien. Ze krijgt hier gezelligheid die past bij haar cultuur, daar gaat het om.’

Cultuurproblemen overwinnen

Maar de moeder van mevrouw Evers was niet de eerste cliënt, dat was de vrouw die haar hele levensverhaal vertelde aan Yassar. Ze zegt: ‘Ze had maar één dochter hier in Nederland en die was al naar een oplossing aan het zoeken. Meerdere cliënten volgden, maar toch was het het eerste jaar echt wel de vraag of we het zouden redden met een specifiek Turkse dagbesteding. Het stuitte toch op cultuurproblemen, en veel mensen waren bang dat ze meteen in het verpleeghuis terecht zouden komen. Na een jaar heb ik de toenmalige acht cliënten erop aangesproken dat het een unieke kans was die hen werd geboden en dat het aan henzelf was of het wel of niet een succes zou worden. Blijkbaar zette hen dat aan het denken. Nu hebben we 23 cliënten voor de Turkse dagbesteding. Ook jongere mensen trouwens, met psychische problemen.’

Naoual Raiss, werkend op de Marokkaanse dagbesteding, vult aan: ‘We hebben ook regelmatig open dagen georganiseerd om het te promoten. En toen mensen eenmaal kwamen om te kijken wat we precies te bieden hebben, zag je snel hoe mooi ze dit vonden. Er zitten mensen tussen die echt vereenzaamd waren. In de dagopvang die aansluit op hun cultuur zie je ze opbloeien. Er is ruimte voor gezelligheid, voor hun geschiedenis en ook voor het geloof natuurlijk.’

De rol van vrijwilligers

Om het proces van cultuurspecifieke dagopvang en woning in goede banen te leiden, is al snel een projectleider diversiteit aangesteld. ‘Die is er niet alleen voor de cliënten maar ook voor de medewerkers’, zegt locatiemanager Rianne van Esbroeck. ‘We zijn voor de medewerkers een leertraject gestart, want werken met specifieke doelgroepen stelt echt wel extra eisen aan ze. Het is ook belangrijk dat ze zelf dezelfde achtergrond hebben of in ieder geval een sterke affiniteit daarmee. Je moet het snappen. Maar zelfs met die goede voorbereiding begint het hele proces ermee dat je de gok waagt. Je moet mensen binnen halen voor de dagbesteding, terwijl je als organisatie juist gewend bent dat ze zich daarvoor aanmelden. Ook past wat je wilt bieden niet altijd in de kaders die daarvoor in Nederland gelden. De Indische dagopvang onderscheidt zich van de Turkse en Marokkaanse doordat ze – in aansluiting op de wens van de cliënten – draait op vrijwilligers. Het is echt een aanvulling op de woning en biedt ook niet hetzelfde als de Turkse en Marokkaanse dagopvang en ook niet iedere dag van de week. Die mensen die er gebruik van maken – allerlei ouderen uit de Indische gemeenschap – hebben meer aan gezelligheid dan aan het behalen van formele doelen zoals eenzaamheidsbestrijding of activerende beweging. Die bieden we wel, maar niet stikt binnen de kaders die daar doorgaans voor worden gehanteerd. Daarom twijfelen we ook over de vraag of we deze dagopvang moeten professionaliseren, wat voor de Turkse en Marokkaanse juist wel het uitgangspunt was. Lang niet iedereen die van de Indische dagopvang gebruikmaakt krijgt een indicatie vanuit de Wmo. Die mensen zouden we dus bij professionalisering van deze dagopvang verliezen. Wel zijn ze natuurlijk op termijn potentiële nieuwe cliënten voor de woning.’
Raiss: ‘Wij werken ook wel met vrijwilligers hoor, en de Turkse dagbesteding ook. Maar wel veel minder dan de Indische en er moeten ook altijd professionals bij zijn. We hebben ook mensen die zwaardere zorg nodig hebben.’

De verantwoordelijkheid van het team

Het werken met vrijwilligers brengt trouwens ook zo zijn eigen uitdagingen met zich mee, zegt Celeste Serol, teamleider van de Indische woning. ‘Vrijwilligers zijn er om de dag van de cliënten te kleuren, maar het team behoudt natuurlijk toch zijn verantwoordelijkheid’, zegt ze. ‘Het is mooi als vrijwilligers ook een bijdrage willen leveren op het gebied van zorg of hygiëne, maar de eindverantwoordelijkheid daarvoor ligt wel bij het team. Dit terwijl het normaal is in de Indische cultuur dat iedereen zich met alles bemoeit. We hebben bijvoorbeeld een man die vanwege slikproblemen niet alles mag eten, maar dat wel graag wil. En de vrijwilligers geven het ook graag, met voorspelbaar gevolg.’ Van Esbroeck: ‘Dan moeten we het daar dus toch echt wel over hebben. Een briefje op de achterkant van zijn rolstoel plakken met een lijstje van de dingen die hij niet mag hebben is immers bepaald niet de ideale oplossing.’

Serol vertelt verder: ‘Het heeft ook een jaar gekost om de vrijwilligers af te leren echt álles voor de cliënten te doen, tot en met de suiker door de koffie roeren. We wilden immers juist inzetten op activerend bewegen.’ Van Esbroeck: ‘Maar je moet wel altijd toetsen of wat je doet aansluit bij de cultuur van de mensen voor wie je het doet. We zijn erg geneigd om te zeggen “Dat is goed voor die mensen”, maar daarmee kun je ze wel erg onze Nederlandse cultuur opleggen.’

Het gaat om de sfeer

Heel erg strikt is de culturele scheiding binnen tanteLouise niet. Yasar: ‘We hebben nu ook een Indische vrouw op onze Turkse groep. Ze zocht al langer naar dagbesteding maar voelde zich nergens thuis. Bij ons is ze meteen gaan zitten en is ze al snel kind aan huis geworden. Ze vindt de sfeer leuk en wordt ook goed geaccepteerd.’ Serol vult aan: ‘Het moet vooral bij je passen, de sfeer is het belangrijkst. Wij hebben op de Indische groep ook een Somalische vrouw.’

Alle aanwezigen zijn het erover eens dat deze losse aanpak het best werkt. ‘Het belangrijkste is dat iedereen in de groep het gezellig vindt’, zegt Evers. Iedereen is het er ook over eens dat de nu gekozen opzet voor dagbesteding een blijvertje is. ‘In het begin moesten we mensen meekrijgen’, zegt Raiss. ‘Maar nu dat gelukt is doet mond tot mond reclame de rest.’

Interview door Frank van Wijck

Meer weten


Geplaatst op: 26 februari 2018
Laatst gewijzigd op: 26 februari 2018