Bartholomeus Gasthuis: ervaren kwaliteit van leven voor bewoners dankzij BOM en lean

Het Bartholomeus Gasthuis is niet het enige verpleeghuis dat gebruikmaakt van de Brein Omgevings Methodiek (BOM) van Anneke van der Plaats. Bijzonder is wel dat het niet alleen die methodiek gebruikt, maar ook werkt volgens het principe van lean. Beide elementen dragen in belangrijke mate bij aan rust die voor de doelgroep – mensen met dementie – zo belangrijk is.

Kleine ontmoetingen kunnen grote gevolgen hebben. De familie van Anneke van der Plaats woonde aan het Geertekerkhof pal achter de Lange Smeestraat in Utrecht, waar het Bartholomeus Gasthuis gevestigd is. Van 2009 tot 2011 vond een uitgebreide renovatie van het gasthuis plaats. Hierbij werden onder andere zes kleinschalige groepswoningen voor mensen met dementie gerealiseerd. ‘Toen we na de renovatie opnieuw open gingen, was Anneke een van de sprekers op de heropeningsbijeenkomst die we organiseerden’, vertelt bestuurder Willy van Egdom. ‘Ik had toen nog nooit van de BOM gehoord. Wat Anneke daarover vertelde was een echte eyeopener. Het leidde tot het besef dat je echt een zorgfilosofie nodig hebt voor mensen met dementie.’ Ze las van der Plaats’ boek De wondere wereld van dementie en was ervan overtuigd dat de BOM-methodiek grote meerwaarde kon hebben voor de bewoners van het gasthuis.

‘Een scholingsprogramma was er op dat moment nog niet’, zegt intern projectleider Waardigheid en trots Karin Bul. ‘Dat werd speciaal voor ons gemaakt en was het begin van het besef bij iedereen die hier werkt dat het waardevol is om het levensverhaal van bewoners een centrale plek te geven in de zorg. Met de start van dat besef lag er natuurlijk wel een uitdaging. Want hoe doe je dat op een groep, het leven voortzetten zoals iemand dat gewend was?’

Praktisch toepasbaar

Het mooie van de BOM-methodiek, stelt Bul, is dat de theorie praktisch is. Ze zegt: ‘Door de manier waarop het je wordt uitgelegd, begrijp je meteen hoe het komt dat iemand met dementie schrikt als je plotseling achter hem gaat staan. Je snapt het direct.’ Toch, vult Van Egdom aan, is het absoluut geen kunstje. ‘Er zit een gedegen filosofie achter’, zegt ze. ‘Ik merkte dit heel duidelijk toen ik de toenmalig – in BOM geschoolde – zorgmanager een keer vroeg hoe ik om moest gaan met een praktijksituatie waar ik steeds weer tegenaan liep. Als ik naar huis wilde, trof ik vaak een man die door zijn dementie verward was en het gebouw uit wilde. Dan stond ik soms echt een poosje te wachten tot zijn aandacht even ergens anders op gericht was, zodat hij niet samen met mij naar buiten zou gaan. De zorgmanager nam de man bij de hand, knoopte een gesprekje met hem aan en liep ondertussen rustig met hem naar het restaurant. Mijn probleem was direct opgelost. En die oplossing lijkt op het oog heel klein, maar de kracht zit juist in de details.’

Het belang van de omgeving

Van Egdom zegt van de BOM-methodiek te hebben geleerd dat goede zorg leveren niet begint met bejegening, zoals ze wel altijd had gedacht. ‘Het begint met de omgeving’, zegt ze. ‘Je moet zorgen dat die helpend en ondersteunend is. Als tweede volgt de dagstructuur die iemand met dementie duidelijkheid, veiligheid en vertrouwen geeft. Pas als aan die twee voorwaarden is voldaan, kun je met bejegening het effect sorteren dat je voor ogen staat.’

