Samen zorgen: steeds meer vanzelfsprekend bij BrabantZorg
Gepubliceerd op:
Hoe breng je een cultuurverandering op gang en hoe zorg je ervoor dat die blijvend is? Dat was de centrale vraag van het webinar over bewustwording en gedragsverandering binnen informele zorg. BrabantZorg liet zien hoe zij met ‘SamenZorg’ in de praktijk werken aan een blijvende gedragsverandering bij medewerkers, naasten, vrijwilligers en bewoners.
‘Toen we net met "SamenZorg" waren begonnen, zei een bewoner tegen mij: "Ik woon hier nu 3 jaar en vandaag hoorde ik voor het eerst hoe mijn koffiezetapparaat werkt". Dat geeft wel aan hoe ver onze zorg ging’, zegt Ingrid Kling, teammanager bij BrabantZorg, tijdens het webinar over bewustwording en gedragsverandering binnen informele zorg. Er werd tot voor kort vooral vóór bewoners gezorgd. Samen zorgen was nieuw voor de zorgorganisatie.
Visie is een overtuiging geworden
In 2024 startte BrabantZorg (ruim 11.000 cliënten, bijna 5.500 medewerkers) vanuit de visie ‘Elke dag zo fijn mogelijk‘ met een beweging rondom informele zorg. Het afgelopen jaar kreeg de beweging verder vorm door het invoeren van een nieuw beleid informele zorg. ‘Die visie is inmiddels een overtuiging’, zegt Ayla van Dongen-Verhoeven, teammanager bij BrabantZorg. ‘Wij geloven dat een bewoner een veel leukere en betekenisvollere dag heeft als je naasten en vrijwilligers bij de zorg betrekt. Samenwerken met informele zorg maakt het werk ook leuker voor medewerkers. Zij hebben meer tijd voor een praatje met bewoners.’
Webinar Leergang Informele zorg
Het webinar over bewustwording en gedragsverandering in de informele zorg maakte deel uit van de Leergang Informele zorg. Naast het praktijkverhaal van BrabantZorg kwamen verschillende stappen uit de Wegwijzer Samenwerken met informele zorg aan bod. Het webinar liet zien hoe zorgorganisaties op verschillende niveaus kunnen werken aan de samenwerking met informele zorg.
Eigen aanpak
BrabantZorg werkte met ‘SamenZorg‘ aan een blijvende gedragsverandering bij medewerkers, naasten, vrijwilligers en cliënten. Wat is kenmerkend aan de aanpak?
- Er is gewerkt met transitieteams die op regionaal en lokaal niveau met de verandering aan de slag gingen. Deze aanpak was volgens Ayla nodig om draagvlak te creëren en de samenwerking ‘bottom-up’ vorm te geven. ‘Het is hun verandering. De verandering moet op de werkvloer plaatsvinden. Elk lokaal team bestond uit maximaal 20 mensen. Dat waren medewerkers die openstaan voor de verandering, maar ook collega’s die eerst weinig vertrouwen hadden in de samenwerking met informele zorg.’
- Er is een nieuw beleid Informele zorg ontwikkeld. Daarin staat dat naasten alle handelingen mogen doen zolang de cliënt dit goed vindt. Ook voorbehouden handelingen. Vrijwilligers mogen meehelpen in de zorg. In sommige gevallen mogen zij ook voorbehouden handelingen aanleren. Zorgmedewerkers beoordelen of het risico acceptabel is. Ayla: ‘Via ADL-trainingen zorgen we ervoor dat naasten en vrijwilligers de benodigde vaardigheden ontwikkelen en zich uiteindelijk bekwaam voelen. Afspraken leggen we vast in het zorgdossier. Als organisatie zijn wij verantwoordelijk voor de samenwerking met informele zorg. Maar als een buurman op eigen initiatief een bewoner gaat helpen met de tillift, is dat zijn verantwoordelijkheid.’
