Samenwerken vanuit de Sociale Benadering: oog voor elkaar
Gepubliceerd op: 18-03-2026
Zorgorganisatie Van Neynsel geeft op bijzondere wijze invulling aan het Team van de toekomst. Samenwerken met andersgeschoolden, naasten en vrijwilligers gebeurt op de woonzorglocatie Eemwijk vanuit de visie van de Sociale Benadering. Wat levert dit op en welke rol spelen de leidinggevenden bij het in praktijk brengen van deze visie?
Meer oog voor de mens dan voor de ziekte. Dat is in het kort de visie van de Sociale Benadering. De methode richt zich op wie de bewoner of cliënt is, waar hij blij van wordt en wat de dagelijkse behoeften zijn. Daarbij wordt gekeken of de cliënt de vertrouwde sociale rollen kan blijven vervullen. En hoe familie, vrienden en kennissen de cliënt hierin kunnen ondersteunen. Het uitgangspunt is steeds: wat kan een bewoner of cliënt nog wél? Zo blijft hij onderdeel van de maatschappij en behoudt hij zoveel mogelijk zijn kwaliteit van leven.
Sociale contacten
Locatie Eemwijk in Den Bosch werkt sinds anderhalf jaar volgens de Sociale Benadering. Het is daarmee de derde locatie van Van Neynsel die deze methode hanteert. De komende jaren stappen alle zes locaties van de zorgorganisatie over. Eemwijk bestaat uit acht woningen voor in totaal 96 bewoners met dementie of een somatische zorgvraag.
Wat maakt het leven de moeite waard voor een bewoner en wat kunnen wij hierin betekenen? Die vragen staan centraal bij Eemwijk. Merlin Maas, een van de drie teamleiders op de locatie, schetst hoe de Sociale Benadering in de praktijk werkt. ‘Een bewoner houdt erg van biljarten. We hadden een biljarttafel neer kunnen zetten. Maar in de Sociale Benadering kijk je verder. Door goed door te vragen ontdekten we dat het de bewoner vooral ging om de sociale contacten die hij had door het biljarten. Daarom gaat hij nu wekelijks met een vrijwilliger naar zijn oude biljartclub in de buurt. Daar geniet hij enorm van.’
Extra begeleiding en scholing van medewerkers
De Sociale Benadering betekende anderhalf jaar geleden een flinke verandering voor Eemwijk. Welke rol speelden leidinggevenden hierin? Hoe namen zij hun medewerkers mee in de andere visie op zorg verlenen? Volgens locatiemanager Dave Holtman is alles op alles gezet om de Sociale Benadering ’een mooie landing’ te geven. ‘We profiteerden van de kennis van de andere twee locaties, maar keken ook naar wat onze locatie nodig had. Daar hebben we de medewerkers intensief bij betrokken.’
De methode werd volgens Merlin in het begin niet direct met open armen ontvangen door de teams. ‘Medewerkers zeiden: “We hebben het al zo druk. Wat moeten we er allemaal nog bij gaan doen?” Zij waren gewend om vooral zorggericht te werken. Wat betekende meer aandacht hebben voor het mens-zijn nu ineens? Dat hadden zij toch allang? We hebben in het begin veel gesprekken gehad met de teams en uitgebreid bij hun zorgen stilgestaan.’
Door scholing begrepen medewerkers de methode beter
Door een scholing te volgen gingen de medewerkers de methode beter begrijpen. Bovendien werden zij begeleid door SB-ondersteuners. Dat zijn medewerkers die op de andere twee locaties al veel ervaring hadden opgedaan met de methode. Dave: ‘Gaandeweg zag je de medewerkers veranderen. Zij begrepen dat het niet ophoudt bij de constatering dat een bewoner bijvoorbeeld van biljarten houdt; het gaat om de betekenis ervan en hoe dit bijdraagt aan een waardevol leven. Toen de medewerkers de methode eenmaal snapten, groeide hun motivatie. Dat was prachtig om te zien.’
Extra begeleiding andersgeschoolden
Vanuit de visie van de Sociale Benadering geeft Van Neynsel vorm aan het Team van de toekomst. Dit betekent onder meer een andere samenstelling van de teams, waarbij zorgopgeleiden samenwerken met andersgeschoolden. Bij de werving van medewerkers wordt niet op diploma’s geselecteerd, maar op talent en competenties. Op een andere locatie van Van Neynsel waar Sociale Benadering eerder werd geïntroduceerd is afscheid genomen van medewerkers die de samenwerking met andersgeschoolden niet zagen zitten. Eemwijk maakt gebruik van natuurlijk verloop.
