WZH Prinsenhof benut de talenten van zijn bewoners

Wat kun je doen om te zorgen dat bewoners zich meer thuis voelen? Hoe vergroot je hun gevoel van eigenwaarde, geef je invulling aan hun leven? In woonzorgcentrum Prinsenhof in Leidschendam, onderdeel van WoonZorgcentra Haaglanden, kijken de medewerkers wat een bewoner goed kan of graag doet. Om deze talenten vervolgens waar mogelijk in te zetten. Een gesprek met locatiemanager Richard Spraakman en bewoners Evert van der Valk (72), diaken van beroep en Frans Draaisma (74), de bekendste figurant van Nederland.

Wat kan een oudere nog  bijdragen?

‘Ik ben al heel wat jaren manager en ik heb nog zo’n 17 jaar te gaan’, zegt Richard Spraakman. ‘Stel dat ik ooit in een verpleeghuis kom. Dan zou ik het toch een meerwaarde vinden als ze me vragen mee te denken, vanuit mijn ervaring. We hebben toch allemaal de behoefte om niet afgeschreven te zijn?’ In China kijken ze heel anders naar ouderen, vervolgt hij. ‘Daar is het uitgangspunt “wat kan een oudere nog bijdragen”. Het is zelfs heel normaal dat ouderen nog nieuwe dingen leren. Ik zeg het heel gechargeerd, maar in Nederland doen de meeste ouderen niet meer mee als ze met pensioen zijn. Wij willen het anders doen en de talenten van onze bewoners benutten. Een bewoner die vroeger kok was, zit nu bijvoorbeeld in de menucommissie. Diaken Evert van der Valk hebben we benadert over een rol naast onze geestelijk verzorger. En Frans Draaisma, die 40 jaar lang figurant was, helpt bij de BHV-oefeningen. Want als er iemand kan figureren is hij het.’

Locatiemanager Prinsenhof Richard Spraakman

Talenten inzetten voor zingeving aan het leven

Richard legt uit dat WZH Prinsenhof in 2018 begonnen is met meer persoonsgerichte zorg. ‘Zonder het medische uit het oog te verliezen dwingen we onszelf om meer naar de persoon te kijken. Wie is deze bewoner? En vooral: waar wordt deze bewoner gelukkig van? En dan kom je achter onvermoede talenten.’ Hij benadrukt dat het inzetten van die talenten van bewoners echt iets nieuws is, WZH Prinsenhof is ermee aan het oefenen. ‘Onze medewerkers volgen wel scholing om de bewoner  te leren kennen. Maar dit gaat nog een stap verder. We willen bewoners echt laten meedoen in ons woonzorgcentrum. Net zoals ze dat in de maatschappij deden toen ze nog thuis woonden. En we zien dat het werkt. Een nuttige bijdrage leveren geeft zingeving aan het leven van bewoners. Ze kijken ernaar uit.’ Richard heeft niets op papier gezet over het benutten van de talenten van bewoners. ‘We doen het gewoon. Het gaat om bewustwording en goed luisteren. Daar hoef je geen beleidsstukken over te schrijven.’

Evert benut zijn talent als diaken

Evert van der Valk begon zijn carrière bij defensie. Toen hij 45 was, zat zijn diensttijd erop en werd hij diaken. ‘En dat ben ik nu nog steeds, ik ben niet met emeritaat. Hier in Prinsenhof assisteer ik de geestelijk verzorger elke eerste zondag van de maand bij de viering. En ik bezoek verschillende mensen in huis. Dan praat ik met ze, bid met ze en geef ze de zegen. Dat waarderen ze enorm. Ik kom bij mensen die het moeilijk hebben, verdriet hebben. De aandacht die ik ze kan geven, doet hen goed.’ Zelf kwam Evert binnen op de revalidatieafdeling. Het was de bedoeling dat hij na een paar maanden lopend weg zou gaan, maar dat liep anders. Nu zit hij in een rolstoel, met een lichaam dat niet goed meer wil. ‘Ik assisteerde de geestelijk verzorger al toen ik nog in de revalidatie zat. Dat was echt een lichtpuntje. Nu weet ik dat ik hier moet blijven en daar heb ik vrede mee. De verzorging is perfect. En dat ik ook nog iets in mijn ambt kan doen, geeft net dat beetje extra. Het geeft voldoening.’

