5 tips voor een zingevende daginvulling
Gepubliceerd op:
Hoe zorg je er als zorgprofessional in de langdurige zorg voor dat jouw cliënten een zingevende daginvulling hebben? Hoe kan de richtlijn ‘Zingevende daginvulling’ jou hierbij ondersteunen? Tijdens het congres Waardigheid en trots voor de toekomst 2026 gingen Tanja Mol en Laura Lodder-Buijs hierover in gesprek met deelnemers in een interactieve workshop ‘Zingevende daginvulling in de praktijk: handvatten voor de langdurige zorg’. Dit leverde 5 tips op.
Wat als zingevende daginvulling wordt ervaren, is voor iedere cliënt anders. Daar waren de congresdeelnemers het over eens. Zoals dingen doen die er voor de cliënt toe doen. Of iets ondernemen met degenen die de cliënt dierbaar zijn.
Juist omdat mensen zo verschillend denken over wat een zingevende daginvulling is, heeft de Stichting Kwaliteitsimpuls Langdurige Zorg (SKILZ) de richtlijn ‘Zingevende daginvulling’ ontwikkeld. Het geeft praktische tips en adviezen om cliënten in de langdurige zorg te ondersteunen bij een zingevende daginvulling. Daarmee wordt de kwaliteit van hun leven verhoogd en het gevoel van eigen regie vergroot.
SKILS: voor langdurige zorg
Stichting Kwaliteitsimpuls Langdurige Zorg (SKILZ) ontwikkelt multidisciplinaire richtlijnen voor de langdurige zorg. SKILZ werkt hiervoor samen met zorgprofessionals, cliënten en naasten. De richtlijnen worden gepubliceerd op het platform Richtlijnen Langdurige Zorg. De richtlijn ‘Zingevende daginvulling’ is geschreven door een multidisciplinaire werkgroep van experts uit de praktijk en gebaseerd op literatuurstudie en eigen onderzoek.
Maatwerk
‘Er is in de praktijk behoefte aan handvatten’, stelt Tanja, adviseur richtlijnontwikkeling bij SKILZ. ‘Zowel bij zorgverleners en naasten als bij cliënten. Want wanneer is de invulling van een dag zingevend voor de cliënt? In de langdurige zorg worden verschillende activiteiten georganiseerd en er is steeds meer behoefte aan maatwerk: een daginvulling die is afgestemd op iemands persoonlijke wensen.’
Tips voor zingevende daginvulling
Hoe passen zorgverleners in de langdurige zorg de richtlijn toe in de dagelijkse praktijk? Door de richtlijn en casussen te bespreken, kwamen de deelnemers tot 5 tips.
1. Zoek de vraag achter de vraag
De eerste casus ging over een vrouw met dementie die net is verhuisd naar een verpleeghuis. Toen ze nog thuis woonde, kookte ze graag. Het gaf haar leven zin. Maar koken kan in het verpleeghuis niet meer. Deelnemers zochten allerlei oplossingen om mevrouw weer te laten koken. Zelf had mevrouw aangegeven het koken ‘wel leuk’ te vinden. Een deelnemer kwam op het idee om mevrouw een tijdje te observeren.
Dat is ook wat er in de praktijk gebeurde. Mevrouw bleek eigenlijk helemaal niet zo’n behoefte te hebben aan koken. Wel aan ‘taakjes’: borden neerzetten en helpen bij het afruimen. Het gevoel van samenzijn was belangrijk voor mevrouw.
‘Er wordt vaak voortgeborduurd op dingen die mensen hun hele leven hebben gedaan’, zei Laura, verpleegkundig specialist ouderengeneeskunde bij zorgorganisatie Stichting Aafje en voorzitter van de werkgroep die de richtlijn heeft ontwikkeld. ‘Soms zit het daarin, maar soms zit het in andere, nieuwe dingen. Leer de cliënt goed kennen en zoek de vraag achter de vraag. Niet alleen maar vragen: wat heeft u gedaan, wat vindt u leuk? Maar ook doorvragen: ‘Waarom is dat zo?’