Inmiddels heeft bijna een derde van de medewerkers op de locatie geen zorgdiploma. Wat vraagt hun komst van de leidinggevenden? Merlin: ‘Andersgeschoolden draaien volledig mee in de zorg. Wij verwachten van hen dat zij in elk geval adl-vaardigheden aanleren. Maar als teamleider moet je ook kunnen inschatten wat iemand nog meer nodig heeft aan training en coaching. Je kijkt waar iemand staat, welk niveau hij heeft, welke competenties hij al bezit en waarin hij kan groeien. Tegelijk wil je een andersgeschoolde medewerker niet volledig medisch opleiden. Het is juist goed dat hij vragen stelt die een collega met een zorgachtergrond niet stelt. Daar zit juist zijn meerwaarde.’
Oog hebben voor de huidige medewerkers
‘Bij het samenstellen van het Team van de toekomst moet je ook oog hebben voor je bestaande medewerkers’, zegt Dave. ‘Zij hadden in het begin het gevoel dat zij al het werk moesten doen en de andersgeschoolden weinig toevoegden. Dat sentiment is verdwenen, maar er zijn soms nog wel zorgen. Wat als ik met een niet zorgopgeleide medewerker sta en ik weet het even niet? Met wie kan ik dan sparren? Daarom zorgen we er inmiddels voor dat er altijd voldoende zorgopgeleide medewerkers aanwezig zijn. Overigens: op de locaties die al langer werken volgens de Sociale Benadering speelt dit helemaal niet meer. Daar ziet men vooral wat de andersgeschoolden kunnen betekenen voor de kwaliteit van leven van bewoners.’
Team van de toekomst: samenspel
Bij Eemwijk werken zorgopgeleide medewerkers samen met andersgeschoolden. Naasten en vrijwilligers hebben bovendien een grote rol in het behouden van de kwaliteit van leven van een bewoner. Van Neynsel noemt dit ’samenspel’. Hoe het Team van de toekomst er echt uit gaat zien, laat zich volgens Dave moeilijk voorspellen. ‘Samenwerking met de informele zorg is straks noodzakelijk, omdat we professionele handen en ogen tekortkomen. De rol van naasten en vrijwilligers is toegenomen, maar is nog niet op het gewenste niveau. Mantelzorgers hebben het vaak al zo druk. Vrijwilligers willen zich tegenwoordig niet binden, terwijl de zorg voor onze bewoners hier wel om vraagt. Kortom, het wordt spannend. Ik hoop dat we steeds meer samen gaan doen en voor elkaar gaan betekenen.’
Andere manier van leidinggeven
De Sociale Benadering maakte bij Eemwijk een andere manier van aansturen van de teams noodzakelijk. De functie van teamcoach veranderde in die van teamleider. Als teamcoach had Merlin een adviserende rol, nu heeft zij beslissingsbevoegdheid. Merlin: ‘Ik zit veel dichter op de teams. Ik luister naar waar medewerkers tegenaanlopen en kan hier actie op ondernemen. Als er frustratie is, wordt dat nu meteen besproken. Medewerkers voelen zich hierdoor meer gehoord.’
De functiewijziging was volgens Dave nodig om de dagelijkse zorgpraktijk ’meer daadkracht’ te geven. ‘We willen dat het leren en ontwikkelen binnen de visie van de Sociale Benadering vooral daar gebeurt. De inbreng van medewerkers is daarbij cruciaal, want Sociale Benadering is steeds maatwerk. Wat heeft een cliënt nodig? Waar vraagt de individuele medewerker om? Wat heeft het team nodig? Een teamleider heeft meer zeggenschap om hier iets mee te doen.’
Sociale Benadering ook naar elkaar toepassen
Als locatiemanager is Dave de spin in het web: hij bewaakt of er bij Eemwijk wordt gewerkt volgens het beleid van Van Neynsel en de visie van de Sociale Benadering. De methodiek heeft leidinggevenden en medewerkers dichter bij elkaar gebracht, vindt hij. ‘We hebben geleerd om het meer samen te doen, omdat we de Sociale Benadering niet alleen toepassen richting bewoners, maar ook naar elkaar. We kijken meer naar wat er wél kan en wat medewerkers nodig hebben. Hierdoor zijn we in een superpositieve flow terechtgekomen. We hebben iets gepakt wat we niet meer loslaten: het echte luisteren naar elkaar en oog hebben voor elkaar.’
Tips voor leidinggevenden
Tot slot, welke tips hebben Merlin en Dave voor leidinggevenden die ook visiegedreven willen werken?
Merlin: ‘Sta stil bij wat verandering voor medewerkers betekent. Maak hun zorgen bespreekbaar. Er gebeurt van alles in hun hoofden. Mijn advies was vaak: maak het eens klein.’
Dave: ‘Omarm de verandering en accepteer dat dit met vallen en opstaan gaat. Bij tegenslag zie je zorgorganisaties vaak van koers veranderen. Wij houden elkaar scherp om vast te houden aan onze visie. Dat heeft ons al veel gebracht en we kunnen nog steeds verder groeien. Wij hebben het besef dat veranderen nooit ophoudt. Dat werkt bevrijdend.’