- Om te achterhalen hoe familieleden, vrienden, kennissen en buren van betekenis kunnen blijven voor een bewoner, organiseert BrabantZorg een SamenZorg-gesprek. Ayla: ‘Dit vindt plaats nog voordat iemand bij ons komt wonen. We kijken hoe het leven van de toekomstige bewoner er nu uitziet en hoe we dit kunnen vasthouden. Daar vallen ook de leuke dingen onder. Als een bewoner altijd op maandag bij de buurman ging eten, dan proberen we dit te organiseren. Ons uitgangspunt is: alleen het adres verandert.’
- Ook medewerkers van de huishoudelijke dienst, horeca en technische dienst maakten deel uit van de lokale transitieteams. Zij zijn volgens Ingrid begeleid in het voeren van ‘Gesprekken op het werk’. ‘Deze medewerkers vonden het lastig om ‘SamenZorg‘ te vertalen naar hun dagelijks werk. Zij hebben daarom een praktische training gevolgd. Hoe knoop je een gesprek aan met een bewoner? Maar ook: hoe reageer je als je binnenkomt en een bewoner is verdrietig? De medewerkers hebben praktische handvatten gekregen om het gesprek met bewoners te voeren.’ Het betrekken van deze medewerkers leverde volgens Ingrid mooie resultaten op. ‘Zij helpen graag mee in de zorg, maar niemand had hun dat eerder gevraagd. Huishoudelijke medewerkers vinden het bijvoorbeeld geen probleem om na hun dienst iets langer te blijven en collega’s in de zorg te helpen. Sommigen waren zelfs bereid om bij te springen tijdens een nachtdienst.’
- Naast het zorgdossier gebruikt BrabantZorg ook een apart welzijnsplan. Daarin staat persoonlijke informatie over bewoners. Ayla: ‘Dat gaat verder dan "meneer is PSV-fan". We vragen ook waarom dat zo is en wat belangrijke wedstrijden voor hem zijn, zodat medewerkers daarop kunnen inhaken. Alle collega’s die contact hebben met een bewoner kunnen een bijdrage leveren aan het welzijnsplan. Een medewerker van de huishoudelijke dienst heeft namelijk een heel ander gesprek met een bewoner dan een zorgmedewerker.’
- Binnen BrabantZorg zijn er op een groot aantal locaties welzijnscoaches aangesteld. Zij voeren het SamenZorg-gesprek, maar helpen medewerkers ook om de beweging te maken van ‘aandacht voor zorg’ naar ‘aandacht voor leven’. Ayla: ‘In het begin was er best weerstand van medewerkers tegen ‘SamenZorg‘. Zij voelen zich heel verantwoordelijk voor de bewoners. "Straks is het mijn schuld als er iets misgaat" werd vaak gezegd. Weerstand is er niet meer, maar sommige zorgmedewerkers hebben nog wel de neiging om alle handelingen zelf te doen. De welzijnscoaches houden hen dan een spiegel voor: wat houdt je tegen om een mantelzorger te vragen? De zorg leren loslaten is en blijft belangrijk voor deze medewerkers.’
- Ook was er weerstand bij bewoners en familie. Ayla: ‘Familieleden vroegen: "Waarom moeten wij meehelpen? Het is toch jullie werk?" Vaak is er weerstand omdat mantelzorgers al overbelast zijn. Daarom kijken we altijd wat naasten op dat moment aankunnen. Ook bewoners moesten wennen aan ‘SamenZorg‘. Zo smeren medewerkers niet langer automatisch de boterham van een bewoner, maar kijken ze eerst of iemand dat zelf kan. Het mooie is dat bewoners elkaar stimuleren. Ziet een bewoner dat een ander zelf zijn boterham smeert, dan probeert hij het zelf ook. En lukt het niet, dan helpen bewoners elkaar.‘
Grote stappen
Op alle locaties werkt BrabantZorg inmiddels samen met informele zorg. Daarnaast nam de zorgorganisatie andersopgeleiden aan. Deze medewerkers hebben geen zorgdiploma, maar zijn via een interne training opgeleid voor de zorg. BrabantZorg zette volgens Ayla het afgelopen jaar grote stappen. De medewerkers voorop. ‘De teams beseffen dat de zorg verandert en dat we informele zorg heel hard nodig hebben. Bovendien zien de medewerkers dat de andersopgeleiden, naasten en vrijwilligers allemaal een hart voor de zorg hebben. Zij worden echt onderdeel van het team.’