2. Voer het gesprek over zingevende daginvulling meerdere keren
De volgende casus gaat over een meneer die mogelijk dementie heeft. Hij vertelt dat zijn dagen leeg zijn. Zijn vrouw is een jaar geleden overleden. Hij rijdt graag nog een rondje in de auto, maar hij voelt zich een beetje nutteloos. Hoe vind je een zingevende daginvulling met meneer? De deelnemers zochten naar oplossingen die dicht bij hem lagen. Bijvoorbeeld als vrijwilliger meerijden op een bus van de dagopvang.
Door de tijd te nemen om meneer te leren kennen, kwamen de zorgverleners erachter dat meneer op dat moment geen behoefte had om de deur uit te gaan en deel te nemen aan activiteiten. Laura: ‘Voor hem was het nu genoeg om herinneringen op te halen aan vroeger. Maar dit kan over een paar maanden weer anders zijn. Het is belangrijk om het onderwerp dan weer ter sprake te brengen.’
3. Gebruik de elementen uit de richtlijn voor maatwerk
Het vinden van een zingevende daginvulling is maatwerk. Volgens de richtlijn zijn er verschillende elementen die hierbij van belang kunnen zijn. Wat zijn iemands dagelijkse gewoontes? Vindt de cliënt een gevoel van ‘verbondenheid met de samenleving’ belangrijk? Wat is zijn levensovertuiging? De elementen helpen je als zorgverlener om een zingevende daginvulling vanuit verschillende invalshoeken te bekijken.
Ook ‘ontwikkelingsgericht’ is een van de elementen. Tanja: ‘Wil een cliënt misschien ergens naartoe groeien? Het betekent niet dat elke zingevende daginvulling een ontwikkeling moet opleveren, maar dit kan wel een overweging zijn.’
4. Sta stil bij het verlies van een daginvulling
Soms is er geen directe oplossing, zoals bij de casus van een mevrouw die verhuisd is naar een verpleeghuis. Mevrouw kan haar hobby duivenmelken nu niet meer uitoefenen. Zij voelt zich niet thuis in het verpleeghuis, omdat ze haar duiven wil zien.
De zaal kwam met allerlei ideeën voor mevrouw – een duiventil in de tuin? – totdat een deelnemer zei dat mevrouw in rouw is. Ook daar mag tijd en aandacht voor zijn. Rouw bepaalt ook vaak of iemand een zingevende daginvulling kan accepteren die wél mogelijk is. Laura: ‘Ook in zo’n geval is het belangrijk om regelmatig te bespreken wat past bij de cliënt.’
SKILZ: meerdere hulpmiddelen
SKILZ heeft verschillende hulpmiddelen ontwikkeld om de richtlijn ‘Zingevende daginvulling’ in de praktijk toe te passen. Zo is er een samenvattingskaart voor zorgverleners en een informatiekaart voor naasten en cliënten. Een poster geeft in het kort het stappenplan uit de richtlijn weer. De hulpmiddelen download je op de website van SKILZ.
5. Passiviteit kan ook zingevend zijn
De richtlijn gaat bewust over ‘zingevende daginvulling’ en niet over ‘zinvolle dagbesteding’. Laura: ‘Daginvulling is niet per se iets wat op een vast tijdstip in de week plaatsvindt. We vinden allemaal zingeving in andere momenten. Het hoeft geen activiteit te zijn. Passief uit het raam kijken is voor sommigen ook zingevend.’
Een aanwezige welzijnsmedewerker bevestigde dit. Ze gaf aan dat er binnen haar organisatie steeds meer wordt gekeken naar wat de cliënt zelf wil en wat voor hem zingevend is. ‘Een van onze bewoners zit het liefst op haar kamer en kijkt graag naar buiten, naar de tuin. Sommige collega’s hebben nog steeds de neiging om haar mee te nemen naar dagactiviteiten. Maar ze wil gewoon niet. Dus laat haar. We werken gelukkig steeds meer vraaggericht.’