Kwaliteitsverbetering verpleeghuiszorg

Marjolein Itjeshorst (Zilveren Kruis): ‘Wij gaan ervan uit dat zorginstellingen lerende organisaties willen zijn en de zorg continu willen verbeteren’

In een interviewserie vertellen de zorgkantoren over de veranderingen in de inkoop van de verpleeghuiszorg en onder andere de invloed van het Kwaliteitskader verpleeghuiszorg en persoonsvolgende bekostiging.

Bij Zilveren Kruis worden de kwaliteitsplannen van de zorginstellingen gebruikt als basis om te bespreken waar een instelling  tevreden over is, waarover niet en welke verbeteringen worden doorgevoerd. Daarbij ontstaan waardevolle gesprekken met medewerkers met een directe verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de plannen op de werkvloer.

Over kwaliteit spreken is natuurlijk niet nieuw in de inkoopgesprekken tussen zorgkantoren en zorginstellingen, stelt Marjolein Itjeshorst, manager strategie en analyse zorginkoop langdurige zorg bij Zilveren Kruis. ‘Dat hebben zorgkantoren en zorgorganisaties de afgelopen jaren ook gedaan. Maar het Kwaliteitskader verpleeghuiszorg is nu natuurlijk wel een duidelijke rol gaan spelen in die gesprekken, zeker nu de zorginstellingen net hun kwaliteitsplannen hebben gepresenteerd’, zegt ze. ‘We gebruiken die plannen in onze gesprekken als basis om te bespreken waar een instelling  tevreden over is, waarover niet en welke verbeteringen worden doorgevoerd. Het is belangrijk voor ons dat een zorginstelling laat zien een lerende organisatie te zijn. Het kwaliteitskader helpt daarbij en is in die zin een goed uitgangspunt voor onze inkoopgesprekken. Bij deze gesprekken betrekken we ook  de cliëntenraad  omdat we willen weten wat de cliënt merkt van de verbeterstappen die worden gezet. Vaak zit de cliëntenraad erbij als we het gesprek met de bestuurder voeren, maar de gesprekken vinden ook wel eens los van elkaar plaats. We nodigen cliëntenraden ook uit voor bijeenkomsten over het kwaliteitskader, zodat ze kennis en ervaringen kunnen delen over de wijze waarop zij hun rol  vervullen. Wij merken dat bij de dialoog steeds vaker een andere vertegenwoordiging vanuit de zorgorganisaties aanwezig is. We ontmoeten medewerkers met een directe verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de plannen op de werkvloer. Daarmee ontstaan waardevolle gesprekken die een goed beeld bieden van de praktijk.’

Analyse kwaliteitsplannen

In de kwaliteitsplannen ziet Itjeshorst vooralsnog een grote diversiteit. ‘Zorgaanbieders lijken op zoek naar de voor hen passende vorm’, zegt ze. ‘We zien mooie en inhoudelijke documenten en we zien ook A4’tjes. Soms zijn de plannen nog heel summier en weinig concreet, hoor ik terug van onze inkopers. Maar we merken in ieder geval dat de zorgorganisaties er allemaal druk mee bezig zijn. Als zorgkantoren hebben we besloten om die documenten in Zorgverzekeraars Nederland verband te analyseren om een totaalbeeld te krijgen. Deze analyse zal in april zijn afgerond. We kijken ook met de andere zorgkantoren hoe we van elkaar kunnen leren om in onze inkoopgesprekken de eisen uit het kwaliteitskader optimaal naar voren te brengen, en of we samen een analysekader kunnen ontwikkelen als basis voor die gesprekken. Dit alles met als doel om het goede gesprek te voeren en daarmee het verschil te kunnen maken voor de mensen die zorg nodig hebben’

click to tweet #verpleeghuizen allemaal druk bezig met kwaliteitsplannen merkt Marjolein Itjeshorst  van @ZilverenKruis bij #zorginkoop 2018

Leven zoals je wilt

Itjeshorst zegt te merken dat in de zorginstellingen een beweging op gang is gekomen die meer dan voorheen de vraag van de klant centraal stelt. ‘Maar ik merk ook dat organisaties  het soms nog lastig vinden om hier vorm aan te geven’, zegt ze. ‘In onze regio’s hebben we het experiment “Leven zoals je wilt” lopen om hier gerichte aandacht aan te geven. Daarin zien we soms dat vragen die simpel lijken toch om verschillende redenen moeilijk in te vullen zijn. Neem het geval van een nog thuis wonende vrouw die – ook toen ze zorgafhankelijk werd – toch gewoon nog naar haar bridgeclub wilde kunnen. Dat betekende wel dat er om elf uur ’s avonds iemand moest zijn om haar te helpen. En toen ze eenmaal in het verpleeghuis woonde moest om elf uur ’s avonds vervoer naar het huis geregeld worden. In een ander geval bleek het moeilijk om tegemoet te komen aan de wens van iemand die graag  om vier uur ’s middags een tosti wil eten. En denk ook aan partners die bij elkaar willen blijven wonen als er een verschil in zorgzwaarte is. We gaan de komende tijd samen met zorgorganisaties  themabijeenkomsten organiseren om problemen en oplossingsmogelijkheden in kaart te brengen, goede voorbeelden delen dus. Iets waarmee je als zorgkantoor heel concreet kunt helpen.’

Extra middelen

Ook over de toekenning van de extra middelen die beschikbaar zijn gekomen voor personeel en dagbesteding wordt in ZN-verband overlegd. ‘We bespreken met het ministerie van VWS en de Nederlandse Zorgautoriteit hoe de middelen het beste ingezet kunnen worden omdat het gevoelige materie is’, zegt Itjeshorst. ‘Het geld moet goed ingezet worden en echt ten goede komen aan cliënten. De stelling dat de middelen grotendeels ingezet moeten worden voor extra FTE’s klinkt mooi, maar is bij de huidige krapte op de arbeidsmarkt een hele uitdaging voor de zorgorganisaties. Welke alternatieven zijn er? En hoe kunnen we arbeidsbesparende technologie effectief inzetten? Daar hebben we het met hen en ActiZ over om de beelden op elkaar af te stemmen.’ Belangrijk vindt Itjeshorst ook dat die extra middelen niet voor slechts een jaar worden toegekend. ‘Anders creëer je weer onzekerheid over de vraag of extra personeel wel langdurig beschikbaar blijft’, zegt ze.

Persoonsvolgend

Over een andere onzekerheid, die brancheorganisatie ActiZ onlangs uitte (zie: Zorgcontractering Wlz 2018), namelijk of overproductie wel wordt betaald, zegt ze: ‘Ik heb het idee dat het niet vergoeden van overproductie  de laatste jaren steeds minder vaak voorkomt. Het probleem is alleen dat de zorginstelling pas in de eerste helft van het volgende jaar weet of vergoeding alsnog plaatsvindt. Dat geeft onzekerheid. Ons inkoopbeleid is zoveel mogelijk persoonsvolgend: als mensen voor een zorgorganisatie kiezen, dan betalen we de geleverde zorg. Pas in de herschikkingsronde maken we budgetafspraken. Een zorginstelling weet dus dat het zijn geld krijgt zolang mensen voor hem kiezen, en tegelijkertijd krijgen nieuwe aanbieders ruimte.’

Interview door Frank van Wijck

Meer weten


Geplaatst op: 6 maart 2018
Laatst gewijzigd op: 20 maart 2018