Bewoner Evert van der Valk

Grenzen opzoeken

Richard is zich ervan bewust dat er misschien haken en ogen aan Everts rol van diaken kunnen zitten. ‘Evert is hier niet in dienst als geestelijk verzorger, hoe ga je dan om met de persoonlijke gesprekken die hij als diaken voert? Want hij is natuurlijk ook bewoner. Die beren op de weg wil ik graag laten komen. Want als je de grenzen niet opzoekt, verandert er nooit wat.’ Evert zelf is er heel duidelijk over: ‘Voor de mensen met wie ik praat, ben ik op dat moment geestelijk verzorger. Ik probeer ze te helpen, ben hun diaken. Maar zodra ik de deur uit ga, ben ik weer een bewoner, net als zij. Ik sta niet boven hen, maar naast ze.’ Het is een zoektocht, maar wel een leuke, aldus Richard. ‘Wanneer ben je diaken, wanneer ben je bewoner. Het is mooi om daar het gesprek over te voeren. Dat doen we dan ook regelmatig.’ Dan praten Richard en Evert ook over hun gezamenlijke doel: dat Evert in de toekomst een keer een viering mag leiden en preken.

Frans benut zijn talent als figurant

Frans Draaisma is 40 jaar figurant geweest. ‘In 1965 begon ik met een klein rolletje en dat is een beetje uit de hand gelopen. Goede tijden, slechte tijden, Goudkust, reclames, ik ben overal bij geweest.’ Trots wijst hij naar de foto’s aan de muur, met Monique van de Ven, Paul Verhoeven, Reinout Oerlemans. ‘Ik ken ze allemaal.’ Toch was figureren ‘slechts’ zijn hobby, naast zijn banen bij de Rijksoverheid en in de keuken van hotel-restaurant Bali. ‘Toen Frans bij Prinsenhof binnenkwam, was hij net bezig met zijn tweede boek met memoires’, vertelt Richard. ‘Toen wisten wij dat we een ervaren figurant in huis hadden.’ Het linkje met de BHV-oefeningen was snel gelegd. Frans: ‘Richard stelde me voor om mee te doen met de oefeningen, want niemand heeft zoveel ervaring als ik. De eerste keer dat ik daar tussen de rookpotten lag, schrokken de medewerkers zich rot. Iedereen stond meteen op scherp. Daarna hebben we erg gelachen. Ik vind het leuk om te doen. Ik word er blij van.’ En ondanks al zijn ervaring was het een nieuwe rol voor hem. ‘Ik had nog niet eerder als slachtoffer gefigureerd.’

Bewoner Frans Draaisma

Wissel eens van gedachten met een bewoner

Richard onderstreept nogmaals dat het nog pril is wat hij bij WZH Prinsenhof in gang zet. ‘En het blijft zoeken naar de beste manier. Het is ook maar een klein deel van de bewoners op wie je een appèl kunt doen. Maar het gaat vooral om de manier van denken. Dat je zo dúrft te denken.’ Daarom vindt hij ook dat iedere leidinggevende regelmatig met een bewoner zou moeten sparren. ‘Ik doe dat vaak op vrijdag. Dat is mijn administratiedag. Als ik het zat ben, ga ik lekker wandelen met een bewoner. Dan hoor je zoveel! Dingen die anders kunnen, maar ook de waardering voor medewerkers. Ik ben nu mijn managementteamleden  aan het overtuigen van mijn nieuwste plan: een buddy voor elke managementteamlid. Een bewoner om elke 2 weken mee van gedachten te wisselen.’ En recent zijn ook de eerste bewonersvacatures de deur uitgegaan, voor kranten- en/of postbezorgers. ‘We hebben nu al 2 bewoners die de post rondbrengen. Daar worden ze blij van. Want ze hebben een doel, ze doen iets wat ze leuk vinden. En als ik mijn medewerkers kan stimuleren om ook zo te denken, kunnen we samen steeds meer stukjes geluk toevoegen.’

Meer informatie


Geplaatst op: 8 augustus 2019
Laatst gewijzigd op: 8 augustus 2019