Naar hoofdinhoud Naar footer

Deel deze pagina via:

Stel je vraag aan

Goede nachtzorg begint overdag

Gepubliceerd op:

Hoe organiseer je nachtzorg in een tijd van personeelstekorten, toenemende zorgvragen en steeds meer ouderen die thuis blijven wonen? Die vraag speelt overal in Nederland. In Zeeland rijdt een zorgmedewerker soms tientallen minuten door donkere polders naar een afgelegen boerderij. In Amsterdam gaat juist door drukte in de stad kostbare tijd verloren. 2 totaal verschillende werelden, maar met dezelfde opgave: hoe houden we nachtzorg nu en in de toekomst beschikbaar?

Tijdens een bijeenkomst over toekomstbestendige nachtzorg deelden zorgorganisaties Allévo en Cordaan hun ervaringen als vertegenwoordigers van regionale samenwerkingsverbanden op het Zeeuwse eiland Tholen en in de stad Amsterdam. Ondanks de verschillen in omgeving trekken ze opvallend vergelijkbare conclusies. De oplossing zit niet in méér nachtzorg organiseren, maar in slimmer samenwerken. De organisaties geven 4 tips uit de praktijk.

Organiseren van hulp in de nacht

Bij Allévo bepaalt de uitgestrektheid van het werkgebied hoe de nachtzorg eruitziet. Op het Zeeuwse eiland Tholen wordt de nachtzorg daarom regionaal georganiseerd, zowel voor intra- als extramurale zorg. Het extramurale team voert ook onplanbare zorgmomenten uit voor cliënten met Wlz-zorg thuis. Hoewel zorgaanbieders verantwoordelijk blijven voor het organiseren van noodzakelijke hulp in de nacht, hoeft dat niet altijd met een eigen nachtdienst. 3 zorgorganisaties verdelen de nachtdiensten onderling, waarbij elke organisatie verantwoordelijk is voor 10 nachten per maand. Ook op de andere Zeeuwse eilanden groeit de samenwerking, steeds op een manier die past bij de regio.

Continuïteit van zorg

In Amsterdam werken Cordaan, Amstelring en Evean samen in de stedelijke nachtzorg. De stad is verdeeld in werkgebieden, waarbij de organisaties samen de verpleegkundige capaciteit organiseren. Hierdoor rijden niet meerdere organisaties langs elkaar heen en blijft schaarse verpleegkundige capaciteit beschikbaar voor vragen die niet tot de volgende dag kunnen wachten. Aanrijtijden in een drukke stad spelen daarin mee, maar de belangrijkste reden is het gezamenlijk borgen van de continuïteit van zorg.

Hoewel de aanleiding verschilt, maken Allévo en Cordaan dezelfde keuze: laat organisatiegrenzen los en organiseer de capaciteit samen domeinoverstijgend. ‘Niet de financiering of organisatiegrens, maar de zorgvraag van de cliënt staat centraal’, vertelt Lars Walda, manager wijkverpleging bij Cordaan. ‘Dat vraagt om vertrouwen tussen organisaties, maar levert vooral rust op voor cliënten én medewerkers.’

We bespreken wanneer iemand ’s nachts moet bellen, wat kan wachten en welk handelingsperspectief de cliënt of mantelzorger zelf heeft.

Stephanie Hoondert, leidinggevende, Allévo

Nachtzorg overdag plannen 

Misschien wel de belangrijkste overeenkomst tussen Allévo en Cordaan is dat goede nachtzorg niet pas begint wanneer de telefoon 's nachts gaat. ‘De nacht is om te slapen’, is het uitgangspunt. Beide organisaties kijken daarom overdag al vooruit. Welke cliënten lopen risico op problemen in de nacht? Welke afspraken zijn gemaakt met mantelzorgers? En wat kan wachten tot de volgende ochtend? Door verwachtingen vooraf te bespreken, komen er ’s nachts minder vragen binnen.

Bij Allévo zijn medewerkers daar heel duidelijk over. Zij bespreken met cliënten en mantelzorgers wat nachtzorg wel en niet is. ‘We bespreken overdag duidelijk wanneer iemand ’s nachts moet bellen, wat kan wachten en welk handelingsperspectief de cliënt of mantelzorger zelf heeft’, vertelt Stephanie Hoondert, leidinggevende van het nachtteam bij Allévo. ‘Alleen wanneer directe zorg nodig is, komt een medewerker in actie. Noodzakelijke zorg blijft altijd beschikbaar.’ Technologie zoals leefpatroonmonitoring kan helpen om afwijkingen eerder te signaleren en te bepalen of direct handelen nodig is.

Overdracht tussen dag- en nachtzorg

Ook Cordaan ziet dat een goede overdracht tussen dag- en nachtdiensten een groot verschil maakt. Het vraagt om een vaste feedbacklus: de zorg die iemand overdag heeft ontvangen is relevant voor de nacht, maar ook andersom. Wanneer medewerkers ’s nachts herhaaldelijk tegen dezelfde problemen aanlopen, zoals ontbrekende informatie, onjuiste toegangscodes of terugkerende niet-urgente meldingen, moeten die signalen overdag bij de verantwoordelijke organisatie en het betreffende team terechtkomen. Niet alles is vooraf te regelen, maar een team kan wel afspreken wie van afwijkingen leert en vervolgens verbeteringen doorvoert.

Niet iedere zorgvraag verlangt een zorgprofessional

Zowel Allévo als Cordaan kijken steeds breder dan alleen professionele zorg. Allévo werkt actief samen met gemeenten, kerken en lokale vrijwilligersinitiatieven. Cordaan zet waakvrijwilligers in en ziet hoe bewoners steeds vaker naar elkaar omkijken. Daarmee verschuift ook de blik op nachtzorg.

