Kwaliteitsverbetering verpleeghuiszorg

‘Meer onderzoek nodig om onbegrepen gedrag te duiden’

Sandra Zwijsen is neuropsycholoog en doet onderzoek naar de neuropsychologische gevolgen van matig tot ernstige dementie. Zij liet in onderzoek zien dat persoonsgerichte zorg bij matig tot zwaar dementerenden psychofarmaca overbodig kan maken. Maar er is meer onderzoek nodig om dementerend gedrag echt te begrijpen, en zo persoonsgerichte zorg te kunnen verlenen.

Hoe kunnen we ons verplaatsen in de beleving van iemand met dementie, als we geen informatie hebben over hoe iemand met hersenschade door dementie de wereld ervaart en interpreteert? Deze vraag houdt Zwijsen bezig. Volgens Zwijssen wordt de huidige stand van de wetenschap overheerst door psychosociale modellen en is er gebrek aan kennis over neuropsychologische gevolgen van matig-ernstige dementie.

Personen met dementie hebben moeite met het herkennen van emotioneel beladen gebaren, oneerlijke spraak, emoties en herkennen van gevaar. Dit kan leiden tot ogenschijnlijk onaangepast gedrag. Dit maakt het ingewikkeld om de situatie juist in te schatten en juist te reageren. ‘Onderzoek helpt ons verder nadenken over verklaringen rondom neuropsychologie en probleemgedrag bij dementie.’
Zwijsen bewees met onderzoek dat persoonsgerichte zorg psychofarmaca kan vervangen bij matig tot zwaar dementerenden. Zij onderzocht in een verpleeghuis onder andere een man die gewelddadig en agressief was. Hij kon niet meegaan met de groep. Hij had moeite met selectieve aandacht, kon niet goed focussen en was snel afgeleid. Vervolgens is Zwijsen aan de slag gegaan met het weghalen van stimuli. Hierdoor kon de man uiteindelijk zonder psychofarmaca toch onderdeel zijn van de groep.

Ander soort testen en een pilot met testen

‘Waarom doen we zo weinig met praktijkgericht onderzoek bij matige tot ernstige dementie in het verpleeghuis?’, vraagt Zwijsen zich af. ‘Het is belangrijk dat er verder duiding wordt geven aan het functioneren van het brein van matig tot zwaar dementerenden in relatie tot hun gedrag.’ Zij pleit daarom voor meer onderzoek naar neuropsychologie bij matig tot ernstige dementie. Dit is volgens haar noodzakelijk voor een écht bio-psycho-sociaal model. Verder pleit zij voor andere soort testen, geen ‘proefopstelling’ en een pilot met testen met de hulp van vijf psychologen.

Tips voor zorg bij dementerenden

  • Kijk naar wat waarde heeft voor de dementerende persoon. Dat is vaak sociale interactie. Belevingsgerichte en persoonsgerichte zorg kan dan helpen. Probeer het gedrag te begrijpen en interventies te bedenken die passend en helpend zijn. Kijk niet alleen naar psycho-organische stoornissen, ook naar het psychosociale aspect.
  • Stap als professional in de beleving van de bewoner en pas sociale interactie toe. Doe alsof je dement bent en denk na wat voor gedrag je zou vertonen. En hoe je daar als professional op handelt. En vraag je af of dat gedrag wel een spiegeling is van wat hij beleefd. Dat is lastig, omdat we dit nooit zeker weten. We maken gebruik van interpretatie. Hier kan een neuropsycholoog juist een belangrijke rol spelen.

Neuropsychologisch onderzoek

Neuropsychologisch onderzoek bestudeert hoe de werking van de hersenen en het menselijke gedrag met elkaar samenhangen. Met neuropsychologisch onderzoek proberen neuropsychologen zo zorgvuldig mogelijk de cognitieve functies in kaart te brengen. Verder onderzoeken waarom mensen met probleemgedrag dat gedrag vertonen.

Grip op probleemgedrag

Probleemgedrag komt regelmatig voor bij mensen met dementie die in verpleeghuizen wonen. Bewoners vragen dan bijvoorbeeld voortdurend aandacht of worden agressief. Vaak wordt er kalmerende medicatie voorgeschreven, maar in hoeverre helpt methodisch en multidisciplinair werken in deze situaties? Dat onderzocht Sandra Zwijsen met het zorgprogramma Grip op Probleemgedrag. Eind 2014 promoveerde ze daarop aan de Vrije Universiteit (VU) in Amsterdam. ‘In het onderzoek bleek dat probleemgedrag afneemt als Grip op probleemgedrag consequent wordt toegepast’, vertelt Sandra. ‘Ook wordt er dan minder gedragsbeïnvloedende medicatie gebruikt. Verder zagen we dat hoe beter het zorgprogramma wordt geïmplementeerd, hoe groter het effect is op het probleemgedrag en het psychofarmacagebruik.’ Maar juist het consequent toepassen van Grip op Probleemgedrag is de kritische factor.

Meer weten


Geplaatst op: 17 mei 2018
Laatst gewijzigd op: 17 mei 2018