Goede resultaten mondzorg bij Woonzorg Flevoland

De mondzorg voor ouderen moet beter. Daar zijn het ministerie van VWS, het Algemeen Overleg Ouderenzorg, de zorgverzekeraars en een heleboel andere partijen het over eens. Woonzorg Flevoland is er gewoon mee begonnen, al enkele jaren geleden. Verpleegkundigen verpleegtechnisch handelingenteam Liesbeth Hoppentocht en Janneke Post-Van Slooten zijn er belast met de mondzorg voor de cliënten. Gerodontoloog Wim van Ouwerkerk komt er, samen met mondhygiënist en preventie-assistent, op locatie mondzorg verzorgen.

Woonzorg Flevoland is een zorgorganisatie met meerdere woonvoorzieningen en woonzorgcentra en wijkteams in Lelystad en Almere. Het idee was vanaf het allereerste begin om de mondzorg op locatie te verzorgen. De zorgorganisatie zocht de samenwerking met Vogellanden, centrum voor revalidatie en bijzondere tandheelkunde. Er zijn zeventien van dergelijke centra voor bijzondere tandheelkunde in Nederland, vertelt gerodontoloog Wim van Ouwerkerk. Een gerodontoloog is een tandarts gespecialiseerd in de tandheelkunde van ouderen. De centra voor bijzondere tandheelkunde in Nederland werken op basis van een gesloten financiering, zonder winstoogmerk dus, met een door de NZA vastgesteld uurtarief.

Geen kunstje

Van Ouwerkerk werkt twee dagen in de week voor Vogellanden en was enthousiast over het idee om op locatie bij Woonzorg Flevoland mondzorg voor ouderen te verlenen doordat hij merkte dat men de mondzorg aldaar uiterst serieus nam. Het is geen kunstje, zegt hij, er moet een attitude zijn om binnen het verpleeghuis integraal te werken aan een betere mondhygiëne. Van Ouwerkerk: ‘Het gaat niet om het sec repareren van een kies, waarvoor je even een bus langs laat rijden. Alle betrokkenen: de verzorgenden, verplegenden, tandarts en assistenten moeten met elkaar willen zorgen voor betere zorg.’ Precies dat wat Woonzorg Flevoland beoogde.

De twee verpleegkundigen werden opgeleid tot mondzorgcoördinatoren door Wil Pelkmans, medeauteur van de landelijke richtlijn mondzorg voor ouderen. Hun scholing bestond onder meer uit het kennen van de richtlijn en het leren triageren van ouderen en het geven van adviezen, scholing en ondersteuning voor preventieve mondzorg aan hun collega’s. Hoppentocht: ‘Er gaapt in Nederland een kloof tussen de tandarts aan de ene kant en de verplegenden en verzorgenden aan de andere kant. Zorgprofessionals zijn vaak heel druk en ouderen zijn niet altijd bereid om hun tanden te laten poetsen en al snel wordt het dan vergeten. Wij zijn in feite de schakel tussen de tandarts en de zorg.’

Er is een protocol waar Woonzorg Flevoland mee werkt, gebaseerd op de landelijke richtlijn. In het kort verloopt het traject als volgt. Als een nieuwe cliënt binnenkomt, doet Hoppentocht of Post de eerste kennismaking. Ze vertellen dat er binnen de zorglocatie een tandarts en tandartsassistenten zijn en dat iedere cliënt een keer per jaar naar de tandarts gaat en een keer naar de mondhygiënist. Ze vertellen ook dat zij de contactpersoon daarvoor zijn en ze vragen de cliënt om even naar de mondgezondheid te mogen kijken voor een eerste triage. Zo kunnen ze aan het zorgteam alvast een advies uitbrengen over bijvoorbeeld poetsen. Vervolgens plannen ze met de receptie een afspraak in voor deze meneer of mevrouw. Met de EVV-er hebben ze dan al besproken of de nieuwe cliënt in staat zal zijn om voor behandeling naar de tandarts toe te gaan of dat het beter is de behandeling op de kamer te doen.

Even naar de tanden kijken

Gerodontoloog Van Ouwerkerk doet de intake graag op de kamer van de bewoner. Je moet een bewoner niet uit zijn natuurlijk habitat halen als dat niet nodig is, zegt hij. ‘Zo’n eerste kennismaking behandel ik nog niet en dan ga ik graag even langs.’ Er moet om te behandelen ook niet te veel afleiding zijn, zegt hij. Hij neemt altijd de tijd voor een afspraak en zorgt ervoor dat een cliënt rustig is. Het IQ mag dan achteruit hollen, het EQ is er nog wel degelijk, zegt hij. ‘Mensen hebben nog steeds gevoel voor wat er met hen gebeurt en dat moet je respectvol benaderen. Ik zal bijvoorbeeld nooit iemand vragen om ten overstaan van medebewoners even naar zijn tanden te mogen kijken.’

