Prikken met AstraZeneca voor mensen van 60 jaar en ouder gaat door

Geplaatst op: 9 april 2021
Laatst gewijzigd op: 8 september 2021

Mensen vanaf 60 jaar, geboren in 1960 of eerder, kunnen veilig een prik met AstraZeneca blijven krijgen. Mensen onder de 60 jaar ontvangen een ander vaccin. Minister Hugo de Jonge (VWS) volgt hiermee het advies van de Gezondheidsraad. Die stelt dat het risico op gezondheidsschade als gevolg van COVID-19 bij 60-plussers vele malen groter is dan het risico op de zeer zeldzame gemelde bijwerking van ernstige trombose met een laag aantal bloedplaatjes. Ook worden de bijwerkingen tot op heden vooral gezien bij mensen onder de 60 jaar. De minister heeft hierover een brief naar de kamer gestuurd.

Adviezen Gezondheidsraad op een rij

  • Mensen van 60 jaar en ouder blijven het Het AstraZeneca-vaccin krijgen;
  • Mensen onder de 60 jaar krijgen voorlopig een ander vaccin aangeboden;
  • Wie al een eerste keer geprikt is met AstraZeneca kan zoals gepland de tweede prik halen. Wereldwijd is geen enkel geval gemeld van ernstige bijwerkingen na een tweede prik met AstraZeneca. De gemelde zeer zeldzame bijwerkingen doen zich binnen twee weken na de eerste prik al voor.

Besluit en impact vaccinatieoperatie

Het advies van de Gezondheidsraad heeft geen impact op de volgorde die gehanteerd wordt in de vaccinatiestrategie. Het besluit om als eerst de meest kwetsbare doelgroepen te vaccineren, zoals de 60-plussers en de mensen uit medische risicogroepen, blijft gehandhaafd. Omdat het overgrote deel van de mensen dat nu met het AstraZeneca-vaccin gevaccineerd wordt boven de 60 jaar is, zal het besluit om dit vaccin alleen nog in deze groep in te zetten geen grote impact hebben op de vaccinatieplanning. De kwetsbare groepen zullen, zoals eerder gecommuniceerd, in de tweede helft van mei allemaal een eerste vaccinatie hebben gehad. Voor bewoners van verpleeghuizen geldt dat zij al als eerste zijn gevaccineerd vanaf 18 januari 2021, en wel met het BioNTech/Pfizer-vaccin. Voor hen heeft dit besluit verder geen consequenties.

Het advies van de Gezondheidsraad betekent wel dat sommige groepen met een ander vaccin geprikt zullen worden. Dit geldt bijvoorbeeld voor zorgmedewerkers in de verpleeghuiszorg die al een afspraak gepland hebben bij de GGD. Komende week wordt door het RIVM bezien hoe deze aanpassing kan worden doorgevoerd.

Minister De Jonge: ‘Het is een afweging tussen aan de ene kant gezondheidswinst en aan de andere kant gezondheidsrisico’s. Belangrijk is dat we met dit besluit wél schuiven met vaccins maar níet met onze strategie en prioritering. We houden onze vaccinatievolgorde aan en de meest kwetsbare mensen worden het eerst geprikt. We moeten hen als eerste beschermen omdat zij het meeste risico lopen. Het streven blijft nog steeds dat in de tweede helft van mei alle 60-plussers en mensen met hoog medisch risico hun eerste vaccinatie hebben gekregen en dat iedereen die dat wil begin juli tenminste 1 keer gevaccineerd is.’

Meer weten