Als voorbeeld om te illustreren hoe hiernaar kan worden gehandeld, noemt ze voeding. ‘Het is een bekend gegeven dat veel verpleeghuisbewoners ondervoed raken’, zegt ze. ‘Is de omgeving niet goed – is het bord niet herkenbaar voor iemand met dementie, staat de pan niet op tafel – dan loop je kans dat iemand onvoldoende eet. Ook de dagstructuur is in dit voorbeeld essentieel. Als iedereen al aan tafel moet gaan zitten terwijl er nog geen eten op tafel staat, ontstaat onrust. Mensen gaan opstaan en lopen. Hetzelfde geldt als er continu mensen in en uit lopen. Pas als aan die twee voorwaarden is voldaan en in dit voorbeeld de tafel is gedekt met herkenbaar servies, vlak voordat het eten op tafel wordt gezet, gaat de bejegening een rol spelen: zorgen voor een rustige en gezellige sfeer tijdens het eten, iemand helpen met eten of door zelf mee te eten voorbeeldgedrag vertonen waardoor de bewoner gestimuleerd wordt om ook zelf te eten.’

Het werkt echt

José Poort, nu BOM-coach, was aanvankelijk sceptisch over de BOM-methodiek. ‘Ik zag de connectie tussen hersenen en zorg niet direct zo’, zegt ze. ‘Bovendien had ik al meer methoden gezien. Mijn eerste indruk was dan ook: breng dit verhaal maar eens naar de praktijk, ben benieuwd of dit werkt’. Nicolette Gies, verzorgende PG, had De wondere wereld van dementie gelezen als voorbereiding op haar sollicitatiegesprek bij Bartholomeus. ‘Er werd al met de BOM-methodiek gewerkt toen ik hier kwam’, zegt ze. ‘Ik vond het een mooie theorie en ik merkte na mijn komst hier al snel dat het in de praktijk ook echt werkt. Het zit in simpele dingen, maar je hebt wel echt de scholing nodig om de strategie erachter te leren begrijpen en om de methodiek goed en consequent te kunnen toepassen.’

Die scholing begon met het aanstellen en opleiden van acht BOM-coaches. ‘In die opleiding leer je niet alleen hoe BOM werkt ‘, zegt Poort, ‘maar ook wat je kunt doen als de aandacht ervoor in de hectiek van alledag weer terugvalt. Want dat gebeurt natuurlijk wel, een team moet echt veranderen. En je moet de methodiek ook steeds blijven uitleggen aan nieuwe mensen in het team.’

Ook de familieleden moeten weten wat de BOM-methodiek inhoudt, vult Gies aan. ‘Neem bijvoorbeeld een verjaardag. Het is begrijpelijk dat een familie die graag in de huiskamer viert. Maar: familie die op bezoek komt, zingen, gezellig geklets, dat kan bij de overige bewoners onrust geven. Als je dat uitlegt, begrijpen familieleden het en gaan ze ermee akkoord het moment in de huiskamer kort te houden en zich voor de rest terug te trekken in het appartement van de bewoner of in de brasserie.’

Poort en Gies

Iemands levensverhaal en gewoonten kennen

Van Egdom onderstreept het belang om het levensverhaal en de gewoonten van een bewoner te kennen om de BOM-methodiek succesvol te kunnen toepassen. ‘Als je merkt dat iemand continu in beweging is kun je dat als onrustig gedrag bestempelen’, zegt ze. ‘Maar als je weet dat die persoon vroeger een winkel had waarin ze constant aan het redderen was, kun je haar ook een bezem geven, zodat ze haar drang om iets te doen invulling krijgt. Die geschiedenis moet je echt wel kennen om gedrag te kunnen plaatsen en om er dus ook op de juiste wijze op in te kunnen spelen. Door iemand kort voordat diegene bij ons komt wonen thuis te bezoeken, krijgt de BOM-coach een beeld van iemands leven en persoonlijkheid. Weten of iemand graag in de tuin werkt bijvoorbeeld, of iemand introvert of juist extravert is. Als je dat soort dingen al vanaf het begin weet, kun je er direct op inspelen.’

