Naar hoofdinhoud Naar footer

Hoe wordt MPT gefinancierd?

Gepubliceerd op: 26-03-2026

Hoe is de financiering bij MPT geregeld? Wat is een module en hoe zijn de tarieven opgebouwd? Moet ik als organisatie alle modules kunnen leveren? En hoe zit het met welzijnsactiviteiten?

In het kort

Type tool

Hulpmateriaal

Voor wie

Stafmedewerkers, Zorgmanagers, Zorgverleners

Cliëntgroep

Ouderen

Soort kennis

Praktijk

Ontwikkelaar

In dit kennisproduct lees je hoe MPT wordt gefinancierd.

Gebruik dit kennisproduct als je bezig bent met het organiseren van MPT en benieuwd bent naar de financieringsmogelijkheden.

In dit kennisproduct lees je de financieringsmogelijkheden van MPT.

Hoe is de financiering bij MPT geregeld? Wat is een module en hoe zijn de tarieven opgebouwd? Moet ik als organisatie alle modules kunnen leveren? En hoe zit het met welzijnsactiviteiten?

NZa berekent het maximale tarief

Voor alle leveringsvormen in de Wet langdurige zorg (Wlz) berekent de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) het tarief. Dat is het maximale bedrag dat een zorgorganisatie, per dag of per module, per cliënt ontvangt voor de zorg. Bij een modulair pakket thuis (MPT) ontvang je als organisatie een vergoeding voor de modules die je levert. Bij het MPT spreken de cliënt en het netwerk samen met de zorgaanbieders af welke vormen van zorg en ondersteuning door welke zorgaanbieders worden geboden. En welke zorg mantelzorgers of andere informele zorgverleners verlenen. Ook kan een MPT gecombineerd worden met een persoonsgebonden budget (PGB). Dan ontvangt de zorgaanbieder het bedrag voor de modules die zij leveren in natura en de cliënt koopt een deel zelf in (via PGB).

Inkoopbeleid zorgkantoren

Vanaf 2027 is MPT voorliggend op het VPT in een ongeclusterde woonvorm, zie voor meer informatie het Hoofdlijnenakkoord ouderenzorg. Dit betekent dat zorgkantoren zullen sturen op het inkopen van MPT in de thuissituatie. Zorgkantoren gaan met de zorgaanbieders in gesprek over welke afwegingen de organisatie maakt tijdens de inkoopgesprekken voor het jaar 2027. Het gaat hierbij om het leveren van de meest passende en doelmatige leveringsvorm.

Zorgkantoren hanteren altijd een richttarief dat jaarlijks wordt vastgesteld. Het is een percentage van het bedrag wat de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) heeft uitgerekend. In 2025 is dat voor de sector verpleging en verzorging (V&V) 96,4%. Dat betekent dat je als zorgaanbieder altijd minimaal 96,4% van het maximumtarief krijgt. Naast die 96,4% maak je als zorgorganisatie afspraken met het zorgkantoor. Voor nieuwe aanbieders hanteren zorgkantoren een lager percentage, vaak rond de 93%. Kijk in het inkoopbeleid van het zorgkantoor in jouw regio voor het meerjarenbeleid en wat de procedure is voor contractering.

Modules MPT

Voor MPT krijgt de zorgorganisatie dus betaald per module die de organisatie levert aan de cliënt, mits deze in het zorgprofiel staat. Modules zijn:

  • verpleging
  • persoonlijke verzorging
  • begeleiding (individueel of groep)
  • huishoudelijke hulp (schoonhouden van de woning)
  • logeeropvang (kortdurend verblijf)
  • behandeling (individueel of groep)
  • vervoer naar behandeling of begeleiding

Per module wordt er een ander bedrag gehanteerd. Je krijgt als organisatie betaald voor de directe uren: de uren zorg en ondersteuning die je levert aan de cliënt. Dit bedrag is opgebouwd uit de loonkostencomponent, materiële kosten, kapitaallasten, normatieve huisvestingscomponent (nhc) en normatieve inventariscomponent (nic). Zie in de tabel de tariefopbouw van de meest voorkomende modules. De meest actuele tarieven vind je in Bijlage 1 bij BR-REG-26124 Onderbouwing beleidsregelwaarde per prestatie 2026 op de website van de Nederlandse Zorgautoriteit.

1 Loonkostencomponent

Met een prijsindexcijfer worden de gemiddelde kosten voor loon vastgesteld.

2 Materiële kosten

Hieronder valt regulier en planbaar onderhoud, zoals onderhoudscontracten en schilderwerk. Andere voorbeelden van materiële kosten zijn voeding, energiecontracten en verzekeringen.

3 Kapitaallasten

De rente en afschrijvingskosten van investeringen in gebouwen en grond. Zowel in eigendom- als huursituaties is sprake van kapitaallasten.

4 Normatieve huisvestingscomponent (nhc)

Dit is een vergoeding voor (vervangende) (nieuw)bouw en instandhouding. Deze vergoeding bestaat uit een geïndexeerde jaarlijkse bijdrage die de rente-, afschrijvings- en instandhoudingskosten dekt, over de gehele levenscyclus van 30 jaar die staat voor een nieuwbouwvoorziening. Voorbeelden hiervan zijn grootschalige renovatie en functionele aanpassingen. Maar ook niet-planbare incidenten vallen hieronder, zoals een lekkende kraan of het vervangen van een lampje.

Deze component is niet van toepassing bij veelvoorkomende MPT-modules in de VV.

5 Normatieve inventariscomponent (nic)

Deze vergoeding is voor investeringen in medische en overige inventaris en in computerapparatuur en -programma’s. De normatieve vergoeding bestaat uit een jaarlijkse bijdrage die voldoende is om de rente- en afschrijvingskosten te dekken, over de gehele levenscyclus van een inventaris van 10 jaar.

Deze component is niet van toepassing bij veelvoorkomende MPT-modules in de VV.

 Ontwikkelingen financiering MPT

  • In het Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg wordt genoemd dat er vanaf 2028 één leveringsvorm komt voor zorg zonder verblijf, naast het PGB. Dit betekent dus dat het MPT en VPT zullen ophouden te bestaan.
  • Daarnaast wordt vanaf 2027, in afwachting van bovenstaande wetswijziging, het MPT in principe voorliggend op het VPT bij ongeclusterde zorg zonder verblijf. Zorgkantoren nemen dit mee in hun inkoopbeleid en zullen hier op inkoopniveau ook het gesprek over aangaan.
  • Een aantal organisaties werkt als experiment samen met het zorgkantoor om administratielasten bij MPT te verminderen. Zij krijgen per cliënt standaard 80% van het MPT-weektarief uitgekeerd en kunnen daardoor integraal kijken welke zorg en ondersteuning passend is. Ook zijn er organisaties die de afspraak hebben dat zij standaard dezelfde prestaties per cliënt krijgen uitgekeerd. Het zorgkantoor vertrouwt er hierbij op dat de organisatie zelf eventuele wijzigingen doorgeeft.