Niet iedere hulpvraag hoeft door een verpleegkundige of verzorgende te worden opgelost. Soms is een mantelzorger, vrijwilliger of betrokken buur precies degene die op dat moment het verschil kan maken. Juist nu steeds meer ouderen met een zware zorgvraag zelfstandig blijven wonen, wordt die zorgzame gemeenschap steeds belangrijker. In de Amsterdamse Lang Leve Thuisflats wordt de professionele nachtzorg in beginsel van buiten naar binnen georganiseerd vanuit de regionale nachtzorg. Dat voorkomt dat in ieder wooncomplex afzonderlijk nachtcapaciteit aanwezig moet zijn. Tegelijkertijd blijft ruimte bestaan voor bewoners, naasten en vrijwilligers om naar elkaar om te kijken, zonder dat zij professionele zorg hoeven over te nemen.

Planbaar en onplanbaar: houd het uit elkaar

Een andere belangrijke les uit de praktijk is het scheiden van planbare en onplanbare nachtzorg. Bijvoorbeeld veranderende inkoopvoorwaarden van zorgverzekeraars en zorgkantoren vergroten de noodzaak om planbare en onplanbare zorg van elkaar te onderscheiden. Bij Allévo beoordeelt een zorgcentrale alle onverwachte zorgvragen, ongeacht vanuit welke wet (Zorgverzekeringswet of Wet langdurige zorg) iemand zorg of ondersteuning krijgt. Alleen wanneer een situatie niet kan wachten, rijdt een medewerker uit. De planbare zorg wordt bewust door een ander team opgepakt.

Cordaan werkt volgens hetzelfde principe. Bij iedere melding wordt eerst de vraag gesteld: is direct handelen noodzakelijk of kan dit wachten tot het volgende geplande zorgmoment? Dat voorkomt onnodige ritten en zorgt ervoor dat medewerkers beschikbaar blijven voor spoedsituaties.

Alleen op pad, maar nooit alleen

Werken in de nacht betekent vaak dat medewerkers er alleen voor staan. Voor een medewerker van Allévo kan dat betekenen dat iemand midden in de nacht een afgelegen boerderij bezoekt. Daarom zijn er duidelijke veiligheidsafspraken. Collega's checken actief bij elkaar in en vanuit de intramurale locaties is ondersteuning beschikbaar wanneer dat nodig is.

Ook in Amsterdam werken medewerkers ’s nachts grotendeels zelfstandig. Daarom is een verpleegkundige achterwacht beschikbaar voor overleg en ondersteuning. Bij onveilige situaties wordt niet alleen gehandeld en kan ondersteuning van collega’s of andere hulpdiensten worden ingezet. Veiligheid vraagt daarnaast om actuele cliëntinformatie, betrouwbare toegang tot de woning en duidelijkheid over wie bij een incident verantwoordelijk is.

Uitdagingen in regionale samenwerking

Hoewel beide organisaties laten zien dat regionale samenwerking veel oplevert, lopen zij tegen dezelfde belemmeringen aan. Zo moeten medewerkers vaak met meerdere elektronische cliëntendossiers werken. Op Tholen zijn soms 3 verschillende inloggegevens nodig om bij cliënten van verschillende organisaties het dossier te openen. Ook in Amsterdam speelt dit. Medewerkers moeten toegang hebben tot meerdere digitale dossiers en omgevingen van verschillende organisaties. Lars: ‘De bereidheid tot samenwerken is groot, maar gegevensuitwisseling tussen organisaties blijft een uitdaging voor goede en efficiënte samenwerking.’

Ook op bestuursniveau vraagt samenwerking om lef. Organisaties moeten bereid zijn om verder te kijken dan hun eigen financiering of productieafspraken. Allévo en Cordaan leerden dat een groot deel van de uitdaging niet zit in de uitvoering, maar in de manier waarop de zorg is georganiseerd en gefinancierd.

Gegevensuitwisseling tussen organisaties blijft een uitdaging voor goede en efficiënte samenwerking.

Lars Walda, manager wijkverpleging, Cordaan

Wat is nodig voor toekomstbestendige nachtzorg? 

Allévo en Cordaan laten zien dat toekomstbestendige nachtzorg niet begint met meer personeel of meer capaciteit. De oplossing zit in:

  • regionale samenwerking
  • goede triage
  • het onderscheiden van planbare en onplanbare zorg
  • het benutten van het sociale netwerk
  • een feedbacklus tussen nacht- en dagzorg om structureel te kunnen leren

Zo kan nachtzorg ook in de toekomst beschikbaar blijven voor de mensen die dat echt nodig hebben.

Tips over nachtzorg van Allévo en Cordaan

  1. Investeer overdag in goede triage en heldere afspraken. Dat voorkomt onnodige nachtzorg en geeft cliënten en mantelzorgers duidelijkheid.
  2. Kijk waar informele zorg ingezet kan worden om te helpen tijdens de nachten. Informele zorg is geen vervanging van professionele zorg, maar wel een waardevolle aanvulling.
  3. Een goede triage is misschien wel het belangrijkste instrument om nachtzorg toekomstbestendig te houden. Maak een helder onderscheid tussen planbare en onplanbare zorg.
  4. Veilig alleen werken vraagt om meer dan een protocol. Het vraagt om collega's die weten waar je bent en die kunnen ondersteunen wanneer dat nodig is.

Inschrijven nieuwsbrief

Wil jij op de hoogte blijven van praktijkvoorbeelden, nieuws, tools en bijeenkomsten over de verpleegzorg? Meld je dan aan voor de nieuwsbrief!


Voor meer informatie over de verwerking van persoonsgegevens, zie onze privacyverklaring.