Om ervoor te zorgen dat iedereen zich thuis kan voelen, speelt de omgeving een belangrijke rol. Van Egdom stelt: ‘Ik heb moeite met huiskamers in groepswoningen indelen in thema’s’. Als in een van die groepswoningen een appartement vrijkomt en de eerste persoon op je wachtlijst heeft niets met dat thema, dan heb je wel een probleem. Je moet het dus algemener houden en zo inrichten dat iedereen zich thuis kan voelen.’ Bartholomeus heeft de inrichting op heldere, overzichtelijke kaarten vastgelegd. Waarom is de gang ingericht zoals die is ingericht? Waarom staat er een bankje? Waarom liggen er boeken? Ook de theorie (de acht hersenkundige principes van BOM), dagstructuur en tips voor een juiste bejegening zijn opgenomen in de BOM-kaarten. Voor medewerkers zijn deze te vinden in het kwaliteitssysteem en liggen ze ook in de groepswoningen. Poort: ‘Voor familieleden van bewoners zijn de kaarten ook opgenomen in de bewonersinformatiemap. Laatst zagen we hoe goed de familie van een nieuwe bewoner dit heeft opgepakt. Ze zorgen ervoor heel rustig de woonkamer binnen te komen en hebben anderen die op bezoek willen komen ook uitgelegd wat de BOM-methodiek inhoudt. Ik was blij verrast hoe goed ze er direct vanaf het begin mee omgingen.’

De combinatie van BOM en lean heeft voor meer rust gezorgd in de groepen, stelt Willy van Egdom. ‘De investering die we hier hebben gedaan heeft er echt toe bijgedragen dat mensen het hier fijn hebben.’

Lean werken

Het bijzondere is dat Bartholomeus de BOM-methodiek heeft gecombineerd met de managementfilosofie lean. ‘Met lean zijn we al vanaf 2012 bezig’, vertelt Van Egdom. ‘De kern is dat je bij alles wat je doet jezelf de vraag stelt waarom je het eigenlijk doet. Kun je die vraag niet goed beantwoorden, dan kun je de betreffende handeling beter achterwege laten. Het gevolg is dat je veel efficiënter gaat werken. Het vertaalt zich bijvoorbeeld in een levenskaart van de cliënt die zich beperkt tot twee velletjes, waar dit eerder een heel document was. Maar op die twee velletjes staat wel alles wat relevant is. Iemands gewoonten en wensen rondom eten bijvoorbeeld, het dagritme, de mensen die belangrijk voor iemand zijn, wel of niet tutoyeren, wel of niet aanraken.’

Poort vult aan: ‘Als je het eenmaal door hebt, gaat iedereen het leuk vinden. En het heeft ook echt praktische meerwaarde. Het geeft structuur als je bijvoorbeeld in alle groepswoningen dezelfde indeling toepast voor de keukenkastjes en de badkamer. Het voorkomt ergernissen en overbodige prikkels.’ Gies: ‘Inderdaad, het is irritant als je misgrijpt op iets wat je snel nodig hebt. Dat is sinds de toepassing van lean echt veel minder geworden. Je hebt daardoor ook meer tijd over voor de cliënt.’ En die tijd is ook werk, vult Van Egdom aan. ‘Werk is niet alleen verpleegkundig of verzorgend handelen’, zegt ze. ‘Met een bewoner een kopje koffie drinken is ook werk, en is heel waardevol.’ De combinatie van BOM en lean heeft voor meer rust gezorgd in de groepen, stelt ze. Ze zegt: ‘De investering die we hier hebben gedaan heeft er echt toe bijgedragen dat mensen het hier fijn hebben.’ Bul beaamt dit. ‘Er heerst rust’, zegt ze, ‘dat horen we ook terug van de families. Natuurlijk wordt die rust wel eens verstoord, maar dan heb je de theorie om op terug te vallen en die rust snel weer te herstellen.’

Interview door Frank van Wijck

Meer weten

Geplaatst op: 3 oktober 2017
Laatst gewijzigd op: 29 oktober 2019