Bernadeth Rave (Het Zand): ‘Iemand met roepgedrag voelt zich niet veilig.’

Binnen locatie De Berghorst van Zorgspectrum Het Zand werken ze met socio-therapeutische leefmilieus, waarbij de behoeften en mogelijkheden van de cliënt centraal staan. Maar waarom vinden we het tegenwoordig nog gebruikelijk om enkele leefmilieus af te sluiten met een gesloten deur? En wat gebeurt er als we dat gewoon niet meer doen; worden de doemscenario’s die we vaak bedenken dan werkelijkheid? Of worden cliënten er juist heel blij van? Op De Berghorst zijn ze het gewoon gaan doen: cliënten meer vrijheid bieden en gesloten deuren afschaffen. Medewerkers observeerden wat er gebeurde en schreven daarover voor Waardigheid en trots een blog.

Bernadeth Rave, zorgcoördinator Het Ooider een psychogeriatrische afdeling, was één van de observanten nadat op Het Ooider de deuren naar het Atrium, de binnenplaats, open gingen. Lees hieronder haar blog, de tweede uit een serie van 4 blogs. Lees ook het eerste blog van Berry Schaake, integraal (zorg)manager bij Het Zand – locatie De Berghorst.

Op de vier woongroepen van Het Ooider wonen gezamenlijk 32 mensen. Toen we de binnendeuren open gingen zetten, waren we benieuwd wat zij zouden gaan doen. Van te voren bedenk je allemaal risico’s. Daarom maakten we gebruik van observatieformulieren waarop we konden aangeven wat er gebeurde in Het Ooider. Daarbij werd extra gelet op bijvoorbeeld de trap naar boven, de brandtrap, de lift, de plantenbak en de schuifdeur naar buiten. Dit waren namelijk mogelijke risico’s die wij hadden bedacht. Als er vervolgens niks gebeurt, is van 9.00 tot 21.00 uur observeren best lang. De dag erna zagen we onder de observanten breiwerkjes tevoorschijn komen.

Er is in de twee weken observeren één cliënt met de lift omhoog gegaan. Daar haalden we haar met een grote glimlach op haar gezicht uit vandaan. Op de trap, waar we van te voren bang voor waren, is helemaal niks gebeurd. Nog steeds niet trouwens.

Gedragsspreekuur

Maar wat nog veel belangrijker is, als je gedrag observeert waarin je bijvoorbeeld onrust, angst of verdriet ziet, moet je achterhalen waarom dat is. Iemand met roepgedrag voelt zich waarschijnlijk niet veilig, iemand die steeds naar huis wil ook niet. We hebben een speciaal gedragsspreekuur waarin we casussen bespreken. We nodigen ook familie daarbij uit, als we denken dat het voor hen en ons meerwaarde heeft.

Neem de cliënt die elke dag bij alle kamers rondging en dus andere cliënten stoorde. Onmiddellijk klinkt dan de roep om het afsluiten van de deur van de cliënt of die van de andere bewoners. Maar dat willen we nou juist niet meer. Wat bleek? Vroeger had deze vrouw altijd haar kleding klaarliggen voor de volgende ochtend. Toen ze die hier niet aantrof, ging ze dwalen. Nu liggen haar kleren standaard klaar en is het probleem opgelost.

Bernadeth Rave, zorgcoördinator Het Ooider
‘Dat we de goede weg zijn ingeslagen, weet ik als ik naar de bewoners kijk. Een bewoonster schuivelt voorbij, geeft me een knuffel en gaat weer verder. De vrijheid die zij nu ervaart om dat rondje te maken, dat maakt mij heel blij.’

Geborgenheid en veiligheid

Je moet dan wel echt willen kijken naar het gedrag, niet invullen wat jij denkt dat er gebeurt. De kunst is geborgenheid en veiligheid te bieden die bij iemands gewoonte passen. Niet iedereen wil bijvoorbeeld gezelschap hebben. Wil je alleen zijn? Prima natuurlijk. We bepalen te snel voor mensen wat ‘gezellig’ hoort te zijn. We laten mensen nu bijvoorbeeld uitslapen en maken ze niet meer wakker op een vast tijdstip. Haal je mensen uit hun natuurlijke ritme, dan krijg je roep- of dwaalgedrag en zitten mensen niet goed in hun vel. Nu de tussendeuren openstaan, kunnen mensen ook eens op een andere afdeling koffie drinken.

We willen heel graag voor mensen zorgen, dat zit in ons DNA. We willen dat ze veilig zijn. De paar mensen met een zorgriem met GPS, lopen we het liefste achterna als ze naar buiten gaan, terwijl het een bewust genomen risico is dat je samen neemt. Onze mindset is nu wel totaal veranderd. Onrustmedicatie was vroeger normaal. Nu geven we dat niet meer, tenzij de kwaliteit van leven erdoor  toeneemt. Dit is een besluit dat door alle disciplines gezamenlijk genomen wordt  en daarna regelmatig geëvalueerd wordt.

Dat we de goede weg zijn ingeslagen, weet ik als ik naar de bewoners kijk. Als ik in de ochtend in mijn kantoor zit, met alle deuren natuurlijk open, dan komen er iedere dag bewoners voorbij. Zo maakt een van de bewoonsters haar vaste rondje over de verschillende afdelingen. Met de handen op de rug schuifelt ze voorbij. Ze geeft me een knuffel en gaat weer verder. De vrijheid die zij nu ervaart om dat rondje te maken, dat maakt mij heel blij.

Meer weten

Geplaatst op: 10 juli 2017
Laatst gewijzigd op: 15 maart 2019