Van Ouwerkerk ziet veel verwaarloosde gebitten. Vaak is er al langere tijd geen aandacht voor geweest. Mensen met dementie, met Parkinson of na een beroerte, ziet hij veel onder zijn patiënten. Vaak kwetsbare ouderen met ook nog eens suikerziekte, reuma en verschillende medicijnen die een droge mond tot gevolg kunnen hebben met alle gevolgen voor het gebit van dien. Het zijn stuk voor stuk factoren om rekening mee te houden en voordat hij met een eventuele behandeling begint, zet hij het allemaal op een rijtje.

Het doel van de behandeling is voor ouderen in de basis hetzelfde als wat ook voor anderen geldt: een gebit dat ontstekings- en cariësvrij is, met oog voor esthetiek. Van Ouwerkerk: ‘Ook bij ouderen beogen we een gebit zonder gaatjes of wortelresten en vinden we het evenmin wenselijk dat iemand twee missende voortanden heeft, in die zin beogen we hetzelfde. Alleen is het vaak schipperen tussen wat wenselijk en wat mogelijk is.’ Of, zoals ze in de bijzondere tandheelkunde plegen te zeggen: behandelen als het moet, terughoudend als het kan.

Iedere dag poetsen

Nu, na tweeënhalf jaar zijn de resultaten gewoon heel goed, zegt Van Ouwerkerk. Was hij in het begin iedere week wel een volle dag bij Woonzorg Flevoland aan de slag, nu is het voldoende als hij een dag in de maand langskomt. De preventie-assistent en de mondhygiënist zijn wel vaker bij de zorginstelling te vinden. Het belangrijkste verschil met het begin is volgens Van Ouwerkerk dat de mensen hun tanden veel beter zijn gaan poetsen: ‘Iedere dag tanden poetsen is onderdeel van de reguliere zorg geworden. Men let goed op of er klachten zijn en verwijzen dan door.’

De verzorging is er veel meer mee bezig dan voorheen. Dat is het directe resultaat van de inzet van de twee verpleegkundigen die belast zijn met mondzorg. Hoppentocht en Post geven onder meer voorlichting aan hun collega’s. Hoppentocht: ‘Niet alleen over goed poetsen, maar ook over veel voorkomende aandoeningen. Neem de haartong. Die zie je gemakkelijk aan voor een beetje aanslag op de tong. Maar door medicijnen en een verminderde lichamelijke conditie het ontaarden in een haartong en dat moet behandeld worden.’

De aandacht voor mondzorg werpt zijn vruchten af, zo bleek ook uit een interne audit: collega’s weten de mondzorgcoördinatoren inmiddels goed te vinden. Ze krijgen veel mails met vragen. Laatst, toen een mevrouw haar gebit niet in wilde. Post: ‘Zij bleek een aft in haar mond te hebben. We hebben de specialist ouderenzorg ernaar laten kijken en die heeft een recept voorgeschreven.’

Heel privé

Of een andere cliënt die zijn tanden niet wilde laten poetsen. Dat gebeurt wel vaker, zegt Post. ‘Het is heel privé en intiem om je tanden door een ander te laten poetsen, dat vergeten we wel eens. Wij hebben tijdens een voorlichtende sessie voor collega’s wel gezegd: kijk eens bij elkaar in de mond. Verschillende collega’s wilden dat niet. Zo willen cliënten dat ook vaak niet. Dan moet je op zoek naar wat voor die meneer of mevrouw werkt. De juist benadering vinden, vertrouwen winnen en de tijd nemen.’

Waarom is dat nou zo belangrijk: mondzorg voor oudere mensen? Het voorkomen van pijn is essentieel, zegt Van Ouwerkerk, want wie pijn in de mond heeft, zal minder eten en afvallen; dat is onwenselijk voor oudere mensen. Bovendien, zegt hij, gaan mensen met dementie minder goed slikken. ‘Als het in de mond niet glad genoeg is, kunnen mensen zich verslikken. Daardoor kunnen zij longontsteking krijgen en overlijden.’ Waar in de geriatrie het vallen op nummer 1 staat qua risicovolle gebeurtenissen, is dat in de gerodontologie het verslikken, zegt hij. ‘De mond is het portaal van het lichaam. Dat geldt voor jonge en oude mensen. Ook bij oudere mensen zou dat uitgangspunt moeten zijn.’

Interview door Ellen Kleverlaan

Meer weten

Geplaatst op: 21 juli 2016
Laatst gewijzigd op: 16 maart 2021